Onderzoek Journalistiek & Internet
Veldwerk
Toen de redacties eenmaal in de gaten kregen dat internet niet langer kon worden genegeerd, werden internetredactie opgezet. Maar internetredacteuren bestonden nog niet of nauwelijks en een whizzkid van buitenaf aantrekken was ook geen oplossing, want er moest een binding zijn met het ‘oude’ medium. Uiteindelijk werden redacteuren van het oorspronkelijke medium omgeschoold of in ieder geval omgedoopt tot ‘internetredacteur’. Een hele overstap. “Het was wennen. Ik kwam van de radio en moest nu gaan schrijven”, zegt Theo Tamis, Internet Producer Wereldomroep. “Veel extra scholing heb ik niet gehad. Een cursus Photoshop, zodat ik illustraties kon maken, en ik kreeg drie dagdelen les in het werken met het opmaaksysteem. Webschrijven heb ik mezelf aangeleerd. Mijn artikelen, die ik schreef naar aanleiding van radioreportages, kon ik aan niemand voorleggen ter controle. Dat klankbord miste ik. Sinds enkele maanden zit er nog een Engelse internetredacteur op de radiovloer. Wij lezen steevast elkaars artikelen nog even door voor we publiceren. Een verademing.” Ook de chef internet van Omroep Brabant, Tim Zunneberg, komt van de radio. "Na 10 jaar was het voor mij tijd voor iets nieuws. Ik heb toen zelf voorgesteld: Laat mij die nieuwe media-kar maar trekken. Ik heb geen bijscholing gehad. Daar was geen tijd voor. Gelukkig was ik als "heavy user" al redelijk bekend met het medium en konden wij voor de meer technische zaken - html, vormgeving, contentmanagement - expertise van buitenaf aantrekken. Pas toen wij onze website online hadden, ben ik de eerste cursussen gaan volgen."
Marco van der Laan, chef internet van de Telegraaf, schreef voor zijn internetcarrière bij het ‘Nieuws van de dag’, editie Almere. Maar die krant werd opgedoekt. Bij de Telegraaf werd net in die periode de eerste internetactiviteit ontplooid. En aangezien de Telegraaf eigenaar was van de verdwenen krant… “Het was voor mij een logische overstap. Internet, het leek me wel wat. Bovendien heb ik informatica gestudeerd (de journalistiek ben ik ingerold) waardoor een toekomst in internet nog meer voor de hand lag. Ik had van zowel internet als journalistiek al wat kaas gegeten.”
De voor- en nadelen
Nu de heren al verschillende jaren op de webredactie werken, zijn zij natuurlijk dé aangewezen personen om de voor- en nadelen van de nieuwe en oude media eens tegen het licht te houden. Alle drie noemen ze als eerste voordeel van het internet het verschil in deadline. Die valt niet meer op ‘de aanvangstijd van het programma’ of ‘de tijd waarop de krant zakt’. Publiceren kan continu. De sport is om een item eerder te brengen dan de concurrent. “Het houdt je scherp”, aldus van der Laan.
Interactie
Maar over het gevoel van intimiteit met de doelgroep bestaan wel verschillende meningen. Zunneberg: “Er is bij internet veel meer contact met de luisteraar / lezer dan bij radio. We ontvangen 60 tot 70 mailtjes per week. Eindelijk hoor je de mening van degene voor wie je al dat werk verricht! Heel verfrissend. Maar ik merk ook op een ander vlak dat je dichter bij de mensen zit. Laatst berichtten we bijvoorbeeld over een dode bij een verkeersongeval in ‘s-Hertogenbosch. Ontstaat er spontaan een condoleanceregister in het gastenboek! Dat was bij radio nooit mogelijk geweest.”
Anonimiteit
Tamis en Van der Laan ervaren de intimiteit met de internetdoelgroep anders. “Interactiviteit is natuurlijk een groot voordeel”, begint de chef van de internetafdeling van de Telegraaf. “Maar als je gedwongen wordt om je gastenboek te sluiten, omdat sommige creaturen het niet kunnen laten er de meest smerige, racistische onzin in te verkondigen, blijft er weinig van over. En mailtjes zijn natuurlijk leuk - we worden er mee bestormd - maar het haalt het voor mij niet bij persoonlijk contact met de mensen op straat. Als ik vroeger op de markt in Almere liep, werd ik steevast aan mijn jasje getrokken voor ‘t laatste nieuws of om een mening te ventileren. Nu ben ik veel anoniemer. Niemand weet wie ik ben of hoe ik eruitzie.”
