Onderzoek Journalistiek & Internet
Interview met Joop Daalmeijer
Joop Daalmeijer, hoofdredacteur van de Wereldomroep en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), ziet internet niet als een bedreiging voor de journalistiek. "Je hoort voortdurend dat jongeren geen krant lezen. Maar mijn ervaring is heel anders. In de trein leest iedereen de Metro en de Spits."
Speelt internet een belangrijke rol op uw werk?
Joop Daalmeijer: "Ja, ik maak veel gebruik van internet. E-mail is binnen ons bedrijf hét communicatiemiddel. Ik luister onze uitzendingen via de stream op internet. Dat is de enige manier waarop je in Nederland naar de Wereldomroep kunt luisteren. Daarnaast gebruik ik internet elke ochtend op hoogte te geraken van het nieuws. Ik maak een rondje langs de site van BBC News, Nu.nl en onze site. Op die manier kan ik beoordelen of onze sites actueel zijn."
En hoe zit het met het thuisgebruik van internet?
"Ik heb thuis al lang een internetverbinding. Ik had al heel snel een isdn-verbinding. En toen adsl kwam, ben ik meteen overgestapt. Ik heb niet alleen een snelle downstream maar ook een hoge upload-verbinding zodat ik grote bestanden kan versturen. Ik maak een klassieke-muziekprogramma. Dat neem ik thuis op met een montageprogramma en vervolgens stuur ik het bestand van twee uur geluid door."
De Wereldomroep biedt ook podcasts van radioprogramma's aan.
"Ja, daar zijn we als één van de eerste in Nederland mee begonnen. Als ik 's ochtends mijn laptop uit de cradle haal en in de trein stap, heb ik de programma's van het afgelopen uur beschikbaar. Dat is buitengewoon prettig. We zijn nu ook bezig met een systeem waarbij je op elk moment het allerlaatste nieuws kunt downloaden voor je iPod. Redacteuren die een bericht hebben geschreven, lezen dat meteen voor in een headset. Dat geluidsbestand komt in een bak. Als je vervolgens je iPod aan je pc koppelt, wordt dat bestand opgehaald."
Welke mensen bedient de Wereldomroep op internet?
"In ieder geval niet de vakantiegangers: die maken nauwelijks gebruik van internet, zo blijkt uit onderzoek. Op campings is internet vaak duur, als ze het al hebben. Emigranten en expats daarentegen maken wel weer veel gebruik van internet. We hebben een speciale afdeling van twee mensen die alle e-mails van Nederlanders in het buitenland beantwoorden. Binnen twee dagen krijgen mensen antwoord. Voor sommige mensen zijn die mails de enige draad met Nederland. Tussen de mensen die mailen en de mensen hier ontstaan relaties, waarbij ze elkaar met de voornaam aanspreken."
Maar vakantiegangers bereikt de Wereldomroep nog voornamelijk via de radio?
"Niet alleen. We hebben in juli en augustus een krant gemaakt voor campings. Dat is een pdf-bestand van zes A4-tjes die we per e-mail naar 2200 adressen sturen. Campings printen de krant en hangen 'm elke dag op een bord. Het voordeel van een digitale krant is dat je heel laat kunt zakken. Om zeven uur 's ochtends zijn we klaar en om half acht ligt de krant bij de campings in de inbox. Op die manier hebben we tweehonderdduizend mensen bereikt. De komende zomer gaan we daarmee door. We willen uitbreiden met een editiestelsel, zodat je in Frankrijk een andere krant krijgt dan in Italië. Het weerbericht en de lokale berichtgeving verschillen dan."
Hoe bevalt het om een krant te maken?
"Het is natuurlijk een ander vak. Gelukkig werkt Wim Jansen, de voormalige adjunct-hoofdredacteur van Trouw, hier nu."
Kost het schrijven van krantenartikelen niet veel tijd?
"De grondstof voor de krant is al aanwezig. Alle berichten die op de radio worden voorgelezen, zijn eerst geschreven. Die kun je ook gebruiken in de krant. Of op internet. We hebben een geïntegreerde redactie, waarbij geen onderscheid is tussen verschillende media. Van iedereen wordt verwacht dat ze berichten leveren aan sites."
U klinkt heel enthousiast over internet.
"Ja, ik zie internet als een verrijking van de journalistiek. De structuur van internet zorgt ervoor dat journalisten sneller en beter kunnen werken. Een fotograaf die in het buitenland zit, kan zijn foto's op zijn laptop bewerken en binnen een paar seconden doorsturen naar de redactie. Dat kon je je vroeger niet voorstellen. Internet biedt geweldige mogelijkheden. Alles is beschikbaar. Je kunt eenvoudig achtergronden zoeken voor een stuk. Als je op locatie zit, kun je ANP-berichten binnenhalen om te zien of je op de juiste weg zit. Bij de Wereldomroep zijn we de telefoon langzaam aan het verlaten. Al onze correspondenten zitten op Skype. Dat werkt heel goed. De nieuwe vorm van Skype geeft bijna studiokwaliteit. Het gebruik van voip scheelt enorm aan transmissiekosten. Onze post in Warschau was vroeger 1300 à 1400 euro per maand kwijt aan telefoonkosten. Dat is nu teruggebracht tot een paar honderd euro."
