Publieke waakhond

 

De media vervullen een noodzakelijke rol in de democratische samenleving: zij zijn de publieke waakhond die onder andere als functie heeft om de overheid en het bedrijfsleven rekenschap af te laten leggen aan het publiek.     

Het publiek heeft het recht om geïnformeerd te worden over zaken van algemeen belang en de media hebben de taak om deze informatie te verstrekken. Die berichtgeving betreft alles wat maatschappelijk relevant is en gaat dus zowel over politici en overheid, bedrijven en organisaties, en maatschappelijke misstanden alsook over showbizz, sport en publieke figuren.

Deze taak kan de pers alleen goed uitoefenen als de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd wordt, als journalisten een beroep op bronbescherming kunnen doen en onafhankelijk kunnen werken.

Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een publicatie is mede van belang of de publicatie bijdraagt aan het publieke debat omtrent een maatschappelijk relevante kwestie.

Beperkingen op de vrijheid van meningsuiting of de vrijheid van nieuwsgaring hebben een zogenaamd “chilling effect” op de functie van de pers als publieke waakhond en worden daarom door de rechter slechts met terughoudendheid opgelegd. Elke restrictie op het verspreiden van informatie zorgt er namelijk voor dat de waakhondfunctie minder goed kan worden uitgeoefend. Want vrijheid voor de pers is vooral in het belang van het publiek, zodat die goed geïnformeerd kan worden. Een journalist zal dan ook niet snel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor het verspreiden van informatie. Het gaat immers om de boodschap die verspreid wordt, niet om de boodschapper. Dat is uiteraard anders als de journalist de op hem rustende plichten en verantwoordelijkheden, zoals zorgvuldige berichtgeving, in de wind slaat.


Uitspraak Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Jersild arrest uit 1994

De Deense journalist Jersild had in een tv-programma een aantal skinheads aan het woord gelaten die racistische beledigingen hadden geuit. Jersild werd door de Deense rechter veroordeeld wegens medeplichtigheid aan die beledigingen en kreeg een boete opgelegd. Het Europese Hof was het daar niet mee eens. De veroordeling was in strijd met het in artikel 10 EVRM neergelegde recht op vrije meningsuiting. Het Hof oordeelde dat nieuwsverslaggeving gebaseerd op interviews, een van de belangrijkste middelen van de pers is om haar vitale rol als publieke waakhond te vervullen. Als een journalist wordt veroordeeld voor de uitingen van een ander in een interview dan wordt de bijdrage van de pers aan de discussie over zaken van publiek belang geschaad. De neutrale boodschapper mag dus niet gestraft worden.


Overige uitspraken

Schaafsma Boomstra arrest uit 1995

Op basis van deze uitspraak werd in 1995 de journalist Eddy Schaafsma door het gerechtshof Leeuwarden vrijgesproken van smaad voor het interview met schrijver Boomsma in het Nieuwsblad van het Noorden. In dat interview had Boomsma Indië-veteranen vergeleken met SS’ers. De journalist Schaafsma was daar niet voor verantwoordelijk, die deed –in de woorden van het hof– gewoon zijn werk als journalist.


Heb je rechtshulp nodig bij een journalistieke publicatie? Bel gratis een jurist van Balie Persvrijheid via 020 - 30 39 791. Klik hier voor meer informatie.