Onderzoek Journalistiek & Internet
Mediaconvergentie
Convergentie. Enkele jaren geleden was het een toverwoord. Verschillende media zouden steeds meer samenvloeien. Met name televisie en internet zouden steeds meer naar elkaar toegroeien. Diensten als WebTV (internet op je televisie) speelden daar op in en ook voor interactieve tv-programma's werd een grote toekomst voorspeld. Een groot succes werd het huwelijk tussen tv en internet echter niet. Pogingen om via televisie internet aan te bieden, mislukten. WebTV werd een flop. En ook op interactieve tv-programma's zaten maar weinig mensen te wachten. Mensen zijn nog net bereid om tijdens een programma een sms'je te sturen of om een rode knop op de afstandsbediening in te drukken, maar daarmee houdt de bereidheid tot interactie echt op. Degenen die er heilig van overtuigd waren dat internet en televisie zouden samensmelten, vergisten zich in de menselijke natuur, oordeelden critici. Tv-kijken en internetten zijn wezenlijk andere bezigheden. Wie tv kijkt, doet dat bij voorkeur onderuitgezakt op de bank. Internetten doe je op een stoel, het lichaam lichtelijk voorovergebogen. Televisie is een passieve bezigheid, op internet wordt aanmerkelijk meer initiatief van de gebruiker verwacht.
Exit convergentie? Niet helemaal. Bij KPN is het mogelijk om een tv-dienst af te nemen die de huiskamer binnenkomt via het koperdraadje van de telefoon. De dienst, Mine geheten, is een vorm van iptv: televisie via het internetprotocol (ip). Hoewel een dergelijke vorm van televisie meer interactie mogelijk maakt dan gewone televisie, is de dienst eigenlijk niet te onderscheiden van een andere vorm van tv. Je kunt gewoon op je tv-toestel kijken. Hier is sprake van een technische convergentie.
Op andere terreinen lijkt een vergelijkbare evolutie plaats te grijpen. Internet, televisie, radio, krant en telefonie zijn voor een belangrijk deel nog altijd gescheiden werelden. Maar ondertussen is het wel mogelijk om met je mobiele telefoon te e-mailen en te internetten. Via internet kun je tv-programma's terugzien en naar de radio luisteren. Veel kranten, zoals De Telegraaf en de Volkskrant, bieden via internet een integrale elektronische versie van hun papieren krant aan. En de Belgische krant De Tijd is inmiddels zelfs te lezen op elektronisch papier.
Zit de consument erop te wachten?
Het is de vraag of consumenten op al deze innovaties zitten te wachten. Maar sommige zaken slaan wel degelijk aan. Terwijl de oplagecijfers van de kranten dalen, mogen de sites van diezelfde kranten zich verheugen in sterk stijgende bezoekcijfers. Ook videosites zoals Uitzendinggemist.nl en YouTube zien het bezoek exponentieel groeien.
Vincent Everts van het bedrijf PcZapper (video kijken op de pc) steekt zijn enthousiasme over de mogelijkheden van nieuwe technologieën nooit onder stoelen of banken. Volgens hem komt de convergentie van media er alsnog, zij het in een wat rustiger tempo dan enkele jaren geleden werd voorspeld. "We besteden nu 15 minuten per dag aan muziek en video via internet. Daarmee is internet het vijfde tv-station van Nederland. Alleen RTL4, Nederland 1, Nederland 2 en SBS6 slagen er in om de Nederlander langer te boeien. En dit is pas het begin."
Uit Brits onderzoek van november 2006, uitgevoerd door ICM, blijkt mensen die veel video's op internet bekijken, minder naar de gewone televisie kijken. Een kanttekening is hierbij wel op zijn plaats. De groep waarbij dit veranderde mediagebruik zichtbaar is, is nog altijd een minderheid. De digitale voorhoede die regelmatig op internet naar video's kijkt, beslaat vooralsnog maar 9 procent van de Britse bevolking. Tweederde van de Britten kijkt nog helemaal geen video via internet en is ook niet van plan om daar het komende jaar mee te beginnen.
Gevolgen voor de journalistiek
Hebben deze veranderingen in de mediaconsumptie gevolgen voor de journalistiek? De commissie-Wallage, die advies uitbracht over het toegankelijk maken van overheidsinformatie, dacht in 2001 van wel. "[Er] ontstaat (..) door de convergentie van verschillende soorten media ook een nieuwe type journalist, namelijk een die meerdere typen media bedient."
Nu is het natuurlijk allesbehalve nieuw dat journalisten voor verschillende typen media werken. Denk bijvoorbeeld aan de in 1997 overleden Joop van Tijn. Die was niet alleen (hoofd)redacteur van Vrij Nederland, hij was ook betrokken bij tal van radio- en tv-programma's, waaronder het radioprogramma 'Welingelichte Kringen' dat hij jarenlang presenteerde. Wel nieuw is dat veel redacties zich niet langer tot één medium beperken. Een krant is niet langer alleen een krant, maar – om in managementjargon te spreken – een merk. Onder de vlag van dat merk worden vervolgens tal van activiteiten ontplooid: internet, audio, video.
In 2004, toen een vorige editie van dit onderzoek verscheen, kwamen de voorbeelden van mediaconvergentie zonder uitzondering uit buitenland: de siteredactie van Sports Illustrated integreerde in de papieren redactie; The New York Times en de Washington Post plaatsten audio-interviews met hun correspondenten online; en de BBC en een Argentijnse radiozender voorzagen hun verslaggevers van mobiele telefoons met camera's voor het maken van korte videofilms.
