Onderzoek Journalistiek & Internet


Interview met Roeland Stekelenburg


Roeland Stekelenburg was van eind 2003 tot begin 2006 adjunct-hoofdredacteur bij AT5. Sinds enkele maanden is hij hoofd nieuwe media bij de NOS. Een gesprek over de NOS als 24-uurs nieuwsorganisatie, de publieke taak van de publieke omroep en de veranderde taak van de journalist. "De tijd dat de journalist een hapklare brok maakte uit het enorme nieuwsaanbod is voorbij."

In juni 2006 bent u van start gegaan als hoofd nieuwe media bij de NOS. Wat trof u aan?
Roeland Stekelenburg: "De NOS is binnen het publieke domein de grootste op nieuws gerichte organisatie. De omroep heeft een groot potentieel en een journalistieke cultuur. Maar het is ook een organisatie die traditioneel gericht is op de oude media: televisie en radio. De afgelopen jaren is er een enorme operatie geweest die erop is gericht om crossmediaal te gaan werken. Dat gebeurt echter nog maar zeer ten dele. Vandaar ook mijn komst. We kunnen niet volstaan met het heruitzenden van ons materiaal op internet. Internet moet een volwaardig medium worden voor de NOS. Voor verschillende distributievormen heb je verschillende vormen van verslaggeving nodig. Ik moet nieuwe media bij de NOS de plek geven die het verdient."

Hoe doet u dat?
"Ik heb geen strijdplan dat ik punt voor punt afwerk. Ik zie mijn rol meer als een soort Haarlemmerolie. Het is belangrijk dat mensen de mogelijkheden gaan zien en benutten."

Wat zijn die mogelijkheden in de praktijk?
"Multimediaal werken betekent dat mensen die vroeger gewend waren om een radioreportage te maken, nu misschien ook iets voor internet moeten doen. Of dat de correspondent in Londen die eerst een reportage maakt voor het Journaal, zijn ruwe materiaal nu gebruikt voor een lange versie voor internet. Of dat een onderwerp dat buiten de Journaal-uitzending valt op de site wordt gezet. Dat is allemaal nog niet vanzelfsprekend.
"Internet biedt allerlei nieuwe kansen. Nu moeten we bijvoorbeeld nog het verslag van een Kamerdebat aan het eind van de middag afbreken omdat de normale programmering weer doorgaat, maar het is natuurlijk ook mogelijk om de kijkers door te verwijzen naar internet waar de uitzending gewoon doorgaat. Je ziet dat die omslag in denken nu plaatsvindt."

Zijn de werknemers bij de NOS overtuigd van het nut van multimediaal werken?
"Ja. Het grootste deel van de mensen denkt multimediaal en snapt waar het heen gaat. Maar nog niet iedereen heeft de stap gezet om die ideeën in de praktijk te brengen. Dat heeft ook zijn tijd nodig. Het moet geen verplichting zijn voor werknemers. Ik probeer de mensen om me heen te verzamelen die het leuk vinden om met internet te werken."

Het lijkt me lastig voor journalisten om allerlei nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen.
"Ja, dat gaat niet vanzelf. In 1998 was ik de eerste Nederlandse verslaggever die met een DV-camera op stap ging en op een Apple filmpjes monteerde. Nog steeds is het lastig om een verslaggever te vertellen dat hij op zijn computer iets moet monteren. Maar over tien jaar zal dat de gewoonste zaak van de wereld zijn. Net zoals je je nu ook niet meer kunt voorstellen dat je geen e-mail hebt. Nieuwe vaardigheden worden langzaam gemeengoed."

Bestaat er een verschil tussen generaties?
"Voor jonge verslaggevers die hier nieuw binnenkomen, is het vanzelfsprekend om multimediaal te denken. Ze zijn opgegroeid met internet. Voor de oudere generatie ligt dat natuurlijk anders. Je kunt ook niet van mensen die tegen hun pensioen zitten, verwachten dat ze ingewikkelde nieuwe dingen gaan leren. Onze correspondent in Londen, Tim Overdiek, doet meer multimediaal dan Eddo Rosenthal."

