Heb je vragen? Bel 020-303 97 00

‘Transparantie is eerste vereiste’

8 juni 2016

‘Transparantie is eerste vereiste’ Kan een onafhankelijk journalist jaarverslagen redigeren, zich in laten huren als dagvoorzitter, of voor een politieke partij werken? Wordt de hybride journalist de nieuwe realiteit? En is er nog ruimte voor journalistiek in de regio, of hebben voorlichters die ruimte ingenomen? Deze en andere vragen kwamen voorbij tijdens de eerste bijeenkomst van het nieuwe NVJ-platform Meet the Press in een goed gevuld Nieuwspoort.

Een korte (niet representatieve) poll laat zien dat 40 procent van de respondenten vijf jaar geleden al een gemengde praktijk had, 35 procent zegt dat er een verschuiving is opgetreden van onafhankelijke journalistiek naar een gemengde praktijk en 25 procent zegt nog steeds onafhankelijk journalist te zijn. Meer dan de helft (57%) ervaart met een gemengde praktijk geen tegenstrijdige belangen. Maar ook zegt ruim de helft (53%) met een gemengde praktijk bewust geen commerciële opdrachten aan te nemen in het gebied waarin hij of zij onafhankelijke journalistiek bedrijft; 47 procent doet dat overigens wel.

Ben ik dat?

Aliëtte Jonkers, is medisch journalist, freelancer en dagvoorzitter. Tot voor kort had ze nog nooit van de term hybride journalist gehoord. ‘Ben ik dat? Ik schrijf veel en doe wel eens een dagvoorzitterschap, en ik trap graag heilige huisjes omver. Ik hoor in deze zaal iets te vaak dat journalisten hybride worden omdat zij niet kunnen rondkomen als journalist. Maar mij hoor je niet klagen, ik vind het vooral leuk wat ik doe.’

Onafhankelijk journalist en hybride journalistiek roept een tegenstelling op, die Jonkers onterecht vindt. ‘Alsof je het één of het ander bent. Als je voor een organisatie werkt die gesteund wordt door de overheid zou dan niet kunnen, terwijl de publieke omroep ook wordt gesubsidieerd. Onafhankelijkheid bestaat sowieso niet. Een journalist die bij een krant alles klakkeloos overschrijft, of een journalist die clickbaits belangrijker vindt dan waarheidsvinding. Wat ben je dan? Onafhankelijk?’

Wat je wel kunt doen is je constant afvragen of datgene wat je doet, voldoet aan de beroepsethiek. Transparantie is eerste vereiste, zegt Jonkers. ‘Misschien moeten we wel toe naar een soort disclaimer op je site.’  

Aliëtte Jonkers presenteert zich als journalistiek merk, ze is een inhoudsdeskundige die haar risico’s spreidt. Hartstikke leuk werk, maar er zijn wel grenzen. ‘Ik doe niet alles. Voor een farmaceutisch bedrijf zal ik niet optreden als dagvoorzitter, voor ziekenhuizen doe ik dat wel. Voor sommige journalisten is een belangenvereniging ook een ‘dark side’, maar die organisaties moeten er maar tegen kunnen als ik kritisch over ze wil schrijven. Het kan gebeuren dat je een opdrachtgever hierdoor verliest, maar je houdt wel betere kwalitatieve opdrachtgevers over.’ 

Redigeren van een jaarverslag

De grens van wat wel of niet kan, is voor elke journalist anders, zo blijkt uit de reacties van de aanwezigen. De een heeft geen moeite met het redigeren van een jaarverslag, de ander wel. De een laat zich wel inhuren door een politieke partij, de ander beslist niet. Waar die grens ligt, kan van behoorlijke invloed zijn op het jaarinkomen van een zelfstandige. Uiteraard komt de discussie dan snel uit op de lage tarieven die opdrachtgevers bereid zijn te betalen, ongeacht het aantal ervaringsjaren van de opdrachtnemer.

Aliëtte Jonkers is stellig: als ondernemer heb je je doelen. Toen ze in 2010 begon, realiseerde ze een omzet van 30.000 euro. Dat is inmiddels verdubbeld, haar omzet groeit nog steeds. Het is in haar ogen niet meer en minder dan wat een ondernemer zou moeten doen. ‘Als je voor het ondernemerschap kiest heb je doelen.’

Er is nauwelijks een middenklasse

Toch kent de freelance journalistiek een kleine bovenlaag, nauwelijks een middenklasse en een enorme onderlaag die het niet redt. ‘Dat is niet zielig of zuur doen, er is werkelijk een probleem’, werpt moderator Max van Weezel tegen. ‘Het is niet alleen de realiteit in de journalistiek, de hele creatieve sector kent een soortgelijke problematiek: vaste diensters worden vervangen door zzp’ers en een paar jaar later worden de zzp’ers vervangen door vrijwilligers.’

‘Je kunt ook iets anders doen, als je weinig verdient’ zegt Jonkers. ‘Ik vind het een Calimero-standpunt. Niemand wordt gedwongen om journalist te zijn. Mij is het ook niet komen aanwaaien.’

Toch is er sprake van een tweedeling, vindt ook professor Henri Beunders, hoogleraar Ontwikkelingen in de Publieke Opinie aan de Erasmus Universiteit. ‘Bedrijven moeten winst halen. Het grote geld bepaalt hoe de onderkant betaald wordt.’

Journalistiek in de regio

Beunders was voor de middag uitgenodigd om te praten over de vraag of de media nog wel de kern zijn van onze 'mediamaatschappij'? Of hebben voorlichters de journalistiek overgenomen in de regio en is er nog wel ruimte voor journalistiek in de regio? Hij onderzocht enkele jaren geleden de nieuwsvoorziening in de regio en de relatie tussen gemeenten en onafhankelijke lokale en regionale media. Enkele bevindingen: de afdeling communicatie van de gemeente Almere telt 45 fte tegenover 7 fte journalisten bij twee lokale kranten. Die wanverhouding is pijnlijk. In Culemborg lanceerden twee wegbezuinigde journalisten een lokale nieuwssite. Maar er kwam geen subsidie en inmiddels is de site ter ziele. Beunders is dan ook groot pleitbezorger voor onafhankelijke steun voor regionale en lokale media.   

Toekomstige journalisten en hun studie

Wordt de hybride journalist de nieuwe realiteit? Hoewel de term hybride ook aversie opriep, bleek dit wel een van de kernvragen tijdens de startbijeenkomst. Gevolgd door de vraag welke gevolgen dit zal hebben voor toekomstige journalisten en hun studie? Volgens Len Middelbeek, teamleider/coördinator International Communication Management aan de Haagse Hogeschool, leveren de opleidingen in communicatie mensen af die over het algemeen op schrijfplekken terecht komen, vaak bij de overheid of bij commerciële bureaus.

De journalist van de toekomst is in zijn ogen iemand die op zijn minst één specialisme -bachelor HBO of academische master – heeft afgerond als hij aan zijn journalistieke beroepsopleiding begint. ‘Wil je journalist worden, volg dan een specialistische opleiding, leer daarna journalistieke vaardigheden en kies een vak waar je veel van weet en ga daar mensen over informeren.’ 

Terug naar vorige pagina