Onderzoek Journalistiek & Internet


Interview met Thomas Bruning


Thomas Bruning is algemeen secretaris van de NVJ. De journalistenvakbond slaagt er nog niet in veel internetjournalisten en webredacteuren aan zich te binden. En dat terwijl er voor internetjournalisten nog een wereld is te winnen. "Het werk dat internetjournalisten doen, wordt op dit moment niet op juiste waarde geschat. Er is sprake van onderwaardering."

De dag voor dit interview vond in Amsterdam een debat plaats over het nut van de Raad van de Journalistiek. Er is op dit moment maar één Nederlandse site die zich onderwerpt aan de uitspraken van de Raad…
Thomas Bruning: "Ja, dat is Planet Internet. Materieel vallen er natuurlijk veel meer sites onder, zoals de sites van de omroepen en dagbladen. Maar het maakt wel duidelijk dat er werk aan de winkel is. De Raad moet het digitale gebied beter in kaart brengen. Het is belangrijk dat ook op internet fouten worden rechtgezet. Foute informatie blijft je op internet immers veel langer achtervolgen dan een eenmalige publicatie in een krant. Kijk naar Hans Melchers, die ten onrechte in verband werd gebracht met drugshandel. Die moest langs alle sites, inclusief Google. Er hoeft maar één site te zijn die de fout niet rechtzet en over tien jaar staat het er nog." Hans Melchers heeft nu een fonds opgericht om 'slachtoffers' van de media financieel te ondersteunen.
"Hij heeft wel een punt dat het heel kostbaar is om al die sites af te gaan. Voor veel mensen is dat onbetaalbaar. Tegelijkertijd speelt het probleem ook aan de andere kant. Je hebt genoeg kleine media op internet die eveneens armlastig zijn. Bij een normaal medium zeggen ze als ze een brief van een advocaat binnenkrijgen: we zien het kortgeding wel komen. Een kleine publicatie denkt wellicht: als ik voor de rechter moet verschijnen, kan ik mijn hele toko wel sluiten. De kwetsbaarheid zit op internet soms ook bij providers. De digitale-burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom heeft een keer een test gedaan waarbij ze bij internetaanbieders klaagden over auteursrechtinbreuk, omdat een abonnee een tekst van Multatuli online had gezet. Hoewel het auteursrecht op die tekst al was verstreken, bleken de meeste providers de tekst toch te verwijderen. Bij andere media zou zoiets ondenkbaar zijn."

Hoeveel internetjournalisten en webredacteuren zijn er lid van de NVJ?
"We hebben iets van 110, 120 internetjournalisten in ons ledenbestand. Het werkelijke aantal ligt hoger, omdat sommige mensen die op internetredacties werken, zijn aangemeld als dagbladjournalist of als lid van de omroep. Desondanks blijft het aantal 'internet'-leden hangen op een niveau dat lager is dan het potentieel. Internetjournalisten zijn minder goed georganiseerd dan traditionele journalisten. Het is heel moeilijk om echt greep te krijgen op die groep."

Hoe komt dat?
"De belangrijkste verklaring is dat veel internetjournalisten werken in kleine bedrijfjes die niet zijn ingebed in bestaande mediabedrijven. Als je op de internetredactie van een krant of omroep werkt, is het vanzelfsprekender om lid te worden, omdat er bij dergelijke organisaties een collectief geheugen bestaat van mensen die al jarenlang in de journalistiek actief zijn. De voordelen van de NVJ zijn daar ook duidelijk zichtbaar. Denk aan de CAO's en arbeidsvoorwaarden."

Startende bedrijven hebben een broertje dood aan CAO's.
"Ja, niet alle kleine bedrijven zitten daar op te wachten. Er is vaak ook geen Umfeld waarin je zaken als beloning en arbeidsvoorwaarden makkelijk aankaart. Veel mensen die als journalist aan de slag gaan bij internetbedrijfjes, zijn bovendien niet afkomstig van de Scholen voor Journalistiek waar ze ook sneller in contact komen met de NVJ. Dat betekent voor ons dat het moeilijker is om internetjournalisten te bereiken. We moeten actief naar hen op zoek."

En hoe doen jullie dat?
"Via internet en door middel van activiteiten. Alleen al door mensen samen te brengen en onderwerpen te bespreken die in de groep internetjournalisten leven, kun je laten zien dat de NVJ wat kan betekenen. De bijeenkomsten van de internetsectie van de NVJ zijn redelijk succesvol. Omdat veel internetredacteuren niet op grote redacties zitten, heb je daar minder snel een uitwisseling van gedachten bij de koffieautomaat. Bijeenkomsten kunnen die lacune vullen."