In elke organisatie waar dit soort veranderingen plaatsvinden, bestaat conservatisme. Hoe is dat bij de NOS?
"Ook bij de NOS heb je mensen die redeneren dat een kijker naar de internetstream van de Haarlemse Honkbalweek 's avonds niet naar de samenvatting op tv zal kijken. Tegelijkertijd merk je ook dat de feedback van kijkers en luisteraars toeneemt door het internetgebruik."

Wat is de belangrijkste verandering geweest voor de NOS de afgelopen jaren?
"De NOS is bezig een 24-uurs nieuwsorganisatie te worden. Traditioneel had je een paar belangrijke ankers: het 6 Uur Journaal, het 8 Uur Journaal en het 10 Uur Journaal. Vroeger was het daarom vrij normaal om een scoop die je om 11 uur 's ochtends had tot 8 uur 's avonds stil te houden. Maar dat is niet meer van deze tijd. Op internet gaat het om snelheid. De beste nieuwssites hebben het nieuws het snelste. Dat geldt in toenemende mate ook voor televisie. De nieuwsbulletins die we overdag uitzenden, hebben de organisatie gedwongen om op een andere manier te denken."

Gaan journalisten een steeds belangrijker rol spelen bij het maken van een selectie uit het enorme nieuwsaanbod?
"Integendeel. De tijd dat de journalist een hapklare brok maakte uit het enorme nieuwsaanbod is voorbij. Kijkers en luisteraars hebben nu rechtstreeks toegang tot de informatie waar de journalist gebruik van maakt, buitenlandse media bijvoorbeeld. Dat betekent dat je zelf de keuze uit het nieuws kunt maken, daar heb je de journalist niet meer voor nodig."

Toch maakt het 8 Uur Journaal nog altijd die keuze.
"Televisie blijft traditioneel. De tijd en mogelijkheden zijn beperkt. De kijker van het 8 Uur Journaal verwacht ook dat Philip Freriks gaat vertellen wat er die dag is gebeurd, in volgorde van belangrijkheid. Op internet werken andere mechanismen. Niet het belangrijkste nieuws staat bovenaan, maar het laatste."

Als het selecteren van nieuws minder belangrijk wordt, wat is dan wel de taak van de journalist?
"De rol van de journalist wordt steeds meer het analyseren en duiden van nieuws. Als journalist moet je zorgen dat de gebruiker begrijpt dat een incident meer is dan dat, dat het altijd binnen een context past. Vergelijk het met een live verslag op tv van een grote gebeurtenis. Bij de moord op Theo van Gogh werkte ik bij AT5. Zulk nieuws dendert de hele dag door. Maar op een gegeven moment moet wel iemand bedenken dat je het nieuws moet samenvatten. Bij de kijker bestaat de behoefte aan een bulletin waarbij we twee stappen terugdoen en het nieuws proberen te duiden.
"Het grote gevaar van 24-uurs journalistiek is dat de waan van de dag nog dominanter wordt. Vroeger was dat gevoel er alleen op de dagen dat de pleuris uitbrak, zoals bij de moord op Van Gogh, nu dreigt dat een soort permanente state of mind te worden. Kwaliteitsmedia moeten zichzelf daarom dwingen om af en toe een stap terug te doen en afstand te nemen."

Commerciële concurrenten klagen wel eens over de overheidssteun aan de publieke omroep. Dat oneerlijke concurrentievoordeel van de publieke omroep geldt natuurlijk ook op internet.
"Het is misschien ten dele het geval dat belastinggeld voor de publieke omroep de markt verstoort. Aan de andere kant doet de NOS veel dingen die in een commerciële omgeving nooit zouden kunnen. Op internet hebben wij bijvoorbeeld de algemene beschouwingen integraal uitgezonden. Een typisch publieke taak, die wij dus ook op internet serieus nemen. Ook besteden we veel tijd en geld aan innovatieve initiatieven. Van de kennis die we daarbij opdoen kunnen ook andere partijen gebruik maken. Wij hebben geen bedrijfsgeheimen en leven daar ook naar. Wij willen ons concentreren op innovatie zodat anderen daarvan kunnen profiteren. Laat ons die verliesgevende pilots maar doen."

