Cao’s | Redactiestatuut Opinieweekblad

Voorbeeld redactiestatuut Opinieweekblad

1. Considerans: het opinieweekblad en zijn functie

1.1
Het opinieweekblad beoogt te voldoen aan de behoefte van de lezers aan informatie en opinievorming. – Het geeft gestalte aan het in Nederland geldende grondrecht van vrijheid van meningsuiting, informatieverwerving, informatievermenigvuldiging en informatieverstrekking, zoals vastgelegd in onder meer artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Verdrag van Rome. – Het maakt als massacommunicatiemiddel, in het bijzonder gericht op de opinievorming, mede het functioneren van de democratie mogelijk. – Het is als massacommunicatiemiddel in het algemeen tevens medium voor het tegen betaling overbrengen van reclameboodschappen van particulieren, bedrijfsleven en overheden aan zijn lezers.

1.2 – De bijzondere aard van een opinieweekblad stelt bijzondere eisen aan de structuur van de organen die bij het produceren van de redactionele inhoud van een opinieweekblad zijn betrokken.
Hoofdredactie en redactie dienen hun informatieverwervende, informatieverstrekkende en opiniërende taak binnen het kader van hetgeen in de beginselverklaring van het opinieweekblad is vastgelegd, te kunnen uitvoeren zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van binnen uit, noch van buiten af, anders dan op de wijze als in dit statuut wordt geregeld. – Het redactiestatuut, dat overleg en betrokkenheid voor de redactie op grond van het vorenstaande in het bedrijf regelt, geeft derhalve een vorm van medezeggenschap van een andere aard dan de medezeggenschap die op grond van de Wet op de Ondernemingsraden voor alle werknemers in het bedrijf gelijkelijk geldt. – Krachtens de wet berust de leiding van de onderneming bij de directie. Zij is aansprakelijk en verantwoordelijk voor en heeft beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de financiële gang van zaken in de onderneming en de exploitatie van het opinieweekblad, c.q. opinieweekbladen, door haar uitgegeven. – Onder leiding en verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur is de redactie belast met de inhoudelijke verzorging van het opinieweekblad, zoals geregeld in dit statuut.

2. Beginselverklaring

2.1
Bij elke opinieweekblad dienen de beginselen en/of het redactionele karakter duidelijk schriftelijk te zijn vastgelegd. Van deze uitgangspunten resp. het redactionele karakter kan een nadere uitwerking zijn vastgelegd in richtlijnen.
2.2
De hoofdredactie en redactie beschouwen de beginselen en/of het redactionele karakter als gegeven indien en voor zover deze aan iedere in dienst van het betrokken opinieweekblad zijnde journalist schriftelijk zijn meegedeeld.

3. De organen en hun bevoegdheden

3.1
Er is een redactievergadering die het belangrijkste orgaan is van overleg van de redactie over redactionele aangelegenheden.

3.2
Er is een redactieraad die de redactie vertegenwoordigt bij het overleg met de directie en de bevoegdheden uitoefent die de redactievergadering aan hem delegeert.
Deze redactieraad en de redactiecommissie, die krachtens de CAO functioneert, kunnen dezelfde personele samenstelling hebben.

3.3
De hoofdredactie voert in het kader van de beginselen en/of het redactionele karakter en/of de richtlijnen van het opinieweekblad in overeenstemming met de redactievergadering het algemene politieke, maatschappelijke en levensbeschouwelijk beleid.

3.4
De hoofdredactie heeft de leiding van de redactie van het opinieweekblad en is verantwoordelijk voor de redactionele inhoud ervan.

3.5
In alle gevallen waarin de directie weet of kan vermoeden dat haar beslissingen t.a.v. de algemene bedrijfsvoering rechtstreeks of zijdelings invloed van belang kunnen hebben op het redactionele beleid, pleegt zij vooraf overleg met de hoofdredactie en redactieraad.

3.6
In alle gevallen waarin de hoofdredactie weet of kan vermoeden dat de redactionele beslissingen rechtstreeks of zijdelings invloed kunnen hebben op de algemene bedrijfsvoering pleegt zij vooraf overleg met de directie.

3.7
Voorafgaand aan de besluitvorming omtrent benoeming of ontslag van een hoofdredacteur is de door de statuten van de onderneming aangewezen benoemende instantie verplicht advies in te winnen bij de redactievergadering die mede het recht heeft tot voordracht voor benoeming of ontslag.

3.8
Een hoofdredacteur wordt niet benoemd of ontslagen dan overeenkomstig de procedure als bepaald in artikel 3.14, onverminderd de bevoegdheid van de benoemende instantie tot ontslag op staande voet.
3.9
Binnen het kader van het in de onderneming op grond van het overleg tussen directie en ondernemingsraad te voeren personeelsbeleid dienen hoofdredactie en redactievergadering tot overeenstemming te komen over de hoofdlijnen van het redactionele personeelsbeleid. Op grond daarvan voert de hoofdredactie het redactionele personeelsbeleid uit.