Ik kan me voorstellen dat jullie voordeel hebben gehad bij het uiteenspatten van de dotcom-zeepbel. Bij dreigend ontslag kan de steun van een vakbond wel prettig zijn.
"Dat is inderdaad wel een moment geweest waarop we zichtbaar konden worden op plaatsen waar we al een aantal leden hadden, zoals bij Planet Internet. Bij reorganisaties heb je een soort automatische entree. Op het moment dat je binnen bent, zien anderen dat ook."

Een voet tussen de deur is belangrijk?
"Ja. Je ziet dat ook als bedrijven worden opgeslokt. Kijk bijvoorbeeld naar BNR Nieuwsradio. De BNR-journalisten zitten nu bij Het Financieele Dagblad en zien hun collega's elke maand een heel ander bedrag toucheren. Dan ontstaat er vanzelf het gevoel dat zij ook wat moeten. Dat moment is bij internetjournalisten nog niet zover."

Worden internetjournalisten onderbetaald?
"Het werk dat internetjournalisten doen, wordt op dit moment niet op juiste waarde geschat. Er is sprake van onderwaardering. Journalisten bij bedrijven als Planet en Neos zitten duidelijk een slag onder het salarisniveau dat wij hebben weten te bereiken voor tijdschrift- en dagbladjournalisten. En dat terwijl zij qua capaciteiten, analytisch vermogen en werkdruk recht moeten hebben op meer."

Er zijn webredacteuren die zich voornamelijk bezighouden met het modereren van reacties. Kun je dat nog wel journalistiek noemen?
"De binnenkomende berichten: díe hebben niets met journalistiek te maken. Het selecteren en op een rij zetten van reacties is daarentegen wel degelijk journalistiek. De berichten krijgen een meerwaarde als iemand daar iets mee doet. Vergelijk het met een interview. Als ik word ondervraagd, betekent dat nog niet dat ik journalist ben. Tussen modereren en interviewen zit niet zoveel verschil. In beide gevallen heb je basismateriaal en dat geef je meerwaarde door de ene uitspraak of reactie te gebruiken en de andere weg te flikkeren."

Wordt de moeilijkheidsgraad van de internetjournalistiek onderschat?
"Ja. We laten wel eens journalisten van De Journalist meedraaien met Villamedia. Dan zien ze pas dat het wat anders is dan een knipselkrant. Het is niet eenvoudig om in tien regels de essentie van een nieuwsfeit weer te geven en er een goede kop boven te zetten. Natuurlijk, iedereen wil graag groot onderzoek doen, maar ondertussen moeten de krant en de site wel worden gevuld. Als je die basisbeginselen niet onder de knie hebt, begin je niks. Dan kun je wel heel spannend onderzoek doen, maar wat heb je daaraan als je het op een knudde-manier presenteert?"

Welke nieuwssites hebben de toekomst?
"Uiteindelijk komen er, net als in de omroep- en tijdschriftenwereld, groepsnamen waarop je vertrouwt. Die selecteren uit een enorm aanbod wat voor jou relevant is. Daarom heb je voldoende journalisten nodig om meerwaarde te verschaffen. Verder is succes ook afhankelijk van zoiets banaals als een paar letters. Ik ben een basale internetgebruiker. Ik heb geen software waarmee automatisch het nieuws van mijn favorieten wordt binnengehaald. Ik tik een internetadres nog lekker even in, en dan kom je al snel op sites met twee letters, zoals Nu.nl of Ad.nl. De Volkskrant gebruikt nu ook Vk.nl: heel slim. Mensen haken af als ze een lang adres moeten typen. Dat is net als bij de omroep. Nederland 1, 2 en 3 hebben een basisaantal kijkers omdat ze bij de meeste mensen onder de eerste knoppen van de afstandsbediening zitten. Daar kun je journalistiek geen moer aan doen. Dat is het voordeel van de eerste zijn of een aantrekkelijke naam hebben."

Er is een school die meent dat iedere weblogger in feite een (burger)journalist is. Kunnen al die bloggers zich straks aanmelden bij de NVJ?
"Wij willen nooit in de inhoud treden. De NVJ gaat niet beoordelen of Boulevard of Privé journalistiek is of niet. Als je je brood verdient met verspreiden informatie, ben je journalist. Huisvaders die een site over Ajax hebben, vallen af tenzij ze voldoende geld verdienen en kunnen aantonen dat ze zekere mate van onafhankelijkheid hebben. Al hebben we die onafhankelijkheid tot nu toe niet hard geregeld."