Zijn de nieuwe nieuwsbronnen op internet concurrentie voor de NOS?
"Nee, dergelijke initiatieven zijn geen bedreiging voor de NOS. Als er niets aan de hand is, is het natuurlijk leuk om op GeenStijl gekke berichtjes te lezen, maar dat is geen concurrentie. Het belangrijkste kenmerk van de NOS is dat je ons kunt vertrouwen. We zijn gedegen, betrouwbaar, de informatie is gecheckt. Mensen associëren dat misschien af en toe met saai en belegen, maar op het moment dat het er echt toe doet – als ergens de pleuris uitbreekt – dan gaan mensen toch naar de NOS."

Toch gaat het ook bij de NOS wel eens fout. Onlangs meldde Teletekst ten onrechte dat de burgemeester van Utrecht was overleden.
(Lacht als een boer met kiespijn) "Dat was een foutje. Maar serieus: in elke organisatie gaat wel eens wat fout, maar wij proberen die fouten te beperken en ervan te leren. Het nieuws op internet en op Teletekst moet in dezelfde routine zitten als het tv-nieuws. Het verifiëren van berichten blijft ontzettend belangrijk. De NOS zal daardoor niet altijd de snelste zijn. Een ANP-bericht is voor ons niet altijd genoeg om te publiceren. Voor Nu.nl is dat wel het geval: die plaatsen dat gewoon één op één. De gemiddelde gebruiker kan niet goed het onderscheid maken tussen een serieus bericht en roddels en verzinsels. Daarom moeten wij heel zuinig zijn op ons merk en uiterst zorgvuldig te werk gaan. Juist in het internettijdperk."

De internetversie van Teletekst is één van de best bezochte Nederlandse nieuwssites. Opmerkelijk.
"Helemaal niet. Teletekst past juist heel goed bij deze tijd. Je ziet het ook aan Metro en Spits: er is een tendens dat mensen kort en snel nieuws willen."

Is het succes van Teletekst niet een beetje zuur voor de redacteuren die lange verhalen voor de NOS-site schrijven?
"Nee, dat is totale onzin. Dat is een totaal andere dienstverlening. Veel mensen willen alleen eerstelijns nieuws. Net zoals ik doordeweeks alleen de koppen scan en geen zin heb om de hele Volkskrant te lezen. In het weekend daarentegen vind ik het wel weer prettig om uitgebreid de krant te lezen."

Krijgen jullie veel reacties van het publiek?
"We krijgen heel veel reacties. Meestal gaan die over technische problemen en niet-werkende plug-ins."

En hoe staat het met de inhoudelijke reacties? De NOS heeft een online forum.
"Het risico van een forum is dat het in bezit wordt genomen door een bepaalde groep. Op het forum van de NOS is een clubje dat alles van de NOS klote vindt. Die vinden ons een links bolwerk. Dat mag je vinden, we leven in een vrij land."

Blijkbaar voorziet het forum voor die mensen in een behoefte.
"Er is duidelijk vraag naar de mogelijkheid om anoniem te chatten. Maar ik vraag me af of dat nou zo belangrijk is op de site van een nieuwsorganisatie. Door de anonimiteit van de gebruikers op ons forum hebben de reacties voor mij minder waarde. Ik neem iemand die belt en zich netjes voorstelt een stuk serieuzer dan iemand die anoniem blijft en zijn complete frustratie over ons uitstort. Aan dat laatste heb ik eerlijk gezegd niet zo'n boodschap. Als je vindt dat we het niet goed doen, zet dan ook je naam en telefoonnummer erbij."

Op weblogs wordt ook van alles geroepen over de NOS. Volgt u die discussies?
"Zeker, dat houd ik wel in de gaten, al zijn er geen vaste blogs die ik bezoek. Ik ben zo iemand die het leuk vindt om 's avonds nog een paar uur te surfen. Daardoor kan ik ook gevoel houden met wat er gebeurt. Het is leuk om die discussies te volgen. Webloggers zijn toch een andere generatie. Ik kan het me niet permitteren om het contact daarmee kwijt te raken."