Onderzoek Journalistiek & Internet
Wie is de online journalist?
Het idee dat internetredacties vooral bevolkt worden door jonge redacteuren, is maar ten dele door het onderzoek bevestigd. Ook blijken internet-redacties een vaste plaats te hebben in het personeelsbeleid, en vormen zij niet langer een nevenactiviteit. De hoofdtaken van de online-journalist zijn schrijven voor het internet en eindredactie. Verslaggeving komt niet veel voor, blijkt uit het onderzoek. En dat bevestigt dat internet-journalistiek vooral een kantoorbaan is. Maar wel degelijk met een journalistiek karakter, zo geven de geënquêteerden aan. Leeftijd: 30 tot 50
Twee leeftijds-categorieën strijden om de voorrang: 32% van de redacteuren is tussen de 30 en 40, maar het aantal tussen de 40 en de 50 is even groot. Een minderheid (17%) is jonger dan 30, of ouder dan 50 (18%).
Opleiding/inkomen: niet alleen jonge honden
Over het algemeen is de internet-redacteur een man (70%) opgeleid op een van de Scholen voor de Journalistiek (36%) of aan de universiteit(34%) al dan niet met een kopstudie journalistiek (4%). Speciale cursussen zijn voor 13% van de geënquêteerden van belang voor het verrichten van hun werk. Qua inkomen zijn de topinkomens (meer dan 40.000 euro) net in de meerderheid (bijna 31%), op de voet gevolgd door twee lagere inkomensgroepen. 26% heeft een inkomen tussen 30.000 en de 40.000; en 29% heeft een inkomen tussen 20.000 en de 30.000.
Deze gelijke verdeling over de verschillende inkomens-categorieën wijst er dus op dat interjournalistiek niet iets is voor alleen jonge en beginnende redacteuren, maar dat ook oudere en ervaren journalisten op de online-redactie werken.
Vast contract, cao
Ook de heersende opvatting dat de online-redactie een hobby of nevenactiviteit is, wordt door het onderzoek onderuitgehaald. De web-journalistiek heeft een vaste plaats in het personeelsbeleid. Een meerderheid van de online-redacteuren heeft een vast contract (52%), gevolgd door freelancers (34%) en tijdelijke contracten (15%). De arbeidscontracten van zowel vaste als freelanceredacteuren zijn voor het merendeel gebaseerd op de CAO en met name de CAO voor journalisten (60%). De online-journalistiek heeft zich een geïnstitutionaliseerde plaats verworven, ook al gaat het maar om kleine afdelingen; 38% van de respondenten zegt dat de online-redactie bestaat uit 1 of 2 vaste fulltime-krachten; 26% heeft 3 tot 5 vaste krachten in dienst.
Bureau-baan
De werkzaamheden bestaan voor het belangrijk deel uit schrijven voor het web (61%) en uit eindredactie (49%). Verslaggeving komt minder voor (24%) en dat bevestigt de indruk dat online-redactie toch vooral bureauwerk omvat.
Infografics lijken buiten het terrein van de online-resacties te vallen, die worden overgelaten aan speciale redacties. Maar 6% van de geënquêteerden zegt infografics te maken.
Ongeveer een derde van de geënquêteerden heeft een leidinggevende functie als webmaster of projectleider. De leiding van de website of online redactie berust uiteindelijk bij een hoofdredacteur; 70% van de ondervraagden zegt dat het medium waar ze bij werken een hoofdredacteur heeft; de leiding van online-redacties is dus journalistiek van aard en staat los van ICT- of commerciële leidinggevenden.
Wel degelijk journalistiek karakter
Een veel gehoorde opvatting over internet-journalistiek: die is niet onafhankelijk, eerder een verlengstuk van de commerciële communicatie- of advertentieafdeling.
Hoewel een scheidslijn niet alleen voor de internet-journalistiek moeilijk is te trekken, blijkt uit de enquête dat de helft van de deelnemers werkt bij een site met een journalistiek karakter (bijna 50%); een derde van de sites bevat ook commerciële componenten (32%), maar de redactie verricht nog altijd journalistiek werk.
De respondenten werkten over het algemeen op websites met een journalistiek doel, slechts 16% van de respondenten omschrijft hun site als gericht op PR of commerciële activiteitenen.
