Onderzoek Journalistiek & Internet
Digitale kanalen I: Inleiding
Nieuwe kanalen: bedreiging en kans voor journalistiek
- Inleiding: bedreigingen en kansen
- Inventarisatie van digitale kanalen
- Digitale tv-zenders: vooral herkauwen
- Endemol: "macht gaat naar de consument"
- Wegener: " Journalisten moeten het anders durven doen"
- Fieldhockey.tv: toekomst van internet-tv al begonnen
Digitale technologieën zoals internet, digitale televisie en UMTS openen de deur naar een vrijwel onbegrensd aantal mediakanalen. Is dit gunstig of ongunstig voor journalistiek?
De distributie van journalistiek werk was tot voor kort overzichtelijk, wat weerspiegeld wordt in de indeling in secties bij de NVJ: omroep, dagbladen, tijdschriften, de laatste verdeeld naar vak- publieks- en opiniebladen. Die indeling is gericht naar de drager van de journalistiek, minder dan op inhoud dan wel doelgroep. Er is een groeiende sectie 'freelance', gestoeld op een economische onderscheidende factor. Sport (NSP) is weer gericht op een gebied. De enige sectie die op een bepaalde techniek is onderscheiden, is de fotojournalistiek. Daar kwam een paar jaar geleden een sectie 'internet' bij. Die indeling volstaat niet in de 21ste eeuw. Maar dat is een zorg voor de NVJ, die wel opdracht gaf aan journalistiek bedrijf Netkwesties, maker van Netkwesties.nl, tot een artikel . De vraag luidde: wat betekent de komst van digitale kanalen voor de journalistiek? Die vraag kunnen we op heel veel manieren beantwoorden, en vooral vaag en foutief. Het ging in eerste instantie om digitale televisie, maar we hebben dat verbreed met internet en wat mobiel. En er is niet 1 verhaal gemaakt, maar zes, plus stellingen voor de vergadering van de sectie Internet van de NVJ van 18 november 2004. Eerst terug naar de droge basis: wat doet een journalist? Het vak is een intermediair voor relevante selectie van gebeurtenissen, ontwikkelingen en opvattingen in de wereld, ten behoeve van een groot publiek of segment daarvan. Voor de exploitatie van deze 'waarheidsvinding' stelt de journalistiek zich afhankelijk van uitgeverijen en omroepen.
Veel intermediairs komen onder druk te staan door digitalisering, vooral als ze met informatie werken. Journalisten wekken de indruk dat ze menen, met vele beroepsgroepen die problemen ondervonden - muziekindustrie, reisbureaus - dat hun werk zo bijzonder is dat ze zich aan de economische wetmatigheden kunnen onttrekken. Hun krant en hun programma zijn hoe dan ook inhoudelijk superieur, dus dat blijft het publiek ook binden.
Wij denken van niet.
Journalistiek staat onder druk, vooral door concurrentie van amusement. Maar we weten eigenlijk niet precies hoe dat zit. De kwalitatieve en kwantitatieve waardering van de journalistiek is te weinig transparant, ook voor journalisten. Wie weet er nu wat er met zijn artikel en programma precies gebeurt in de huis- of werkkamer? Digitale kanalen zullen door toevoeging van meer communicatie met ontvangers van onze boodschappen daarin inzicht bieden, wellicht niet altijd ten goede, maar het gaat hier niet om een waardeoordeel. Beoordelingen zullen harder en scherper worden, en hopelijk komt dat de kwaliteit ten goede. Of vraagsturing dan een belangrijke leidraad moet worden, is nog maar de vraag. Maar er arrogant aan voorbij gaan volgens ons geen optie.
Bij tv en radio groeit de macht van klanten al vele jaren: ze kregen een afstandsbediening in handen om te kiezen uit een nog altijd toenemend aantal zenders. Nieuwkomer De Mol breidt ze in 2005 nog uit. Ook dijen de tijdschriftschappen van kiosken juist in 2004 wederom uit, al krimpt het aantal titels van opinie- en dagbladen. De keuze neemt toe, broedperiodes van nieuwe titels en formats worden korter onder druk van de eerste reactie in de markt.
MSN verdringt de aandacht
Digitalisering staat mede aan de wieg van veranderend mediagedrag. Het meest pregnant zijn de veranderingen die zich onder de jeugd voltrekken. 'MSN'en' is in twee jaar uitgegroeid tot, in tijd gemeten, hun belangrijkste media-activiteit, in 'multitasking'. Die term is door Microsoft met de komst van Windows 95 ge´ntroduceerd om aan te geven dat een computer meer taken tegelijkertijd kon uitvoeren. Negen jaar later blijkt ook de mediaconsument 'multitasking' te zijn. Dat was het traditioneel al voor de radio - Arbeidsvitaminen en in de auto - maar in de huis- en kinderkamer ook. Ontbijtlezen, tv-kijken en de krant onderwijl lezen, internetradio en Zembla beluisteren onder het e-mailen en surfen. Pure netto mediatijd komt er niet zo veel bij, maar ze komt wel: een voorbeeld is het mobiel internet in het openbaar vervoer. Daarover bestaan nogal hoge verwachtingen, maar de praktijk moet nog uitwijzen of de kosten en omstandigheden tot meer consumptie zullen lijden dan van soundbites.