Audio en video
De multimediale kant van het internet is ook een grote verandering, hoewel de drie internetjournalisten aangeven dat hier geen echte specialisatie voor nodig is. Het gebruik van audio en video is een kwestie van encoderen, online zetten en een link aanbrengen. “Het werk dat ik doe bestaat vooral uit het bewerken van audioreportages tot een internettekst. Daar zoek ik vaak zelf nog informatie bij, omdat een radio-item dat mooi klinkt niet altijd voldoende om het lijf heeft voor een volledige tekst van 500 woorden. Bij de tekst zet ik een link naar de geëncodeerde audio. Als de tv-tak van de Wereldomroep (BVN) ook een item gedraaid heeft, kan ik ook nog linken naar video. Dan hebben we zowel audio, video als tekst, afgemaakt met een link naar het forum. Ik geloof dat je dan alle multimediale aspecten wel bij elkaar hebt”, lacht Tamis.Ook bij Omroep Brabant bewerken ze video en audio, de internetgroep is bovendien versmolten met de teletekstredactie, zodat er optimaal gewerkt kan worden.
Tekst is voldoende
Bij de Telegraaf is dat een ander verhaal “Wij hebben geen eigen video- of audiomateriaal. Er was sprake van een samenwerking met Cameo Media, maar die is nooit van de grond gekomen. Nu ontbreekt ons simpelweg het geld. Er is onlangs een heel stel collega’s naar huis gestuurd, omdat we moesten inkrimpen. Audio en video blijven dus nog onbereikbaar. Maar ik heb het idee dat mensen het niet verwachten of missen bij een krantensite. Ik heb er tenminste nog nooit een klacht over gehad.”
Reacties collega’s
Van het veilige, bekende oude medium naar het nieuwe, rebelse onbekende. In plaats van mét je ‘oude’ collega’s werk je ze nu ook wel eens tegen. Bij het aanspraak maken op ‘potjes’. Of het verplichten tot het leveren van een bijdrage of het ter beschikking stellen van materiaal voor het internet. Hoe ga je daar mee om?
Gratis weggeven
“De internetsite van de Telegraaf bestaat al ruim 7 jaar. In die tijd is de aanvankelijke wrevel tussen de twee redacties een heel eind verdwenen. Maar de ‘angst voor het onbekende’ is er wel geweest. De journalisten van de krant vonden dat we hun nieuws gratis weggaven. Daarnaast werd er volgens hen veel te veel geld in het internet gepompt, dat er nooit meer uit zou komen. Deze vooroordelen heersen vooral onder de ‘oude garde’, de jonge honden bekijken de mogelijkheden van het nieuwe medium positiever. Waarschijnlijk omdat zij de voordelen wel inzien. Wij hebben hard gewerkt om de vooroordelen te ontkrachten. Met de inkomsten uit de reclame op de site compenseren we het leeuwendeel van de kosten. En ook zorgen we regelmatig voor eigen nieuws, dat de krant dan weer kan overnemen. Zo zien de journalisten van de krant dat het tweerichtingsverkeer is. En het werkt, we hebben inmiddels verschillende redacteuren die zowel voor de krant als voor de site werken.”
Nieuw product
Bij de Wereldomroep verlopen de onderlinge verhoudingen ook redelijk soepel, vertelt Tamis. Maar het scheelt dat de radioverslaggevers niet het idee hebben dat hun items gratis de lucht worden ingestuurd. Wanneer een audiostuk wordt omgezet naar tekst, is het een geheel nieuw product, dus er is geen reden voor haat en nijd.
Alles went
Zunneberg komt met een mooie vergelijking: “Ach, het is gewoon een kwestie van wennen. Toen ik nog bij de radio werkte, werd op een gegeven moment een schokkende nieuwigheid ingevoerd. Journalisten moesten hun item voortaan geknipt en geplakt in leveren, in plaats van het ruwe materiaal bij de technicus te dumpen. De rellen die daardoor ontstonden! Ongelofelijk. Journalisten vonden het hun werk niet, technici vreesden voor hun baan. 10 jaar later is het de gewoonste zaak van de wereld. Zo gaat het met internet ook. Ook die verandering verankert zich uiteindelijk in het redactionele systeem.”
Buitenspelen
Nu de heren hun plaats in de internetwereld hebben gevonden, rest nog een laatste vraag: Spijt? “Nee, geen spijt,” peinst Tamis. “Maar ik mis het ‘buitenspelen’. Ik mis de kick van een interview met een vooraanstaand politicus. Ik heb het nu nog naar mijn zin bij internet, maar - wie weet - zoek ik ooit de radio weer op.” De internetchef van de Telegraaf mist ook het directe contact met mensen, maar heeft er vertrouwen in dat er uiteindelijk ruimte zal zijn voor eigen verslaggeving op zijn internetredactie. Spijt van de overstap heeft hij zeker niet: “Internet heeft ook zoveel voordelen.” De man van Omroep Brabant, tot slot, is veruit het meest gepassioneerd over zijn overstap: “Ik heb in internet mijn medium gevonden, een combinatie van het beste. Internet past als een handschoen. Ik zou nooit meer terug willen.”