Convergentie in Nederland
Inmiddels is het net zo makkelijk om vergelijkbare Nederlandse voorbeelden te geven. Op veel Nederlandse redacties vervagen de verschillen tussen internet, papier, radio en tv. Kijk bijvoorbeeld naar de NOS. Volgens de site van de omroep is de NOS een 'multimediale nieuwsorganisatie die 24 uur per dag en 7 dagen per week actief is'. De verschillende redacties – radio, televisie, teletekst en internet – worden in elkaar geschoven. Of neem Radio Nederland Wereldomroep. De teksten die worden voorgelezen op de radio, verschijnen ook op de website. En spectaculairder: de omroep geeft in de zomer een krant uit die via e-mail naar honderden campings wordt verstuurd.
Omgekeerd houden kranten het al lang niet meer bij papier alleen. NRC Handelsblad maakt het dagelijkse tv-programma Who's Next voor RTL 7, waarbij twee NRC-journalisten (Robert van de Roer en Monique Snoeijen) met een min of meer bekende Nederlander de Nrc.next van die ochtend doornemen. Behalve op RTL 7 zijn de video's ook te zien via de site van de krant. Vrijwel alle andere Nederlandse kranten experimenteren op hun sites eveneens met video en audio.
Bij de FD Mediagroep is mix van media wellicht het verst doorgevoerd. De redacties van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio zitten in één grote ruimte. Radio, krant en internetredactie werken nauw samen. Zo verschijnen in de online artikelen van Het Financieele Dagblad geluidsfragmenten die afkomstig zijn van BNR Nieuwsradio. De redacteuren van Het Financieele Dagblad hebben een cursus radio gevolgd en BNR Nieuwsradio zet hen regelmatig in om als expert commentaar te leveren op de actualiteit.
Mulltiskilled journalisten
Voor al deze nieuwe activiteiten zijn (technische) vaardigheden nodig waarover de journalisten die bij een bepaald medium werken, niet noodzakelijk beschikken. Een krantenjournalist kan niet van de ene op de andere dag een tv-programma presenteren en monteren. Een radiomaker kan niet direct een krant maken en een tv-redacteur vult niet zomaar een website.
Er zijn nog maar weinig journalistieke alleskunners. "Multiskilled journalisten zijn een heel uitzonderlijk soort. The New York Times heeft er ook maar drie op een redactie van vierhonderd mensen", zegt Volkskrant-uitgever Pieter Kok in een interview voor dit project. "Er zijn mensen die alles kunnen, maar die zijn nog zeldzaam", concludeert ook Peter Schrurs, directeur van de VPRO en daarvoor van de School voor Journalistiek. Wel verwachten Kok en Schrurs dat nieuwe generaties journalisten minder moeite zullen hebben met de verschillende media. Schrurs: "Als ik nu nog aan de School voor Journalistiek zou werken, zou ik ook erg stimuleren dat studenten verschillende vaardigheden onder de knie krijgen. Dat soort mensen hebben we in de toekomst nodig." Everts: "Jongere generaties zijn veel meer gewend om allerlei verschillende zaken naast elkaar te doen."
Bas Broekhuizen van de Volkskrant is waarschijnlijk één van de weinige journalisten die in aanmerking komen voor het predikaat multiskilled journalist – hij werkte op de internetredactie, schreef stukken voor de krant en is nu chef video. Zelf gruwt hij van de term multiskilled journalist. "Het idee van de multimediajournalist heb ik de afgelopen jaren achter me gelaten. Het kan best zo zijn dat een journalist meerdere talenten heeft, maar het is lastig om ze tegelijk uit te oefenen. Dan krijg je een onbevredigende situatie, waarbij je twee dingen half doet."
Scheiden van de taken
Een flink deel van de Volkskrant-redactie is wel op cursus geweest om kennis te maken met de nieuwe mogelijkheden, maar volgens Broekhuizen is het niet de bedoeling dat schrijvende journalisten nu massaal de camera ter hand nemen. "Als krantenjournalist ga je heel anders te werk dan als je met een camera op pad gaat. Schrijvende journalisten gaan redelijk blanco ergens naartoe, terwijl je bij het maken van video's van tevoren een plan moet maken. Voor tv of op de radio heb je duidelijke quotes nodig, als krantenjournalist gaat het in eerste instantie om het verhaal. We zijn wel eens samen op pad gegaan, maar dat werkt niet. Je stelt andere vragen en je loopt elkaar in de weg."
Dat betekent niet dat Broekhuizen geen rol ziet weggelegd voor de schrijvende redacteuren van de Volkskrant. "Het voordeel van een multimediale organisatie is natuurlijk dat we de journalistieke expertise van de redacteuren hier kunnen gebruiken voor onze audiovisuele producties – vooral in de voorproductie. We hebben een bureauredactie van tweehonderd man. Daarnaast is het natuurlijk geen probleem als onze journalisten vóór de camera verschijnen, bijvoorbeeld om een standup te doen." Zo presenteert filmrecensent Ronald Ockhuysen een filmrubriek op de Volkskrant-site.
"Ik ben niet van de school zie zegt dat je elke journalist een videocamera mee moet geven. Met het oog op het productieproces is het juist veel efficiënter om taken op te delen", meent Broekhuizen. Hij spreekt uit ervaring. Toen het Utrechtse katern van de Volkskrant verdween, experimenteerde de krant korte tijd met multimediale journalistiek. "We probeerden een onderwerp steeds multimediaal uit te werken: een stuk in de krant en video op de site. Maar dat werkte niet. Het zijn twee verschillende disciplines. Tv-maken is een vak apart, net zoals een stuk voor de krant schrijven."