Nu de aanbodzijde, maar die valt meer en meer samen met de consumptie. Communicatie betekent behalve ontvangen van wat journalisten verspreiden een weerwoord bieden. Weinig journalisten kunnen daarmee omgaan, niet zelden gehinderd door arrogantie. Hun fouten moffelen ze weg met een beroep op de volgende editie die aan de beurt is, of ze gaan op in het grote geheel.
Journalistiek zal volgens ons met de komst van een in principe oneindig aantal digitale kanalen en tweeweg verkeer meer dan nu een echt intermediaire functie worden. Bij veel radioprogramma's is dat al ontstaan, Stand.nl is een uitstekend voorbeeld: de journalist als primus inter paris, als discussieleider, als regisseur van heen en weer schietende meningen. Zijn rol van 'primus' blijft, hopelijk tot in lengte van jaren, die van het verschaffen van geverifieerde en relevante, in verband geplaatste feiten. (Probleem is wellicht dat die feiten er bij het publiek minder toe doen. Die moeten we dus ook nog eens aantrekkelijker verpakken om ze over het voetlicht te krijgen, geen aanlokkelijk vooruitzicht voor de meesten van ons.)
Amateurisme is al min of meer een bedreiging van de journalistiek. Kijk eens wat er bij Ilse Media aan de hand is: de ouderwets journalistieke taak is uitbesteed aan het ANP. De eigen informatietaken worden voornamelijk vervuld door duizenden amateurs met eigen pagina's. Journalistieke normering is afwezig. Waarom zouden we?, zegt de uitgever. En welke journalistiek heeft daar een economisch rendabel antwoord op?
De uitingsvorm weblog, eenvoudige software om chronologisch, in een soort dagboekvorm, te presenteren, heeft de deur naar persoonlijke publicatie heropend na een min of meer mislukte periode met persoonlijke 'homepages'. Weblogs zijn er inmiddels in talloze varianten, ook bij traditionele media waar de dagboeken van journalisten doorbraken met onder meer de oorlog in Irak. De meest opvallende uitingsvormen haalden recent twee actualiteitenprogramma's op televisie met een discussie over fatsoen versus hun frisse methoden en inhoud.
Deze weblogs tonen op de eerste plaats aan dat tekst als uitingsvorm nog springlevend is. Er is in deze zin geen 'ontlezing'. Wel komen er meer foto's bij, geluid en video zijn nog schaars gezien de tekortschietende technische mogelijkheden, kennis en durf. Maar het is niet moeilijk om te voorspellen dat tenminste een deel van de weblogs kan uitgroeien tot volwaardige multimediakanalen.
De vraag is of je journalistiek verder kunt komen met deze nieuwe uitingen dan ze slechts als makkelijk te plunderen bron te gebruiken of als goedkoop mikpunt omdat ze er andere dan traditionele normen op nahouden aangaande waardeoordelen, wederhoor en anonimiteit. En het gaat nu inderdaad even om GeenStijl.nl, rabiaat opiniërend en geld verdienend met advertenties en merchandising. Fokzine is een ander voorbeeld van een digitaal kanaal dat tienduizenden jongeren meer 'informatie' biedt dan menig bekende titel, ofschoon vaak weer gekopieerd van traditionele journalistiek.
Ze dagen traditionele journalistiek op zijn minst uit om eens goed in de spiegel te kijken, zoals Kazaa als nieuw digitaal kanaal de muziekindustrie in vertwijfeling bracht alvorens die in de tegenaanval dorst te gaan, en een begin maakten met fundamentele veranderingen. Wat leren journalisten van hun uitdagers, anders dan dat het brutale snotapen zijn? Hoe krijgen we de jongeren ge´nteresseerd in journalistiek die een paar stappen verder gaat dan de Metro en Spits?
Digitale themakanalen
Digitale televisie zelf biedt journalistiek vooralsnog niet veel soelaas. Ze zijn vooral gericht op het uitmelken van archieven, eventueel voor commercieel aantrekkelijke doelgroepen. De journalistieke regisseursfunctie uit zich hier op de eerste plaats in het handige verzamelen en combineren van verschillende soorten bestaand materiaal tot een coherent geheel. En dat (nu nog) zonder hyperlinks. Dit is een niet te onderschatten functie die ook nog leuk werk kan opleveren.
Mobiel is er wel meer geld beschikbaar voor nieuwe productie, maar dat vloeit voornamelijk naar amusement waar de grote partijen als een Vodafone hun miljardeninvesteringen mede mee terug moeten verdienen. Journalistiek komt hier, behalve met het herkauwen van bestaande producties als CNN-, Journaal- en sportfragmenten, nog nauwelijks in beeld.
Hoe komen we wel aan geld? Moet de subsidie voor pret bij de publieke omroep eigenlijk niet naar journalistiek in andere media gaan? Of moeten we juist veel meer sponsoring aantrekken van journalistiek?
En daarmee stuiten we op de exploitatie. Er is weinig tot geen geld voor investeringen in journalistiek. Toch zullen we daar naar op zoek moeten, indien we journalistiek ook in de nieuwe vormen professioneel willen houden. En dat is het volgende hoofdstuk, waar Netkwesties zich het eerste half jaar het hoofd over gaat breken.
Redactie Netkwesties
Peter Olsthoorn
Erwin Boogert
Tonie van Ringelestijn
