Column | Klokkenluiden:“Ik heb toch vrijheid van meningsuiting!”

Journalisten stellen vaak misstanden aan de kaak. Dit is ook een onderdeel van de vrijheid van meningsuiting. Vanzelfsprekend dient daarbij wel een belangenafweging plaats te vinden, namelijk het belang van de maatschappij om kennis te nemen van de misstand, tegenover het recht op privacy van de betrokkene .

Dat wordt anders als je als werknemer een misstand in je eigen bedrijf in de publiciteit wil brengen. Het aangaan van een arbeidsovereenkomst begrenst de vrijheid van meningsuiting. Het bekendmaken van bijzonderheden aangaande de huishouding of het bedrijf die een werknemer behoorde geheim te houden, kan een dringende reden tot ontslag op staande voet opleveren.
Dit kan nog verder gaan als er een geheimhoudingsbeding is overeengekomen. Sommige CAO’s bevatten ook een geheimhoudingsbepaling. Daarnaast kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen dat van de werknemer een zekere loyaliteit mag worden verwacht. Een werknemer dient zich te onthouden van gedragingen en uitlatingen die de werkgever kunnen schaden. Kortom, klokkenluiden leidt vrijwel altijd tot arbeidsrechtelijke gevolgen.

Voor ambtenaren bestaat er een regeling inzake het omgaan met vermoedens van een misstand, voor andere werknemers ligt er al jaren een wetsvoorstel op de plank. In principe dient een werknemer zich te onthouden van uitingen die een goede vervulling van de arbeid of het functioneren van de onderneming kunnen schaden. Deze verplichting is niet van toepassing indien de werknemer in redelijkheid kan menen dat het algemeen belang de openbaarmaking noodzakelijk maakt.

Uit de jurisprudentie blijkt dat van belang is of de werknemer zorgvuldig te werk is gegaan. Is de misstand zodanig ernstig dat het belang van openbaarmaking opweegt tegen de mogelijke schade voor de werkgever. Heeft de werknemer eerst geprobeerd de zaak intern aanhangig te maken en op te lossen? Is vervolgens de minst schadelijke weg gevolgd?

Leden van een vakbond en een ondernemingsraad hebben over het algemeen meer ruimte. Kritiek op arbeidsverhoudingen en oproepen tot mogelijke acties kunnen een bedrijf weliswaar schade toebrengen, maar maken ook onderdeel uit van de medezeggenschapsverhoudingen. Bovendien gaat het niet aan om belangenbehartigers via de geheimhoudingsplicht het werk onmogelijk te maken.

Hoewel journalisten dus gewend zijn om kritisch om te gaan met allerlei misstanden, kunnen zij hun recht op vrijheid van meningsuiting tegenover hun werkgever juist niet volledig uitoefenen.

Villamedia magazine, jaargang 2, nr. 19, 5 november 2010
Petra Oudhoff
Jurist NVJ

Columns