Vormt het leger van burgerjournalisten geen obstakel bij het invoeren van een wettelijk geregeld verschoningsrecht voor journalisten? Straks start Willem Holleeder een weblog en noemt hij zichzelf journalist.
"In België is dit probleem op een slimme manier getackeld. Daar geldt het verschoningsrecht in beginsel voor mensen die betrokken zijn bij het brengen van informatie naar een breder publiek. Uiteindelijk kun je het dan wel aan een rechter overlaten om een oordeel te vellen over de vraag of iemand journalist is of dat het hem alleen maar te doen is om het verschoningsrecht en een perskaart."

Deze zomer bepaalde het Arbitragehof in België dat ook onbezoldigde webloggers die journalistiek actief zijn, zich mogen beroepen op het verschoningsrecht.
"Dat lijkt me wel goed. Het is natuurlijk niet meer zo dat elke gevoelige onthulling wordt gebracht door een journalist met een opschrijfboekje. Als je de definitie van journalist te nauw gaat formuleren, loop je het gevaar dat je geen bescherming meer biedt aan de klokkenluiders, terwijl dat juist de groep is die je wilt beschermen."

Hoe komt het dat de oplages van de betaalde dagbladen dalen? Komt dat door internet of door de gratis kranten Metro en Spits?
"Het speelt allebei een rol. De gratis kranten tonen wel aan dat je blijkbaar nog steeds veel jongeren kunt aanspreken met het krantenproduct. Wel moet alles sneller, korter en gratis. De krant is dus nog niet aan het eind van zijn levensloop, al hoef je met mij niet lang te discussiëren dat de oplagen van de betaalde kranten in huidige vorm niet overeind blijven."

Leidt het niet tot oppervlakkige journalistiek: Metro en Spits die voornamelijk ANP-berichten overnemen?
"Dat is een discussie die ik ook wel eens voer met de hoofdredacteuren van de gratis kranten. Bart Brouwers van Spits zegt: wij schrijven niet alleen maar nieuws over van het ANP. Maar ik denk toch dat hij met die tweehonderd mensen die hij in Limburg had, dieper kon gaan dan met de twintig schrijvende redacteuren die Spits heeft. Dan ben je toch sneller geneigd om een persbericht over te nemen. Ik vind het verder leuk wat de Spits-redactie doet, maar de NVJ maakt zich wel degelijk zorgen om de verschraling van de journalistiek."

Waar blijkt die verschraling uit?
"Zaken als een onafhankelijke blik op regionale politieke discussies, de aanwezigheid in het buitenland en de verslaggeving over wat er in Europa gebeurt, delven het onderspit door alle bezuinigingen. Het is niet voor niets dat wij in een notitie aan de formateur signaleren dat er de afgelopen drie jaar meer dan duizend banen zijn verdwenen in de dagbladjournalistiek. Daardoor verlies je aan inhoud. De journalistiek speelt een wezenlijke rol: als waakhond en als samenbindende factor in een samenleving. Daar moet je menskracht voor hebben."

En dus pleit de NVJ voor het financieel ondersteunen van kranten.
"Ja, maar dat is niet eenvoudig. Je moet zoeken naar manieren waardoor het geld niet meteen wegvloeit naar investeerders als Apax. Een echte oplossing voor dat probleem heb ik nog niet. We moeten daar eens goed voor gaan zitten en kijken wat er in andere landen gebeurt."

De meeste kranten zitten niet op steun van de overheid te wachten.
"Ja, dat is slappigheid. Ze schreeuwen moord en brand als er bezuinigd wordt op de redactie, maar als wij nadenken over manieren waarop je de kranten zou kunnen ondersteunen, voelen ze zich daar te chique of onafhankelijk voor."

Komt de onafhankelijkheid van kranten door subsidies niet in het geding?
"Nee, wat denk je dan? Dat Zalm zal zeggen: ik trek me terug omdat die krant slecht over mij heeft geschreven. Dat is een denkfout. Dan kun je net zo goed zeggen: de publieke omroep is een grote farce. En ik denk nog steeds dat de NOS en de verschillende informatieve programma's prima onafhankelijk hun werk doen."

Op internet wordt het NOS Journaal wel regelmatig aangeduid als het Staatsjournaal.
"Dat is gelul. Dat is LPF. Dat is Herben met zijn appeltje. Luister: we hebben de afgelopen jaren reorganisatie na reorganisatie moeten afsluiten. Voor berichtgeving vanuit het buitenland en Europa geldt: kan niet meer, gebeurt niet meer. Het is vervolgens heel stoer als je hoofdredacteur zegt dat je niets nodig hebt, maar als beroepsvereniging willen we graag iets meer doen."