Heb je vragen? Bel 020-303 97 00

‘Dit akkoord doet recht aan ieders belang’

13 juli 2015

Afgelopen week is het principeakkoord bereikt voor een nieuwe cao bij de Publieke Omroep. Omroepsecretaris René Roodheuvel had een belangrijke ambitie: een zo gelijkwaardig mogelijke rechtspositie voor mensen met zowel een vast als een tijdelijk contract. ‘Dit akkoord doet recht aan ieders belang.’

Zowel uit de hoek van vast omroeppersoneel als tijdelijke contractanten stromen de positieve reacties binnen met alle eenzelfde strekking: dit is een akkoord waar je mee voor de dag kunt komen. Omroepsecretaris René Roodheuvel: ‘Sowieso zijn mensen opgelucht dat er eindelijk weer een cao is. En mensen zijn blij dat we voor een pragmatische oplossing hebben gekozen.’

Wat zijn de meest geslaagde punten uit het akkoord?
"Fijn dat het uiteindelijk toch gelukt is"

‘Een redelijke loonsverhoging, afspraken over tijdelijke contracten en een behoorlijke sociale regeling.

Het salaris voor alle omroeppersoneel, vast en tijdelijk, gaat in totaal met 2,5 procent omhoog per 1 augustus 2015 en in 2016. Daar komt nog eens tweemaal een eenmalige uitkering van 1 procent bovenop.

Er zijn afspraken gemaakt over de uitbreiding van tijdelijke contracten. Medewerkers kunnen maximaal drie contracten gedurende 24 maanden krijgen. Voor bepaalde functies kunnen er onder voorwaarden uitzonderingen worden gemaakt naar uitbreiding van 6 contracten in 48 maanden.

Belangrijk is ook de sociale regeling. Hier vallen nu ook de regionale omroepen onder en juist daar moet van Rutte 2 fiks worden bezuinigd in 2017. Er zijn goede outplacement- en beëindigingregelingen afgesproken. Voor tijdelijke contractanten zijn de beëindigingvergoedingen aanzienlijk hoger dan in de wettelijke transitievergoeding en ook hoger dan in de oude cao.’

Wat waren de hete hangijzers?

‘In december 2014 liepen de onderhandelingen stuk op de tijdelijke contracten en het sociaal plan. In juni van dit jaar werden de onderhandelingen hervat. De werkgevers wilden ook een zogenaamde modernisering doorvoeren waarbij vakantie-uren, aanpak NRD-uren, en periodieken moesten worden ingeleverd. Gelukkig hebben we dat van tafel kunnen halen.’   

Binnen de nieuwe wet Wet werk & zekerheid (Wwz) geldt dat tijdelijke werknemers in 2 jaar maximaal 3 contracten kunnen krijgen. In bepaalde gevallen maakt de Wwz uitbreiding naar 6 contracten in 48 maanden mogelijk, “indien de intrinsieke aard van de bedrijfsvoering dit vereist”. Dat is ook in deze nieuwe cao afgesproken. Hoe wordt straks bepaald wat die intrinsieke aard is?

‘Enerzijds hebben we te maken met de nieuwe financieringssystematiek van de NPO en anderzijds met de nieuwe Wet werk en zekerheid. Alleen bij hoge uitzondering mag je afwijken van die 3 contracten in 24 maanden bij programma - en productiegebonden functies.

Daarnaast is de verdeling per omroep van werknemers met contracten van onbepaalde en bepaalde tijd 75/25 procent het uitgangspunt. Bij sommige functies kunnen afwijkende percentages worden afgesproken tot 60/40 procent onbepaalde/bepaalde tijd.

De OR gaat hierin een belangrijke rol spelen. Jaarlijks moeten de omroepen een formatieplan overhandigen waarin zij moeten beargumenteren dat ze willen afwijken van die 25 procent. De OR moet hiermee instemmen. Komt men er niet uit dan kunnen beide partijen, samen of apart, in beroep bij de Vaste Commissie.’

Daarnaast hebben werkgevers de intentie uitgesproken dat ze in de tweede helft van die 48 maanden mensen een zo lang mogelijk contract willen geven. Dat geeft hen extra zekerheid. Er komt een speciale werkgroep die gaat monitoren wat er in de praktijk gebeurt.’

In het verleden bleek die verdeling van de contracten altijd een groot struikelpunt. Omroepen stuurden onvolledige rapportages over de percentages in of helemaal geen rapportages.

‘Dat klopt. Het verschil is dat in de oude situatie de rapportages aan de cao-partijen werden gepresenteerd en dat nu de beoordeling bij de OR binnen de omroep komt te liggen. De ondernemingsraden worden getraind in het hanteren van de regels en het beoordelen van het formatieplan.’

In de nieuwe cao is in ruime mate rekening gehouden met tijdelijke contractanten. De beeldvorming was vaak dat de NVJ meer doet voor vast personeel.

‘Dat wordt nogal makkelijk gezegd. Maar ook voor de onderhandelingen over tijdelijke contracten moet je toch echt bij de NVJ zijn. Ik snap waar die perceptie vandaan komt, maar het is onterecht.  

"Vooral het behoud van NRD-uren, daar ben ik blij mee"

Ons uitgangspunt is namelijk dat vast werk een vast contract rechtvaardigt, want we vinden het van de gekke dat bij doorlopende programma’s de ene contractant wordt afgewisseld door de andere. Maar dat kunnen we wel vinden, de praktijk is anders, zeker bij de Publieke Omroep.

Sommige omroepwerkgevers zoeken al jarenlang de grenzen op van de flexibele schil en gaan daar als je niet oplet overheen. Als wij iets voor 12 maanden afspreken, komen er opeens contracten van 9 maanden zodat werkgevers zich niet aan afspraken hoeven te houden. Op het moment dat er dus nog meer op flexibliteit wordt aangedrongen, worden wij argwanend.

We hebben echter ook te maken met de realiteit van nu en dan hebben wij de volle aandacht voor de tijdelijke contractanten. Daarom streven we naar een zo gelijkwaardig mogelijke rechtspositie voor zowel mensen met een vast en met een tijdelijk contract.

Met de nu gekozen oplossing zorgen we ervoor dat er geen ongebreidelde groei komt van de flexibele schil en dat er randvoorwaarden worden gesteld. Hiermee komen we tegemoet aan de wensen van de leden. Dit akkoord doet recht aan ieders belang.’

Terug naar vorige pagina

Dossier bij dit nieuws