Heb je vragen? Bel 020-303 97 00

NVJ en NPO-bestuur: programmamakers hebben recht op informatie

15 januari 2016

Het NPO-bestuur en de NVJ zijn het erover eens dat de programmamakers bij de Publieke Omroep  goed geïnformeerd moeten worden over de besluitvorming rond het wel of niet doorgaan van programma’s. Hoe dat moet is vers twee, maar daarover blijven NPO en NVJ met elkaar in gesprek.

Het overleg tussen een uitgebreide NVJ-delegatie en beide NPO-bestuurders, Henk Hagoort en Shula Rijxman, volgde op de zorgen die de NVJ heeft geuit over de huidige gang van zaken bij de Publiek Omroep en de gevolgen van de nieuwe Mediawet. 

Journalistieke onafhankelijkheid

Het gaat met name om de ‘checks and balances’ die de journalistieke onafhankelijkheid van programmamakers moeten waarborgen. De politieke invloed op de benoemingen van Raad van Toezicht en Raad van Bestuur is een hierbij al een belangrijke kwestie voor de Eerste Kamer bij de behandeling van de Mediawet.

Maar ook de benoeming en werkwijze van de operationele NPO-tussenlaag zoals zender- en netmanagers, en genrecoördinatoren moet volgens de NVJ transparanter. Zij hebben al veel – en krijgen door de nieuwe Mediawet steeds meer - zeggenschap over de plaatsing en financiering van programma’s. De NVJ wil van de NPO erkenning voor het feit dat men hiermee  wel degelijk een inhoudelijke rol speelt die raakt aan de journalistieke vrijheid van de programmamaker.

De besluitvorming bij de NPO over het wel of niet maken van een bepaald programma (onderwerp) is nu teveel een grijs gebied. Programmamakers willen meer informatie, besluitvorming over programma’s op basis van duidelijke criteria, en een beroepsmogelijkheid.

De NVJ denkt daarvoor aan de opstelling van een helder programma- of redactiestatuut bij de NPO, zoals ook door de NVJ is bepleit tijdens de hoorzitting over  de Mediawet in de Eerste Kamer.      

Werkgelegenheid

In het gesprek met de NPO-top heeft de NVJ ook haar zorg op tafel gelegd over het effect van de verschuiving van de zeggenschap over programma’s voor de werkgelegenheid van programmamakers.

De structurele onzekerheid over de financiering van hun programmavoorstellen door de NPO leidt ertoe dat de omroepen het aantal vaste contracten verminderen en hun “flexibele schil’’ vergroten door meer gebruik te maken van tijdelijke contracten en freelancers. De NVJ ziet dat er een verschuiving van werk plaatsvindt, maar constateert ook dat meeste werk wel  binnen de Publieke Omroep blijft. In feite gaat het dus om vast werk dat een vast contract rechtvaardigt. De NVJ wil hier een oplossing voor en vind dat de NPO – gezien  haar veranderende positie – meer arbeidsrechtelijke verantwoordelijkheid moet nemen voor de betrokken programmamakers.

Terug naar vorige pagina