Scheiding commercie
Indien er ook sprake is van commerciële activiteiten dan bestaat er tussen de journalistieke werkzaamheden en de commerciële activiteiten een scheiding. Tweederde van de geënquêteerden zegt dat er geen sprake is van commerciële beïnvloeding. De veronderstelling dat in de online-journalistiek de scheiding tussen reclame en journalistiek dunner is en dat journalistieke websites eerder commerciële belangen zouden dienen, wordt hierdoor dus zeker niet bevestigd.
Aan een webstatuut dat uitdrukkelijk de onafhankelijkheid van de redactie regelt heeft 67% geen behoefte; de redactie werkt over het algemeen alleen voor het eigen medium of de eigen site en niet voor andere sites. Iets minder dan 65% van de respondenten beantwoordt de vraag of ‘ de redactie ook voor nadere sites werkt’ ontkennend.
Leunen op 'moeder'-medium
De online journalistiek leunt nog sterk op de geschreven media. 30% van de respondenten zegt dat de eigenaar van de site de uitgever is van een bestaand papieren medium. Op afstand gevolgd door bedrijven (19%), omroepen (13%) en verenigingen of andere organisaties (16%). Toch is het maken van de content geen kwestie van domweg doorplaatsen. De overgrote meerderheid van de geënquêteerden geeft aan de inhoud uitvoerig te herbewerken voor internet.
Niet multimediaal
De tendens van het multimediale tijdperk, waarin beeld, tekst en geluid volledig integreren, zet nog niet door. Schrijven is nog steeds de moeder van alle journalistiek. Bijna 62% van de deelnemers verricht werkzaamheden als schrijvend redacteur, en wanneer expliciet gevraagd wordt naar de productie van audio of video, dan zegt een kleine 60% dat niet te doen.
Internet-only
Infografieken zijn wel van belang op de redacties van een meerderheid van de deelnemers. 55% zegt dat de redactie vaak of soms infografieken produceert. Overigens betekent dit niet dat de meeste sites zouden bestaan uit shovelware, waar kopij en foto's zonder meer worden doorgeplaatst naar de website. Tweederde van de deelnemers zegt dat de tekst op de site uitsluitend op internet is te vinden. In 35% van de gevallen was sprake van een internet-only medium. Bij de rest was er een relatie met een geschreven medium zoals een landelijk of regionaal dagblad, een publieks- of opinieblad, of een radio/TV omroep; rekenen we ook vakbladen en verenigingsbladen mee dan stijgt een relatie met een geschreven medium tot boven de 40%.
Niet domweg doorplaatsen
De websites van de geënquêteerden online-redacteuren leunen sterk op de geschreven journalistiek en hebben een sterke band met gedrukte analoge, bestaande media. Ondanks het digitale tijdperk, ‘print still rules…' Maar tegelijkertijd wordt content van het oude medium niet simpel doorgeplaatst. In een zeer kleine minderheid van de gevallen wordt kopij ongewijzigd geplaatst, maar meestal worden artikelen herschreven, op maat gemaakt, aangevuld met links naar documenten, of aangevuld met extra (multimediale) elementen.
Gratis
De geleverde content is meestal gratis te bezoeken, zegt 86% van de respondenten. Dat betekent dus dat oude media vaak voor de kosten opdraaien. Het feit dat print nog steeds oppermachtig is, is dan ook vooral een financiële kwestie. Online-content verdient zich niet terug. Zoeken naar andere publicatiemogelijkheden waarmee wel geld verdiend kan worden, blijkt nog een niche-markt. Het merendeel van de redacteuren werkt voor het web. Andere platforms, zoals sms, i-mode of speciale pda-edities, zijn van weinig belang. Elektronische nieuwsbrieven genieten daarentegen wel belangstelling. Maar vaak bestaat de inhoud hiervan uit de content van de website. Weblogs en het idee van open media zijn nauwelijks aanwezig in de officiële, 'gesloten' media, slechts voor een zeer klein aantal deelnemers is deze activiteit relevant.
Knelpunten
Ondanks dat de meeste respondenten (84%) positief zijn over de toekomst van de site, is niet àlles rozengeur en maneschijn. Een veelgenoemd (49%) knelpunt is bijvoorbeeld een te klein redactiebudget, maar ook het gebrek aan bijvoorbeeld medewerking van de reguliere redactie en technische problemen zijn punten die moeten verbeteren, blijkt uit het onderzoek. Als dat ook daadwerkelijk gebeurt, benadert het percentage toekomst-positieve online-journalistien bij een volgende enquête de 100% nog dichter.
