Onderzoek Journalistiek & Internet
Interview met Pieter Kok
Is internet een bedreiging voor de krant? Pieter Kok, uitgever Volkskrant, lijkt zich weinig zorgen te maken. Hij is juist enthousiast over alle nieuwe ontwikkelingen. "We zijn nu een internetredactie die ook één keer per dag een krant uitgeeft."
Nu.nl is de best bezochte nieuwssite van Nederland. Hebben de kranten het laten liggen op internet?
Pieter Kok: "Ja. De kritiek dat kranten het belang van internet te laat hebben ingezien, is terecht. Kranten zijn te lang blijven geloven dat zij de enige nieuwsbron waren. Maar tegelijkertijd is dat niet onlogisch. Krantenmakers geloven in hun product. De krant is en blijft het ultieme nieuwsproduct. Voor mensen die weinig tijd hebben of in een beslispositie zitten, blijft de krant superieur. Als je minister-president bent, pak je 's ochtends even de krant en dan heb je heel condensed alle informatie. Vervolgens wil je wel weten hoe dingen ontwikkelen. En om in die informatiebehoefte te voorzien heb je andere media nodig."
De manier waarop mensen nieuws consumeren is veranderd?
"Ja. Vroeger was er één moment waarop mensen informatie tot zich namen. 's Ochtends bij het ontbijt lazen ze de krant. Nu is er een veel fragmentarische, continue informatiestroom op gang gekomen. Mensen horen in de loop van de dag wel wat er aan de hand is. Multitasking is zeker voor jonge mensen de leidende manier van denken geworden. Vroeger was je alleen bezig met autorijden bijvoorbeeld, terwijl je nu tegelijkertijd ook zit te bellen en te sms'en. Daarom is ook de functie van de informatieleverancier veranderd. Je moet nu overal en altijd aanwezig zijn. Dat vergt een cultuurverandering. Dat heeft enorme gevolgen voor journalisten."
Wat merken de journalisten van de Volkskrant daarvan?
"Eind 2005 zijn we het project 'newsroom of the future' gestart. Sinds eind mei heeft de Volkskrant een nieuwe organisatie. We zijn nu een internetredactie die ook één keer per dag een krant uitgeeft. Er zijn voortdurend deadlines. De site van de krant wordt de hele dag geüpdate, bij grote gebeurtenissen gaat er een sms uit, om vier uur 's middags verschijnt er een pdf-krant, er is videonieuws en sinds 1 september bieden we ook tv in taxi's aan. Dat zijn allemaal nieuwe initiatieven waarbij we laten zien dat we de lezer de hele dag kunnen bereiken."
Hoe passen de Volkskrant-journalisten zich aan deze nieuwe ontwikkelingen aan?
"We organiseren trainingen voor de redacteuren van de Volkskrant. In groepen van twaalf gaan ze een week lang naar Duitsland. Daar leren ze hoe je een podcast en moblog maakt, hoe je een foto-slideshow in elkaar zet en hoe je een video-standup doet. We hebben inmiddels vijftig mensen getraind en gaan hiermee door tot we de hele redactie hebben getraind."
Moeten journalisten alles kunnen?
"Nee. De redacteuren die op training zijn geweest zijn nog geen volleerde cameramensen of multimediajournalisten. Multiskilled journalisten zijn een heel uitzonderlijk soort. The New York Times heeft er ook maar drie op een redactie van vierhonderd mensen. Maar redacteuren moeten wel leren nadenken over de nieuwe mogelijkheden. Nu denken veel mensen nog dat al die technische toepassingen rocket science zijn. Door zo'n training leren redacteuren dat iedere boerenlul een slideshow kan maken om een verhaal kracht bij te zetten. Dat is handig om in het achterhoofd te hebben als je een reportage maakt. Als je een multimediale organisatie wilt zijn, moet je zorgen dat de redacteuren er in gaan geloven."
Welke rol speelt u als uitgever bij deze nieuwe ontwikkelingen?
