Onderzoek Journalistiek & Internet


Nieuwe uitgevers


"Iedereen zijn eigen uitgever" is een droom;
Rond 1995 diende de nieuwe journalistieke uitgever zich aan. Provider Planet gaf twee belangrijke nieuwsbrieven uit, en ook Webwereld deed al snel verslag van de wederwaardigheden op het net. Ondanks de afwezigheid van een echte uitgeeftraditie bleken zij snel in staat het vertrouwen van de Nederlandse lezer als een betrouwbaar medium te winnen. De internetjournalistiek was hard op weg een serieus mainstream nieuwsmedium te worden, en de nieuwe uitgevers zouden in staat zijn grote doelgroepen aan zich te binden. Zeven jaar later is de situatie heel anders. De financiële malaise in de IT-sector heeft ervoor gezorgd dat veel interbedrijven hun nieuwsredacties als overbodige luxe hebben ontmanteld. De traditionele mediabedrijven nemen alert hun prominente plaats weer in. Voor de nieuwe uitgevers zijn voornamelijk de moeilijk bedienbare kleine doelgroeplinken overgebleven. Maar dat hoeft geen slechte uitgangspositie te zijn. Iedereen zijn eigen uitgever?
Al vroeg in de levenscyclus van internet kwam de gedachte op dat met het nieuwe medium iedereen zijn eigen uitgever kon zijn. Daarmee zouden professionele journalisten en grote nieuwsorganisaties tot het verleden gaan behoren. En die gedachte is tot op de dag van vandaag bij mediadenkers verrassend prominent aanwezig. Het RMO-rapport over de media uit 2003 is daarvan een sprekend voorbeeld: "Tegenwoordig is een one-man-band prima in staat om een nieuwsproductie te maken. (...) De functie van intermediair die journalisten, redacteuren, kranten en omroepen bezitten kan in theorie overbodig worden. Iedereen heeft dezelfde toegang tot nieuwsbronnen en hoeft niet op de selectie van de journalist te wachten."

Het gevolg van die oude gedachte was dat er al in 1995 kleine nieuwssites opkwamen die de nieuwe filosofie in praktijk probeerden te brengen. In de beginjaren van het internet werd (in navolging van de Amerikaanse Salon en Slate) vaak de vorm van het e-zine of e-magazine gekozen. Dagelijks, wekelijks of maandelijks werd er een nieuwseditie gemaakt, meestal door één (vrijwillige) redacteur die de nieuwsbronnen op het internet voor zijn lezers hapklaar presenteerde. Planet Internet pakte dat principe al in 1995 wat professioneler aan met drie snel populaire nieuwsbrieven: The Daily Planet, Shift en Planet Multimedia. Anderen volgden. E-zines als De Cursor, Smallzine, Onlijn en I-Nieuws zagen hun oplagecijfers snel groeien.
Maar na de millenniumwisseling kreeg een andere vorm de voorkeur. De weblog begon als een dagelijks persoonlijk dagboek van de talentvolle amateur, maar vindt inmiddels ook zijn vorm in meer professionele omgeving. Alt0169.com en Tonie.net waren de meest aansprekende voorbeelden van een succesvolle amateurversie, maar inmiddels hebben ook Quote en de Volkskrant een aardige weblog.

