Freelance | NVJ-Onderschrijven voorontwerp Auteurscontractenrecht Platform Makers
Ministerie van Justitie
Postbus20301
2500 EH Den Haag
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Postbus16375
2500 BJ Den Haag
Ministerie van Economische Zaken
Postbus20101
2500 EC Den Haag
Amsterdam, 29 september 2010
Geachte mevrouw, geachte heer,
Namens de NVJ en haar leden wil ik via deze weg graag het voorontwerp Auteurscontractenrecht en de reactie vanuit Platform Makers, onderschrijven.
De journalistiek kent inmiddels meer en meer freelancers en zzp-ers die in hun individualiteit kwetsbaar zijn. Individueel, creatief ondernemerschap is in een markt met enkele zeer grote media-partijen als opdrachtgever een uitdaging op zich. Het wetsvoorstel zou op het gebied van auteurscontractenrecht een belangrijk en terecht tegenwicht kunnen bieden ten opzichte van de machtspositie van grote media-ondernemingen. Bloei van creativiteit van freelancers, als individueel ondernemers, is essentieel voor de Nederlandse kenniseconomie. De NVJ maakt zich daarom graag sterk voor de positie van de individueel rechthebbende.
De NVJ heeft ca. 8500 leden die werkzaam zijn in de journalistiek en behartigt haar belangen, ca. 3000 van deze leden zijn freelancer. In de toekomst voorzien wij meer en meer zzp-ers/freelancers in de plaats komen van journalisten in dienstverband. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen jaren een sterke concentratie gezien aan de zijde van de opdrachtgevers (zie ook http://www.mediamonitor.nl/ van het Commissariaat voor de media), waardoor de onderhandelingspositie van individuele journalisten over auteursrechten vrijwel onmogelijk is geworden.
Gezond ondernemerschap valt of staat met een rechtvaardige wetgeving, een andere weg om de journalistieke en creatieve taak te borgen is er niet.
Het volgende willen wij daarom voor onze freelance leden benadrukken:
1. Het voorontwerp en reactie van Platform Makers leveren voor onze leden duidelijke meerwaarde. Wij appreciëren de vooruitstrevendheid van Het Ministerie van Justitie hierin en adviseren een spoedige invoering van deze wetswijziging.
2. De huidige Nederlandse mededingings- en ondernemerswetgeving is in onze ogen op dit moment teveel gebaseerd op de situatie van het verleden en ontworpen voor problematiek die organisaties meebrengen: waarbij bijvoorbeeld prijsafspraken moeten worden voorkomen en waar mededingingswetgeving op is ingericht. Deze wetgeving werkt averechts voor kleine ondernemers, mede gelet op de genoemde concentratie aan de zijde van media-opdrachtgevers en de situatie is in vergelijking met Duitsland in Nederland in dit opzicht ongunstiger.
3. Wij onderschrijven de onontbeerlijkheid van de onoverdraagbaarheid van het auteursrecht bij leven in combinatie met een exclusieve licentie die iedere 5 jaar opzegbaar is en tekenen daarbij aan dat deze periode voor journalisten korter zou moeten zijn omdat nieuws beperkter houdbaar is. Onrust over terugverdientijd van investering bij uitgevers is in de journalistieke wereld om diezelfde reden minder van toepassing voor journalisten.
4. Ook de Non-usus bepaling en bestseller-clausule zijn voor onze leden van belang bijvoorbeeld bij herplaatsing van hetzelfde materiaal. Mede gezien de tendens dat verschillende krantenorganisaties in handen komen van “fusiegroepen” is de bestseller clausule onontbeerlijk. Ik kan als sprekend voorbeeld de foto noemen van het zeilmeisje Laura noemen die zonder problemen nu al overal herplaatst kon worden zonder dat de maker daar enig voordeel bij heeft gehad.
5. Als laatste benadrukken wij de overweging mee om het begrip ‘billijke vergoeding’ anders te definiëren, namelijk in de zin van ‘ondergrens’ of ‘minimumtarief’, omdat anders in onze ogen billijk als algemeen geldend kan worden uitgelegd en ondernemers die wel in staat zijn goed te onderhandelen in de vingers snijdt en in lijn daarvan regelingen in andere Europese landen (zoals Duitsland) waar dergelijke collectieve onderhandelingen wel zijn toegestaan en waarvan strijd met het mededingingsrecht niet is vastgesteld. Hierbij aansluitend zou de mogelijkheid om collectief tot prijsafspraken te komen meer en beter uitgewerkt moeten worden, evenals de mogelijkheid om eenzijdig advies- of minimumtarieven te publiceren.
Tot een nadere toelichting zijn wij gaarne bereid,
Met vriendelijke groet,
Thomas Bruning
algemeen secretaris NVJ