"De rol van de uitgever is om dergelijke nieuwe ontwikkelingen te faciliteren. Dat kan alleen door journalisten de tools te geven. Blackberries bijvoorbeeld, om mee te mailen en bellen. Het liefst zou ik de vaste telefoons afschaffen en vervangen door mobiele telefoons. Ik heb Pieter Broertjes (hoofdredacteur van de Volkskrant, MR) nu zover gekregen dat hij zijn desktop heeft ingeruild voor zijn laptop. Dat is een majeure verandering voor die man. Daar is hij twee weken hoogzwanger van. Maar hij doet het wel, hij gelooft er in."
Zullen er in de nieuwe generatie journalisten meer multiskilled journalisten zitten?
"Ja, dat aantal zal zeker toenemen. Ook omdat jongeren al veel meer gewend zijn om te multitasken."
Zie je op de huidige redactie ook dat jongeren enthousiaster zijn over de nieuwe mogelijkheden dan oudere journalisten?
"Believers en disbelievers zie je in alle generaties. Het opmerkelijke was juist dat de mannen die het meest enthousiast waren over de 'newsroom of the future' de Nico Goeberts van deze wereld waren. Zij hadden het idee dat ze hun oude vak weer terugkregen. Ze waren weer nieuwsmakers geworden."
Waren ze dat dan niet meer?
"Er is natuurlijk een tijdje het idee geweest dat nieuws niks voor de Volkskrant was. Dat kon Nu.nl beter. Wij moesten achtergronden doen. Dat is natuurlijk bullshit, aperte onzin. Nu.nl zit met vijf, zes man ANP-berichten door te plaatsen. Ze doen er helemaal geen moer aan. Dat moet een redactie van 220 man toch een stuk beter kunnen."
Haalt de Volkskrant Nu.nl binnen tien jaar in?
"Eerder wel."
Hoe belangrijk is internet voor de Volkskrant?
"Waanzinnig belangrijk. Met onze site bereiken we 1,2 miljoen unieke bezoekers per maand, met de krant zitten we op een bereik van 750.000 mensen. En de trends zijn duidelijk: internet groeit, terwijl de krant krimpt."
Maar kun je wel geld verdienen met een nieuwssite?
"Dat is nu nog het zwakke punt in het hele verhaal. Adverteerders zijn nog heel conservatief. Tegelijkertijd zie je dat het geld dat wordt uitgegeven aan krantenadvertenties afneemt, terwijl er online jaarlijks 30 procent bij komt. Een probleem is wel dat de concurrentie op internet veel groter is. De toelatingsdrempel om op internet uitgever te worden is nihil."
De Volkskrant is druk bezig met het maken van video's. Hoe gaat dat?
"Het eerste jaar leken de filmpjes nergens naar, maar je ziet dat er nu heel leuke video's online staan. Je kunt er nog van alles op aanmerken, bijvoorbeeld over de kwaliteit van de voiceovers, maar ik voorspel dat we binnen twee jaar heel goed zijn."
Peter Schrurs, directeur van de VPRO, zegt dat krantenjournalisten niet moeten denken dat ze zomaar tv kunnen maken.
"De arrogantie van tv-mensen die denken dat krantenjournalisten dat niet kunnen, zou wel eens het gekookte-kikker-syndroom kunnen blijken. Lineair programmeren, zoals de omroepen zijn gewend, is einde verhaal. Broadcasten gaat steeds meer naar narrowcasten. Voor kranten is het veel eenvoudiger om zich aan deze nieuwe situatie aan te passen dan voor omroepen. Het is makkelijker voor krantenjournalisten om te upgraden naar internetkwaliteit dan dat het voor tv-makers is om terug te schalen naar internetkwaliteit. Tv-producties kosten nu enorm veel geld. De omroepen zullen het moeilijk krijgen om hun 'geld is geen probleem'-leven op te geven. Voor de VPRO is het duizendmaal moeilijker om een camerateam niet met hdtv-camera maar met JVC-camera van 5000 euro op pad te sturen dan voor ons. De consument vindt het genoeg als je voor een reportage twee man in een autootje zet met een camera. Daarom zijn citizen journalism sites ook zo populair: omdat het om de inhoud gaat en niet om de kwaliteit van de beelden."