De nieuwsorganisatie blijft nodig
Iedereen dus toch zijn eigen uitgever? Technisch zeker waar, maar in de praktijk is er eerder sprake van een mooie droom uit een ver verleden, dan een realiteit. Er zijn uitzonderingen: de journalistieke site Vaart.nl, voor binnenschippers, wordt al jaren in de lucht gehouden door Dirk van der Meulen. Veel e-zines (internetmagazines) uit de begintijd van het Nederlandse net (I-nieuws, Webbedingetjes) waren producten van eenlingen. Maar juist deze kwalitatief hoogstaande e-zines zijn er als eerste mee opgehouden. De continuïteit blijkt keer op keer een probleem. De taak is simpelweg te zwaar, er is een constant tekort aan geld en tijd, en de eenling is er in de regel na een paar jaar wel op uitgekeken.
Bovendien, de organisatorische steun van een nieuwsorganisatie - correspondenten, specialistische deelredacties, fotografen en cameramensen - is simpelweg niet aanwezig, en dat levert voor hoogstaande journalistiek onoverkomelijke hindernissen op. Peter Olsthoorn van journalistiek bureau P7 (o.a. vervaardiger Planet Multimedia en Netkwesties) ziet nog een ander probleem: "Journalisten zijn simpelweg geen goede uitgevers. De mensen die naast de journalistieke ook de benodigde commerciële vaardigheden bezitten, zijn echte witte raven. Bovendien: het is niet onmogelijk in je eentje, maar dagelijks publiceren is bijzonder slopend."
Het is dan ook niet vreemd dat de e-zines die het journalistieke uithoudingsvermogen bezitten door een bedrijf worden uitgegeven (Planet Internet, Mailmedia, Focus Internet). Inmiddels zijn de weblogs van Alt0169 en Tonie.net al weer een tijd ter ziele en Quotenet en de Volkskrant nemen dat stokje over.. Met de weblogs lijkt het dus dezelfde kant op te gaan. Het journalistieke drama daarvan mag men overigens niet onder- of overschatten. Uiteraard zijn er enkele kwalitatief hoogstaande en vernieuwende amateur-e-zines of -weblogs, maar zij maken slechts enkele procenten uit van het totale aanbod. Journalistiek is een vak. De meeste amateurproducties hebben geen enkele journalistieke relevantie, of zijn kwalitatief ver onder de maat.



Journalistiek als nevenactiviteit
De nieuwe Nederlandse uitgevers zijn dus zeker niet primair individuen met zendingsdrang. Voornamelijk providers, maar ook zoekmachines en internetgemeenschappen zijn de nieuwe actoren achter de journalistiek. Zo is provider Planet Internet onbetwist de belangrijkste internetuitgever in het Nederlandse taalgebied geweest. Nu.nl, oorspronkelijk opgericht door zoekmachine Ilse, is de meest bekende onafhankelijke nieuwsdienst. Community's als DDS, Focus-In, Villamedia en Indymedia hebben bijgedragen aan de alternatieve vormen van journalistiek.
Dat de journalistiek niet de hoofdactiviteit van genoemde bedrijven heeft uitgemaakt, hoeft an sich niet te verbazen. Enkele uitzonderingen daargelaten is de commerciële uitgeefformule op internet nog niet gevonden. Uiteraard wordt er reclameruimte verkocht, maar dat is normaal gesproken niet genoeg om de journalistieke onderneming te financieren. En dus kon en kan een internetnieuwsmedium slechts overleven bij de gratie van alternatieve inkomsten van het moederbedrijf.

"Ik denk niet dat veel nieuws van het internet is verdwenen omdat het PR of luxe betrof. Als het de bedoeling was dat het direct geld op zou brengen was het gewoon failliet gegaan. Geen nieuwsconsument wil tot nu toe betalen, en geen enkele site heeft het tegendeel daarvan bewezen. Er is ook veel te veel geld ingepompt; belangrijker is dat je een naam hebt. Wellicht zouden mensen voor de columns van Jan Blokker of voor de stukken van Francisco van Jole betalen."
"De sterke kant van internet is dat het een geheugen heeft. Als je op een reeks terugkijkt kun je zien wat er beklijft. Vandaar dat ik me afvraag of juist snel nieuws geschikt is voor het internet. Maar ik maak me meer zorgen om de journalistiek in zijn algemeenheid. De consumptie van journalistiek neemt af, er is meer behoefte aan pret."
Journalistiek als PR
De laatste jaren is veel zelfstandige internetjournalistiek van het Nederlandse net verdwenen. Dat komt omdat de Nederlandse internetjournalistiek nooit een melkkoe is geweest, maar meer een imagoproduct voor de aandeelhouders van het moederbedrijf, service naar de klanten, lokkertje voor bezoekers of doodgewoon leuke franje, al bestond tijdens de hype even de hoop dat er toch iets te verdienen viel. Dat heeft altijd één groot voordeel gehad. In tegenstelling tot wat vele critici van de internetjournalistiek hebben beweerd, hebben de meeste journalistieke media op het net de scheiding van advertentie en redactionele tekst, inhoud en commercie uitstekend overeind gehouden. Juist doordat de illusie van de winst snel verdween, zijn de grondprincipes van het redactiestatuut bij de serieuze internetjournalisten overeind gebleven. De nieuwe uitgevers waren bezig met emancipatie van de traditionele media, en daaruit ontstond de drang het 'beste jongetje van de klas te zijn'.
Maar ook het nadeel ligt voor de hand: als de journalistiek op het net ontstond uit het oogpunt van de PR, is dat een te kleine basis voor continuïteit. Het zijn immers de eerste activiteiten die sneuvelen als het moederbedrijf in zwaar weer terechtkomt. Het is dan ook niet vreemd dat de enorme internetrecessie van enorme invloed is geweest op de pluriformiteit van de zelfstandige en vernieuwende internetjournalistiek. Wat rest van de nieuwsvoorziening op de grote sites, is vaak een vermomde ANP-telex in een leuk vormgegeven jasje.

