COLUMN | Tijd voor journalistieke voorjaarsschoonmaak

woensdag 16 maart 2016

COLUMN | Tijd voor journalistieke voorjaarsschoonmaak ‘The New York Times wil online een flinke slag slaan’, meldt Villamedia. Door online takken toe te voegen wil de journalistieke gigant toekomstbestendig worden. Wanneer journalisten wordt gevraagd naar innovatie, zijn ze enthousiast. Ze zien het potentieel van nieuwe mogelijkheden: snelle nieuwsgaring, directe publieksbenadering, interactieve vormgeving. Toch blijft het vaak steken op dit enthousiasme. Wanneer journalisten wordt gevraagd wat ze doen met die nieuwe mogelijkheden, is het antwoord duidelijk: ‘Daar heb ik geen tijd voor.’

Waarom niet? ‘Omdat ik ook nog mijn journalistieke werk moet doen.’

Dit is een zeer begrijpelijk antwoord. De afgelopen jaren hebben de journalistieke media moeten vechten om te overleven. Wie nu nog op een redactie werkt, heeft meerdere reorganisaties doorstaan. Daarmee is veel geïnvesteerd in één kant van de innovatiemunt: hoe kan je zo goed mogelijk je werk doen, met zo weinig mogelijk middelen? Maar een munt kent ook een tweede zijde: het verkennen van nieuwe mogelijkheden. Op het gebied van technologie, vorm of inhoud. In de drang tot efficiëntie blijft daar weinig speelruimte voor over. Dat terwijl innovatie alleen succesvol is als beide kanten wezenlijk deel uitmaken van de organisatiecultuur.

Het is dus de vraag hoe we die speelruimte terugkrijgen. Ik heb een voorstel. Een krant telt al snel vijftig pagina’s. De NPO zendt dagelijks net zoveel uren journalistiek uit. Wat nou als we de kranten vijf pagina’s dunner maken en de omroepen vijf uur minder zendtijd produceren? De werktijd die normaal gesproken daarnaartoe gaat, kan worden besteed aan nieuwe journalistieke projecten.

Nu hebben we een actieve journalistieke start-upcultuur in Nederland, maar dat is niet genoeg. Innovatie werkt namelijk beter als het aanvullend is. Nu schieten start-ups als paddenstoelen uit de grond, maar zakken ze net zo snel weer in elkaar. Niet omdat er niks bruikbaars in die start-ups zit, maar omdat ze niet snel genoeg geld verdienen. Zo wordt het kind keer op keer met het badwater weggegooid. Bij kranten en omroepen leeft dit probleem veel minder. Het is mooi als een project in het geheel slaagt, maar het hoeft niet. Alleen succesvolle onderdelen blijven over. Zo kan innovatie stukje bij beetje groeien.

Het lijkt misschien tegendraads: afbreken wat we proberen te beschermen. Maar ook The New York Times begrijpt dat het bijschaven van de bestaande journalistiek niet genoeg is. We moeten ook iets van het oude loslaten, om ruimte te maken voor het nieuwe.

We hebben de lente mee. Misschien is het tijd voor een journalistieke voorjaarsschoonmaak?

 

De NVJ biedt leden en/of bestuursleden van de NVJ een podium om hun visie op de journalistiek onder de aandacht te brengen of commentaar te leveren op actuele ontwikkelingen in de media. Zij doen dit op persoonlijke titel en vertolken niet noodzakelijkerwijs de standpunten van de vereniging.

Columnist

Peter Smet

Voorzitter sectie Vers in de Pers

{snippet:block_twitter}