Onderzoek Journalistiek & Internet


Journalistiek en bronnen


Een van de respondenten van het onderzoek in 2006 stuurde de onderzoekers een e-mail met de mededeling dat hij het niet zo zag zitten om de vragenlijst in te vullen. Hij vond het onderzoek onzinnig, omdat in zijn ogen het gebruik van internet in de Nederlandse journalistiek inmiddels net zo vanzelfsprekend is als leidingwater voor de Nederlandse bevolking. En daar lijkt het inderdaad op. Voor zo'n beetje elke Nederlandse journalist gaat er geen dag voorbij zonder e-mail en surfen op het world wide web. Internet is overduidelijk een niet meer weg te denken hulpmiddel voor de hedendaagse informatiegaring en nieuwsproductie. Journalisten gebruiken het medium om op een snelle manier aan nieuws en achtergrondinformatie te komen, bronnen en informanten te vinden en nieuwe ideeën op te doen. Daarnaast gebruiken ze het web voor aanvullende activiteiten die belangrijk zijn in het journalistiek werk zoals informatie controleren, concurrerende media volgen en op de hoogte blijven van de actualiteit.

Vast tijdsbudget
Ondanks dat internetgebruik doodnormaal is geworden in de journalistiek, blijft het zinvol om in kaart te brengen op welke manier journalisten internet gebruiken en welke consequenties dat heeft voor hun berichtgeving. Op die manier kunnen allerlei speculaties over de rol van internet in de journalistiek met onderzoeksgegevens worden onderbouwd of juist weerlegd. Bijvoorbeeld de veronderstelling dat journalisten steeds meer hun informatie verzamelen via internet. Door de cijfers over het internetgebruik van journalisten in 2002 en 2006 met elkaar te vergelijken kunnen we constateren dat het adoptieproces, gekeken naar tijdsbesteding, in de Nederlandse journalistiek reeds in 2002 was voltooid. De tijd die journalisten aan internet en e-mail besteden, is de laatste jaren namelijk niet toegenomen. Blijkbaar beschikken journalisten over een min of meer vast tijdsbudget voor online informatiegaring.
Hoewel de tijdsbesteding aan internet dus min of meer constant is gebleven, is er wel een duidelijke toename in diversiteit van gebruikte internettoepassingen. In 2002 werden voornamelijk toepassingen als e-mail, websites en zoekmachines gebruikt. In vier jaar tijd is echter het gebruik van elektronische nieuwsbrieven verdubbeld, het gebruik van nieuwsgroepen, elektronische knipseldiensten, instant messaging verdrievoudigd, en het chatten is zelfs vertienvoudigd. Journalisten gebruiken in dezelfde tijd dus een grotere diversiteit aan toepassingen.
Een dergelijk patroon vinden we ook terug bij de diverse functies die internet en e-mail vervullen in de journalistieke praktijk. We zien een toename van bijna alle onderzochte functies, terwijl het aantal journalisten dat internet nooit gebruikt voor die functies, in zijn geheel is afgenomen.

Tijd niet toegenomen
Het lijkt een tegenstelling: Het gebruik van diverse internettoepassingen is toegenomen, evenals de functies waarvoor journalisten internet gebruiken, maar journalisten zijn er niet meer tijd aan gaan besteden. Vermoedelijk hebben journalisten in hun werkweek een bepaald aantal uren die ze besteden aan verschillende werkzaamheden. Ze zijn tijd kwijt aan redactievergaderingen, interviews houden, artikelen schrijven en reportages monteren. Daarnaast spenderen ze een aantal uren aan zaken als nieuwsgaring, informatie verzamelen, feiten controleren en bronnen zoeken. In 2002 gebruikten ze hier internet al voor, hoewel de toepassingen over het algemeen beperkt bleven tot e-mail, websites bezoeken en zoekmachines gebruiken. De tijd die ze in 2006 besteden aan de genoemde werkzaamheden is blijkbaar niet toegenomen, en de rol van internet daarbij ook niet. Maar wel is het aantal journalisten gegroeid dat allerlei andere internettoepassingen is gaan gebruiken, zoals nieuwsbrieven, nieuwsgroepen en elektronische knipseldiensten. Bovendien kan een rol spelen dat journalisten door de langere ervaring, meer handigheid hebben gekregen in het gebruiken van internet, waardoor ze in dezelfde tijd efficiënter met allerlei internettoepassingen hebben leren omgaan.



Kritischer
Journalisten zijn de laatste jaren wel wat kritischer geworden over het gebruik van internet in hun werk. Hoewel ze ervaren dat internet hun werk vergemakkelijkt, tonen ze zich in 2006 een stuk kritischer over het gebruik van internetinformatie. De groep journalisten die zorgvuldig de betrouwbaarheid van informatie zegt te controleren is substantieel gegroeid.
Ook over de gevolgen die het gebruik van internet kan hebben voor de journalistiek is de kritische houding toegenomen. Daarbij valt direct op dat onder journalisten vooral de zorg is genomen dat collega’s te makkelijk gebruik maken van informatie van internet. Blijkbaar maakt het medium het journalistieke werk makkelijker, maar de journalistiek niet beter, volgens het oordeel van veel journalisten. Dit komt ook tot uitdrukking in de opvatting van een grote groep journalisten dat de journalistiek door het veelvuldig gebruik van internet oppervlakkiger wordt en de zorgvuldigheid afneemt. Indien dit de ingeschatte gevolgen zijn voor het professionele beroepsveld, dan is het onmiskenbaar belangrijk om de gevolgen van het gebruik van internet in de journalistiek ook de komende jaren te monitoren.

Spagaat
Alles overziend kent de opmars van internet in de journalistiek een opvallend verloop. Aanvankelijk (voor 1997) bestaat er veel scepsis onder journalisten over het nut van internet. Vervolgens is er rond 2002 breed gedragen optimisme over de nieuwe mogelijkheden voor informatiegaring en de ongebreidelde schat aan informatie op het web. Dat optimisme is er nog steeds, maar inmiddels kijkt een substantiële groep met een kritische blik naar het eigen internetgebruik en naar de gevolgen van internet voor de journalistiek. Ze ervaren de voordelen, maar onderkennen tevens negatieve kanten. Dat heeft vermoedelijk te maken met het karakter van de hedendaagse informatievoorziening. Die verloopt niet langer op overzichtelijke wijze via de massamedia, maar is veranderd in een permanente vloedgolf aan berichten en nieuwtjes die zich via talloos veel kanalen verspreidt. Nieuwssites en blogs zorgen voor een wilde, ongecontroleerde stroom aan nieuwe informatie. Journalisten voelen de noodzaak om daarin mee te gaan en niet achter te blijven. De actualiteit is dwingender dan ooit, wie het nieuws niet onmiddellijk brengt loopt achter de feiten aan en verliest aan zeggingskracht. En dat wil geen journalist. Niet voor niets noemen journalisten het zo snel mogelijk brengen van nieuws naar het publiek een cruciaal aspect van het vak. Dat is hun missie. Maar juist in die aanzwellende stroom aan nieuws en informatie is het ook de taak van journalisten om het kaf van het koren te scheiden. Dat is lastig als de druk hoog is om snel te publiceren of uit te zenden. Het onmiddellijk brengen van nieuws is nu eenmaal moeilijk te verenigen met journalistieke principes als het controleren van feiten en toepassen van wederhoor. Het lijkt erop dat journalisten ervaren dat de combinatie van actualiteit en journalistieke betrouwbaarheid een spagaat is die steeds moeilijker is vol te houden.