3.10
De hoofdredactie pleegt met de redactievergadering overleg over de hoogte en de verdeling over de verschillende posten van het redactiebudget alsmede over ingrijpende wijzigingen in de besteding.

3.11
Hoofdredactie en redactieraad worden door de directie geregeld vertrouwelijk op de hoogte gesteld van de financiële positie van de onderneming onder overlegging van de exploitatierekening en een prognose van de rendementspositie.

3.12
Besluiten tot wijzigingen van de beginselen en/of het redactionele karakter en/of de richtlijnen worden niet genomen dan volgens de procedure als bepaald in artikel 3.14.
De redactievergadering is bevoegd dergelijke wijzigingen te doen.

3.13
Besluiten, die naar de mening van de redactievergadering van fundamenteel belang zijn voor de taak en functie van de redactie worden niet genomen dan volgens de procedure als bepaald in artikel 3.14. Dit geldt met name voor wijziging van karakter en verschijningsvorm van het opinieweekblad, wijziging van samenstelling en positie van redactie en hoofdredactie en besluiten als bedoeld in artikel 5.6.

3.14
In de gevallen bedoeld in de artikelen 3.8, 3.12, 3.13, 5.6 en 6 neemt de directie c.q. andere beslissende instantie van de opinieweekbladuitgeverij pas een beslissing nadat diepgaand overleg heeft plaatsgehad met de redactievergadering. Wanneer directie en redactievergadering niet tot overeenstemming komen brengt de redactievergadering ongeacht of zij reeds eerder van het recht tot voordracht c.q. het doen van voorstellen gebruik maakte, binnen veertien dagen schriftelijk en gemotiveerd advies uit. De directie c.q. andere beslissende instantie wijkt niet af van het advies van de redactievergadering dan om zwaarwichtige redenen die zij schriftelijk aan de redactievergadering heeft kenbaar gemaakt. De uitvoering van dit besluit heeft niet eerder plaats dan 14 dagen na dagtekening van deze schriftelijke motivering. Geschillen over de toepassing van de procedurevoorschriften van dit artikel kunnen in afwijking van het in artikel 3 van het Reglement van Uitvoering bepaalde aanhangig worden gemaakt bij de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam in hoogste ressort. Het geschil dient aanhangig te zijn gemaakt uiterlijk op de veertiende dag volgend op die van dagtekening van vorenbedoelde schriftelijke motivering. Vanaf het moment waarop de dagvaarding aan de directie is betekend, schort zij de uitvoering van het aan de procedure onderworpen besluit op tot de rechter een uitspraak heeft gedaan.
4. Samenstelling en werkwijze organen

4.1
De redactievergadering bestaat uit de volgende stemgerechtigde leden:
a. Alle journalisten die tenminste voor 50% in dienstverband voor onbepaalde tijd aan het opinieweekblad zijn verbonden.
b. De redactionele medewerkers t.a.v. wie de redactievergadering, bestaande uit de leden onder 1 genoemd, met instemming van directie heeft besloten hen met stemrecht tot de vergadering toe te laten.
De redactievergadering, bestaande uit de leden onder 1 genoemd, beslist welke redactionele medewerkers zonder stemrecht vergaderingen kunnen bijwonen.

4.2
De redactievergadering komt tenminste eenmaal per jaar bijeen.

4.3
Op verzoek van de hoofdredactie, de redactieraad of tenminste eenvijfde van het totaal aantal leden dient een redactievergadering te worden gehouden. Binnen één week na indiening van het verzoek roept de voorzitter de redactievergadering bijeen.

4.4
De hoofdredacteur of één der hoofdredacteuren is voorzitter van de redactievergadering behoudens zijn vrijwillige afstand van dit recht of een afwijkend onderling akkoord ten deze.

4.5
De redactievergadering kan slechts geldige besluiten nemen wanneer twee-derde van de stemgerechtigde leden aan de stemming deelneemt. Er wordt besloten met gewone meerderheid van stemmen.
In de gevallen bedoeld in artikel 3.14. wordt met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal aanwezige stemgerechtigde leden, tenminste overeenkomende met de gewone meerderheid van de onder 4.1.1. genoemde journalisten.

4.6
Jaarlijks kiest de redactievergadering een redactieraad.
Actief en passief kiesrecht hebben alle onder 4.1.1. genoemde journalisten. Indien de redactievergadering in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering als oordeel uitspreekt, dat de redactie door de zittende redactieraad niet meer naar behoren wordt vertegenwoordigd treedt de redactieraad af.