De omroepen gaan het moeilijk krijgen?
"Weinig mensen hebben het door, maar we zijn bezig een frontale aanval op de omroepen te doen. Bij PCM zijn plannen om eigen zender te maken. We zenden nu uit in taxi's. Als het daar lukt, lukt het overal. Dan kunnen we onze tv-dienst ook aanbieden in de trein, via de mobiele telefoon et cetera."
Gratis kranten zijn geduchte concurrenten voor de Volkskrant. Zij werken tegen lagere kosten. Heeft de Volkskrant niet een vergelijkbaar probleem als de VPRO?
"Tuurlijk, tuurlijk, dat is zo. We hebben onvoldoende oog gehad voor de behoefte van de klant. Gratis kranten zijn altijd beschouwd als een inferieur product. Maar voor jonge mensen zijn Metro en Spits geen inferieur product. Een gratis krant past bij hun gebruik. Ze willen een samenvatting van wat er aan de hand is. Daarin verschillen ze niet zoveel van de lezers van de Volkskrant. Die lezen ook voornamelijk koppen en intro's. Als je 's ochtends maar een kwartier de tijd hebt kun je ook niet zoveel anders. Iedere dag wordt nog geen 10 procent van de krant gelezen.
"We zijn eindeloos bezig geweest om concepten voor een gratis krant te maken. Dat is verdomd moeilijk. De eerste neiging is om een Volkskrant-min te maken. Maar wat je moet doen is een Metro-plus maken. Voor ons is neerdalen naar een gratis krant net zo moeilijk als voor het de VPRO is om terug te schalen."
De Volkskrant biedt lezers de mogelijkheid om een weblog te beginnen. Een opmerkelijke stap.
"De Volkskrant is van oudsher een lezerskrant geweest. We plaatsen veel lezersbrieven en we waren de eerste krant met een ombudsman. We willen ook een podium zijn voor de lezers."
Bij de lezersbrieven maakt de redactie een selectie, op de weblogs kan elke gek zijn mening geven.
"Dat is inderdaad een discussie waar we nog niet helemaal uit zijn: moeten we de weblogs modereren of niet? Ook op de redactie hebben we de rekkelijken de preciezen, mensen die vinden dat je wel moet modereren en mensen die vinden dat je de weblogs met rust moet laten. Als we een beetje gaan modereren, heb je direct allerlei internetgoeroes die beginnen te mekkeren dat we het niet kunnen en niet snappen. Aan de andere kant: als je alles toestaat, kan de hoofdredacteur daar dan de verantwoordelijkheid voor nemen?"
Op de weblogs van de Volkskrant wordt soms ook forse kritiek geuit op de krant.
"Dat hoort er een beetje bij. Als ze nooit over je zeiken, doe je het niet goed. In de krant plaatsen we ook niet alleen de brieven waarin we de hemel in worden geprezen. De Volkskrant is een kritische krant voor kritische mensen. Als je de lezer altijd geeft wat hij wil, ben je binnen de kortste keren dodelijk saai. De journalisten en de hoofdredactie van de Volkskrant zijn zelf ook kritisch op hun krant. Als je iets doet, weet je altijd dat 30 procent het niets vindt, en dan heb je mazzel. Meestal is het 50 procent. Mensen vragen we me wel eens hoe ik het volhoud om hier te werken. Maar uiteindelijk geldt toch: het is een rotkrant, maar het is wel onze rotkrant."
(Op het moment dat het interview plaatsvond, waren de plannen voor de lancering van een gratis dagblad van de Volkskrant nog niet bekend.)
