Onderzoek Journalistiek & Internet


Opleidingen


Sinds de grote klapper, die vorig jaar zovele dot-combedrijven vloerde, is de term ‘internet’ bevlekt. Niet alleen it-ers worden met een opgetrokken wenkbrauw bekeken, ook internetjournalisten hebben het steeds moeilijker ‘hun’ medium te verdedigen. Voor de sceptici binnen de journalistiek was de exploderende ‘dot-bom’ de lang gezochte bevestiging: internet wordt nooit een volwaardig medium. Dat heeft ook nadelige gevolgen voor de interesse in het worden van internetjournalist. Opleidingen kampen met dalende interesse. Bij de internet-bedrijven die over de kop gingen, zaten welliswaar weinig journalistieke sites, maar de bittere nasmaak heeft toch zijn weerslag gehad op de afstudeerrichting internetjournalistiek. Zowel het HBO in Tilburg, als dat in Ede, als dat in Utrecht spreken van een forse afname in het aantal studenten dat zich inschrijft voor de afstudeerrichting nieuwe media. “In twee jaar tijd is het studentenaantal in die richting afgenomen van 25 naar twaalf”, aldus Michel Simons (Academie Journalistiek Fontys in Tilburg). Peter Verwey van de School voor Journalistiek in Utrecht vertelt dat er vorig jaar nog twee groepen van 20 voor internetjournalist studeerden, tegenover één groep van 10 studenten dit jaar.

‘Oud-medium-docenten’
De negatieve berichten over de internetwereld hebben, naar Verweys opvattingen, niet alleen hun weerslag op de interesse van de leerlingen. Hij vind dat zijn niet-internet-gelinkte collega’s op de School voor Journalistiek in Utrecht dit aangrijpen als een reden om zich niet voor het nieuwe medium in te zetten. “Dit lijkt erg op de situatie binnen veel krant- en tv-redacties. Een veel gehoorde klacht daar is dat de internetjournalist van zijn collega’s eerder tegen- dan medewerking krijgt. Er heerst op veel redacties – en dus ook op het HBO - een grote scepsis bij de oude garde tegenover het internet. De meeste van hen weigeren bijscholing te volgen en dus blijft internet een geïsoleerd pad in de opleiding”.
“Zo weten ze hun leerlingen onvoldoende over het internet te vertellen. Studenten hebben dat snel door. Dus als er een opdracht in de les is opgenomen waarbij de research op internet gedaan moet worden, dan weten de studenten heel goed dat de kennis die ze zelf al hebben die van de leraar waarschijnlijk overtreft. Dat geeft scheve verhoudingen.”

Verwey staat niet alleen in zijn frustratie. Ook de leraren van de school in Ede noemen docenten van de ‘oude media’ als een remmende factor binnen het internetjournalistieke onderwijs. Vos en Bakker waren niet erg te spreken over de houding van sommige collega’s tegenover de aankomende internetjournalist: “De attitude van docenten is gemengd. Dit laatste heeft alles te maken met de kennis en vaardigheden van collega’s in het docentencorps”. Vos en Bakker opteren ervoor om cursussen die leraren up to date houden, verplicht te stellen. (…meer scholing voor docenten (denk aan verplichte stages voor alle docenten die bij lesgeven over/in nieuwe media betrokken zijn...) Verwey heeft het gevecht tegen de bierkaai opgegeven en formuleert krachtig: “Ik heb geen zin om te trekken aan een dood paard.”

Nieuwtje eraf
Verwey brengt nog een andere ontwikkeling onder de aandacht: “Wat ook meespeelt bij de terugloop in het aantal aanmeldingen is dat de studenten het internet inmiddels wel kennen. Het ‘nieuwtje’ is eraf. We hoeven ze niet meer bij het handje te nemen, ze hebben op de middelbare school al met het medium leren werken. Sommige studenten menen op safe te spelen door een meer gevestigde afstudeerrichting als audio/visuele of schrijvende pers te kiezen. Internet doen ze er wel ‘even’ bij.”
Het nieuwe medium wordt wel als zeer nuttig gezien door de leerlingen. Voor de facultatieve internetvakken wordt immers massaal ingetekend, aldus de leraren Maarten Bakker en Ruud Vos.

Internet breder trekken
Het internet heeft naast de functie als medium uiteraard ook de functie als naslagwerk. Dat is niet alleen interessant voor internetjournalisten, maar ook nuttig voor alle andere media. “Het zou natuurlijk het beste zijn om ‘internet als bron’ niet los meer aan te bieden, maar om dit te infiltreren in de lessen TV, Radio en Schrijvende pers. Want voor elk ‘oud’ medium heb je andere praktische tips online staan. Op die manier kan je het zoeken op internet toespitsen op het medium waarin de student afstudeert”, zegt Peter Verwey. “Maar dan zullen er toch echt leraren bijgeschoold moeten worden.”

Curve
Geen van de docenten Vos, Bakker, Verwey of Simons is bang dat de richting internetjournalistiek zieltogend weg zal kwijnen: “Natuurlijk is er toekomst, wellicht minder booming dan we eerst dachten, maar internetjournalistiek zal niet meer verdwijnen. En dus zal er ook behoefte blijven aan scholing. Ik denk dat het huidige aantal leerlingen beter past bij de vraag van de markt, op dit moment. Verdere terugloop is echter niet wenselijk en moet voorkomen worden met meer aandacht voor het medium in de eerste 2 studiejaren”, meent Simons van de opleiding in Tilburg.

Ook leraren van de School voor journalistiek in Ede menen: “Waarom zou het HBO internetjournalistiek van de hand moeten doen als er in het werkveld sprake is van een zekere consolidatie? Het HBO zou hier zelfs een voortrekkers- dan wel aanjaagfunctie kunnen gaan vervulllen. Immers: het beroepsveld kalft van boven af door onder meer pensionering en wordt vanaf de onderkant gevoed door journalisten afkomstig van opleidingen.”