4.7
De redactieraad zal tenminste drie leden tellen. Hij kiest uit zijn midden een voorzitter.

4.8
De vergaderingen van de redactieraad zijn in principe toegankelijk voor alle stemgerechtigde leden van de redactievergadering.
Alleen wanneer de redactieraad zelf meent dat een vergadering een besloten karakter moet dragen kan van deze openbaarheid worden afgeweken. Van elke vergadering van de redactieraad wordt verslag uitgebracht aan de redactievergadering. Besluiten worden schriftelijk vastgelegd.

4.9
De hoofdredactie kan zich op eigen initiatief op verzoek van de redactieraad in specifieke gevallen in het overleg met de directie en/of raad van commissarissen laten bijstaan door een of meer leden van de redactieraad.

5. Overige bepalingen

5.1
Wanneer een lid van de redactie gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht en hij zich niet kan neerleggen bij een door de hoofdredactie ter zake genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de redactievergadering met het verzoek om een uitspraak.

5.2
Wanneer de hoofdredactie ingrijpende wijzigingen aanbrengt of doet aanbrengen in verslagen of artikelen van redacteuren kan de betrokkene verlangen dat het stuk niet wordt geplaatst. Indien de hoofdredacteur niettemin tot plaatsing besluit, zal het artikel niet van de naam van betrokkene worden voorzien en kan betrokkene zich tot de redactievergadering wenden met het verzoek om een uitspraak.

5.3
Indien de hoofdredactie besluit een verslag of artikel niet te plaatsen kan de betrokkene zich eveneens wenden tot de redactievergadering met het verzoek om een uitspraak. Indien de hoofdredactie meent een conclusie van de redactievergadering niet te kunnen aanvaarden, maakt zij haar standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactievergadering.

5.4
Indien besloten wordt in het kader van de dienstbetrekking gemaakt werk van een lid van de redactie of van een journalist, niet zijnde redactielid, te plaatsen in een ander publiciteitsorgaan, is daarvoor de toestemming van betrokkene nodig. Toestemming zal slechts mogen worden onthouden om principiële redenen, verband houdende met het journalistieke karakter, de aard of richting van het andere publiciteitsorgaan.

5.5
De hoofdredactie wordt van de aanvang af vertrouwelijk geïnformeerd over voornemens tot reorganisatie, fusie, koop, verkoop of liquidatie van de uitgeverij of de opinieweekblad-uitgave(n), tot uitgave of liquidatie van een titel, tot opneming in een concernverband en/of verbindingen van andere aard.

5.6
Alvorens aan de in lid 5.4 genoemde voornemens enig begin van uitvoering te geven, pleegt de directie vertrouwelijk overleg met de redactieraad over bovengenoemde aangelegenheden, tenzij redelijkerwijze kan worden aangenomen dat deze geen invloed zullen hebben op de redactionele functie van het betrokken opinieweekblad.

5.7.a
Zodra de verwachting gewettigd is, dat de in lid 5.5 bedoelde plannen tot uitvoering zullen komen, stelt de directie te zelfder tijd als zij de ondernemingsraad verplicht is in te lichten de redactieraad in de gelegenheid zich een oordeel hierover te vormen.

5.7.b
Alvorens de directie een definitieve beslissing neemt te dezer zake stelt zij de redactieraad in de gelegenheid overleg te plegen met de redactievergadering en pleegt ook zelf overeenkomstig artikel 3.14 overleg met de redactievergadering. De redactieraad kan zich, zo mogelijk in samenwerking met de ondernemingsraad, laten bijstaan door een, in overeenstemming met de directie c.q. uitgever uit te nodigen deskundige, die vertrouwelijk inzage krijgt in alle bescheiden die voor de te nemen beslissing van belang zijn.

5.8
De directie licht de redactieraad zo spoedig mogelijk in over een voorgenomen wijziging in de samenstelling van de kring van eigenaren van de uitgeverij, alsmede van de raad van commissarissen en/of een ander college van toezicht.

5.9
Indien een onderwerp behoort tot de bevoegdheden van de ondernemingsraad belet zulks niet de uitoefening van de bevoegdheden van de redactievergadering en/of redactieraad, zoals in dit statuut omschreven.

5.10
Indien de hoofdredactie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan een gedachtewisseling in de ondernemingsraad zal zij daaraan gevolg geven. De redactieraad zal de ondernemingsraad geregeld op de hoogte stellen van zijn werkzaamheden.

5.11
De redactieraad treedt niet in de bevoegdheden die krachtens de CAO behoren tot die van de redactiecommissie.

6. Geschillenregeling

Tenzij de president van de rechtbank te Amsterdam op grond van het bepaalde in artikel 3.14. bevoegd is een uitspraak te doen, is op geschillen over de toepassing van het statuut artikel 40 van de CAO voor Opinieweekbladjournalisten van toepassing.

7. Slotbepaling

Wijziging van het redactiestatuut wordt vastgelegd door de opinieweekbladonderneming en geschiedt in overleg tussen directie, hoofdredactie en redactievergadering. De wijziging heeft de instemming van de redactievergadering volgens de procedure als bepaald in artikel 3.14.