U denkt niet dat internet een bedreiging is, bijvoorbeeld voor de kranten die te kampen hebben met dalende oplages?
"Je hoort voortdurend dat jongeren geen krant lezen. Maar mijn ervaring is heel anders. In de trein leest iedereen de Metro en de Spits. Dat zag je al die jongeren tien jaar geleden niet doen. Ze lezen dus wel een krant, maar dan een andere krant."
Maar gaan die jongeren ooit nog een betaalde krant lezen?
"Lezen de jongeren van nu over tien jaar nog steeds de Spits? Zijn ze nog steeds in hetzelfde geïnteresseerd als ze kinderen hebben en andere verantwoordelijkheden krijgen? Ik weet het niet. Bij de publieke omroep heb je dezelfde discussie. Ik pleit al jaren voor een cohort-onderzoek. Selecteer een paar honderd jongeren en volg die groep vijftien tot twintig jaar. Dan kun je pas zeggen of de jongeren van nu verloren zijn voor de publieke omroep en de betaalde kranten. Nu is het allemaal nattevingerwerk, waar helaas wel beleid op wordt gebaseerd. Dat leidt tot paniekbeslissingen. Buitengewoon dramatisch."
Volgens Paul Molenaar van Ilse Media blijft maar 20 procent van de huidige journalisten over.
"Ik ben altijd zo benieuwd hoe die mensen dat weten. In welke glazen bol kijken ze? Ik ben een gelovig iemand, maar ook ik weet niet zeker wat de toekomst gaat brengen. Zo'n uitspraak van Paul Molenaar is flauwekul, nergens op gebaseerd. Ik kan net zo eenvoudig de stelling betrekken dat het aantal journalisten met 80 procent zal toenemen."
Hoe kijkt u aan tegen het fenomeen burgerjournalistiek? Kan iedereen vandaag de dag journalist worden?
"Natuurlijk niet. Daar geloof ik niks van. Wat heb ik aan dat tantebetjes-gepraat? Je kunt natuurlijk zeggen: ik voel me journalist omdat ik op mijn blog schrijf wat ik op school heb meegemaakt. Heel interessant allemaal, maar ik lees dat niet. Dat heeft niets met journalistiek te maken. Het is soms zo ontzettend knullig geschreven. Het aantal bijvoeglijke naamwoorden is vaak niet te tellen. Journalisten gaan daar toch wat zuiniger mee om. Je moet heel voorzichtig zijn met weblogs. Het is niet altijd even makkelijk in te schatten hoe betrouwbaar ze zijn."
U leest geen weblogs?
"Jawel, ik heb diverse weblogs bij mijn favorieten. Ik ben een enthousiasteling van het weblog van Wim de Bie, Bieslog. Dat multimediaal gedoe is echt fantastisch. Wat die man zegt, daar denk je twee keer over na."
Sommige weblogs zetten zich behoorlijk af tegen de traditionele journalistiek. Wat moet de journalistiek daarmee?
"Met kritiek kun je altijd wat doen. Journalisten zijn zelf ook kritisch op anderen, dus je moet ook kritisch kunnen zijn op jezelf. Sommige opvattingen zijn het waard om gedeeld te worden. Verder heb je natuurlijk ook de scheldblogs. Daar kun je je aan ergeren, maar je kunt het ook niet lezen. Geenstijl is bijvoorbeeld niet voor mij gemaakt, maar mijn dochter vindt het mooi."
Geenstijl noemt vaak de achternamen van Nederlandse verdachten en veroordeelden. Veel traditionele media doen dat (nog) niet. Denkt u dat dergelijke journalistieke conventies onder invloed van internet verschuiven?
"Nee, daar ben ik niet bang voor. Elke redactie heeft eigen regels. Daarbij laat je je niet beïnvloeden door internet. Je bepaalt zelf of je mee verandert."
Wat is het beleid van de Wereldomroep op dit punt?
"Wij huldigen de opvatting dat we geen achternamen gebruiken. Daar is intern wel discussie over. We hebben een Engelse site en in Engeland noemen de media wel de achternamen. Dat vinden mensen dan heel raar of bespottelijk, maar ook op onze Engelse site heet Samir A. gewoon Samir A. Dit bedrijf vindt dat het zo hoort."
