Heb je vragen? Bel 020-303 97 00

Werken voor commerciële opdrachtgevers is dagelijkse praktijk

9 juni 2015

Werken voor commerciële opdrachtgevers is dagelijkse praktijk Bijna 55 procent van de NVJ-leden die als zelfstandige werkt doet commercieel werk naast hun reguliere journalistieke werk. Onder NVJ-leden die in vaste dienst werken is dit 11 procent. Bijna de helft van de ondervraagde journalisten vindt dat zij daarbij zeer wel in staat zijn hun onafhankelijkheid en grenzen te bewaken. Dit blijkt uit de Schnabbel-enquête die de NVJ hield onder haar leden. Aanleiding voor dit onderzoek is het komende Grote Schnabbeldebat dat zaterdag 13 juni wordt gehouden in Utrecht. 

Waar ooit de breed gevoelde spagaat tussen onafhankelijke journalistiek en het zogenoemde schnabbelen bestond, is nu de combinatie van journalistieke en commerciële opdrachten voor veel zelfstandigen bijna niet meer weg te denken. Maar is bijklussen buiten de journalistiek goed te combineren met werk voor onafhankelijke media? En moeten we toe naar een “regulering” in de vorm van een journalistieke eed of zou een register waarin freelancers transparant hun opdrachten tonen?

Onafhankelijkheid

Uit de enquête die de NVJ hield onder haar leden blijkt dat journalisten zeer wel in staat zijn om hun onafhankelijkheid en grenzen te bewaken. Meer dan 46 procent van de respondenten antwoordt nee op de vraag of commercieel journalistiek werk de geloofwaardigheid van onafhankelijk journalistiek werk aantast. Iets meer dan 16 procent vindt van wel en het overige deel vindt dit afhangen van het type werk of de organisatie. Zo vindt een kwart dat je moet oppassen als het commerciële werk hetzelfde vakgebied overlapt. Andere twijfelgevallen zijn: werken voor organisaties die veelvuldig in de journalistieke belangstelling staan; als het meer dan eenmalig is; of als de journalist niet volstrekt transparant is over zijn klussen.

Geen eed

Het merendeel van de leden (66%) vindt niet dat er een eed zou moeten worden afgelegd, waarin journalisten beloven hun onafhankelijkheid en vakmanschap altijd voorop te zullen stellen. Dit wordt als een maatregel voor de bühne beschouwd. Journalisten en titels worden dagelijks op hun geloofwaardigheid afgerekend en daar is geen eed voor nodig, aldus de leden. Meer dan de helft (52%) vindt bovendien een register waarin alle klussen zichtbaar zijn, een slecht idee. Journalisten kunnen prima zonder opgelegde transparantie hun onafhankelijkheid bewaken. Desalniettemin vindt een kwart van de leden zo’n register wel een logische stap. De NVJ zou daarin het voortouw moeten nemen. Iets meer dan 22 procent vindt dat een initiatief voor een register bij de journalist moet liggen.

Financiële noodzaak

Journalisten die commercieel bijklussen doen dit omdat zij het werk leuk vinden en omdat zij hierin hun journalistieke kwaliteiten goed kwijt kunnen (68%). Een ander belangrijk argument is financiële noodzaak. Werken voor onafhankelijke media levert onvoldoende op (54%).  In de enquête komt dan ook vaak de oproep terug aan de NVJ om zich in te spannen voor betere freelance-tarieven. Tegelijkertijd zien veel freelance-leden het doen van commerciële klussen als een gewoon onderdeel van hun werk. De in de enquête gehanteerde termen als bijklussen en schnabbelen typeren de dagelijkse praktijk van een freelancer niet goed, zo stellen sommige respondenten. Het werk van freelancers voor andere opdrachtgevers behoort tot de dagelijkse praktijk en is net zo belangrijk als het werk voor onafhankelijke titels.

Ongeveer 15 procent van de respondenten neemt commerciële klussen aan om beter inzicht te krijgen, zich te specialiseren en een netwerk op te bouwen. De overwegingen om juist geen commerciële klussen aan te nemen, hebben te maken met geen tijd (62%), aantasting van de geloofwaardigheid (46%) of een verbod vanuit de werkgever (15%).

De vragenlijst van de Schnabbel-enquête door ruim 600 leden, van wie 52 procent als zelfstandig ondernemer werkt en bijna 35 procent in loondienst. De overige 13 procent is student, gepensioneerd of is deels freelancer.

Thomas Bruning

Algemeen Secretaris
06 20 49 52 45
020 3039 731

Terug naar vorige pagina