Internetjournalistiek wordt vanzelfsprekend
Dat wil niet zeggen dat de internetjournalistiek in Nederland geen enkele rol meer speelt, integendeel. De nieuwe algemene journalistiek op het Nederlandse net is volledig overgenomen door de traditionele media, met de publieke omroep en de kranten voorop. De NOS bezit veruit de beste nieuwssite van Nederland, en een Nederlandse krant zonder nieuwssite is inmiddels niet meer voor te stellen. Maar in de kern is internet voor kranten en omroepen ook een soort nevenactiviteit; inmiddels noodzakelijke service naar de lezers en kijkers, een beetje research en development en een manier om met de doelgroep in contact te blijven in een veranderende nieuwsmarkt.

Somberheid bij internetuitgevers niet nodig
De grote nieuwe uitgevers zijn in feite gestopt met hun poging de traditionele media in het algemene nieuws te beconcurreren. Toch is er geen reden deze 'strijd' in zijn geheel als verloren te beschouwen. Wat is overgebleven is niet minder kansrijk: de niches. Op de zeer specifieke deelmarkten winnen de nieuwe uitgevers langzaam maar zeker terrein. Beroepsgroepen, hobbyisten en consumenten en burgers met zeer specifieke vragen weten de gespecialiseerde sites inmiddels uitstekend te vinden. Journalisten kunnen niet meer zonder Villamedia, koeriers weten zich geen raad zonder e-courier.nl, IT-ers zijn niets zonder Webwereld en verzamelaars kunnen zich de tijd voor Marktplaats.nl niet meer herinneren. De effecten daarvan in de traditionele media zijn dan ook al duidelijk zichtbaar. Kranten merken een duidelijke terugloop van onder meer personeelsadvertenties, mini's en contactadvertenties en het is duidelijk dat het nieuwe medium daarin een belangrijke rol opeist.
Internet maakt het mogelijk heel kosteneffectief een kleine, nauwkeurig bepaalde markt te bedienen, en dat biedt ook kansen voor de journalistiek. Het online magazine van Radio538 is wellicht niet het journalistieke hoogtepunt van deze eeuw, maar niettemin een fraaie illustratie van die stelling. Interne personeelsbladen en relatiemagazines verbruiken door het bestaan van intra- en extranet steeds minder papier, en er is geen enkele reden dat niet als journalistieke vernieuwing te benoemen. Nagenoeg ongemerkt verwerft internet zich, juist in schijnbaar sombere tijden, een niet weg te denken plaats in de uitgeefbranche.

De toekomst, metertjes weer in het groen
Onafhankelijk van de geleidelijke opmars van de internetjournalistiek in de kleinere deelmarkten, zijn ook de eerste tekenen van een algemeen herstel van de internetjournalistiek zichtbaar. In de Verenigde Staten is internet inmiddels van 8 tot 10 's ochtends het meest belangrijke nieuwsmedium. Er wordt in dat gedeelte van de dag zelfs al gewerkt met hogere advertentietarieven en meer redactie. Deze nieuwe houding wordt 'dayparting' genoemd. De microbetaalsystemen zijn in 2003 technisch een realiteit. Daarmee kan een begin worden gemaakt met betaalde internetjournalistiek. Het uitgeven van nieuws op een mobiel technisch platform is deel van de zeer nabije toekomst. Het jonge medium is nog volop in ontwikkeling, internetjournalisten hebben nog geen fundamentele redenen zich zorgen te maken.