Praktische vragen en antwoorden

Welke rechten heb je eigenlijk als journalist? Mag je telefonische interviewopnamen maken? Is een publicatieverbod vooraf mogelijk? Een aantal praktische vragen (en antwoorden) op een rijtje.

Vraag 1: Ik heb tijdens een telefonisch interview opnamen gemaakt van het gesprek. Niet om uit te zenden maar als geheugensteuntje voor het door mij uit te werken interview. Mijn gesprekspartner heb ik hier niet over geïnformeerd. Mag dat?

Antwoord: Het opnemen van telefoongesprekken door journalisten is een gebruikelijke handelswijze. Zeker wanneer het een van tevoren aangekondigd telefonisch interview betreft. Een journalist is niet verplicht de gesprekspartner van de opname op de hoogte te brengen. Zie ook de Leidraad 2019 van de Raad voor de Journalistiek op dit punt.

Vraag 2: Nadat ik mijn voorgenomen publicatie had voorgelegd aan de door mij geïnterviewde BN-er ontving ik een boze brief van zijn advocaat. Hierin werd gedreigd met een procedure bij de Rechtbank of de Raad voor de Journalistiek als ik mijn stuk niet zou aanpassen. Wat is eigenlijk het verschil tussen de Raad voor de Journalistiek en de civiele rechter?

Antwoord: De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instantie van zelfregulering voor de media. Hij beoordeelt op basis van een klacht of een journalist zijn werk zorgvuldig heeft gedaan en of met een publicatie grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden. De Raad kan een journalist geen sancties opleggen of verbieden zijn beroep nog langer uit te oefenen. Evenmin kan de Raad een medium verplichten om berichten te rectificeren of een schadevergoeding te betalen. Hiervoor is een gang naar de rechter noodzakelijk.

Vraag 3: Kan een rechter een journalistiek stuk verbieden nog voordat het gepubliceerd is?

Antwoord: In theorie is een publicatieverbod vooraf mogelijk. Rechters zijn echter terughoudend omdat toetsing vooraf neerkomt op preventieve censuur. Een journalistieke uiting zal zelden tot nooit van tevoren worden verboden. Alleen als de voorgenomen publicatie evident onrechtmatig is en tot onherstelbare schade zal leiden maakt zo’n vordering een kans.

Zie ook Censuur.

Vraag 4: In mijn artikel laat ik mensen aan het woord die er nogal extreme denkbeelden op na houden. Ben ik aansprakelijk voor hun uitspraken?

Antwoord: Nee. De journalist als neutrale boodschapper mag niet gestraft worden. Voor uitspraken van geïnterviewden zal een journalist dan ook niet snel aansprakelijk zijn. Dit wordt mogelijk anders als de journalist de extreme uitspraken/denkbeelden overneemt en tot de zijne maakt.

Zie ook: Publieke waakhond

Vraag 5: Ik heb een artikel geschreven over woonfraude. Na publicatie duikt er nieuwe informatie die duidelijk maakt dat mijn artikel op onderdelen niet meer klopt. Maakt dit mijn publicatie onrechtmatig?

Antwoord: Nee. Een journalist moet uiteraard zorgvuldig onderzoek doen naar de feiten. Dat wat de journalist publiceert moet aannemelijk gemaakt kunnen worden. Die beoordeling (is het aannemelijk wat is geschreven) wordt gedaan aan de hand van het op dat moment, dus het moment van publicatie, beschikbare feitenmateriaal. Indien er later andere informatie boven water komt, betekent dat niet automatisch dat de oorspronkelijke publicatie onrechtmatig wordt.

Zie ook: Onderzoeksplicht.

Vraag 6: Om een misstand aan de kaak te stellen ben ik van plan zelf de wet te overtreden. Als journalist hoef ik me toch geen zorgen te maken over het strafrecht?

Antwoord: Dat moet je wel. Ook een journalist moet zich aan de wet houden. Nieuwsgaring is nadrukkelijk géén vrijbrief om de wet te overtreden. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal de vrijheid van nieuwsgaring (zie ook artikel 10 EVRM) zwaarder wegen dan het strafrecht.  

Vraag 7: Waar kijkt de rechter naar bij het beoordelen van de (on)rechtmatigheid een publicatie?

Antwoord: De rechter maakt steeds een afweging tussen twee grondrechten: het recht op vrije meningsuiting en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam. Bij deze belangenafweging worden alle omstandigheden van het geval meegenomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen en de mate waarin de vermeldingen steun vinden in het toen beschikbare feitenmateriaal. Ook de vraag of wederhoor is toegepast, kan een rol spelen.

Zie ook: juridisch toetsingskader: omstandigheden van het geval


Heb je rechtshulp nodig bij een journalistieke publicatie? Of heb je advies nodig over mogelijke juridische risico's bij het publiceren van een verhaal? Bekijk hier wat Balie Persvrijheid voor je kan doen of bel gratis een van onze jurist via 020 - 30 39 791.