Juridisch toetsingskader: omstandigheden van het geval

 

Bij het beoordelen van de (on)rechtmatigheid van een publicatie weegt de rechter het recht op vrije meningsuiting af tegen het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam. Dit zijn beide grondrechten en deze wegen in beginsel dus even zwaar.

Daarbij is van belang dat het recht op vrijheid van meningsuiting ingevolge artikel 10 EVRM slechts kan worden beperkt indien dit bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen.

De Hoge Raad noemt een aantal omstandigheden:

- maakt de uiting onderdeel uit van een publiek debat;
- vinden de vermeldingen steun in het beschikbare feitenmateriaal;
- de ernst van de gevolgen voor de betrokkene;
- de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;
- betreft het feiten of waardeoordelen;
- worden meningen weergegeven als feiten;
- de aard en toonzetting van de publicatie;
- het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet;
- de maatschappelijke positie van de betrokken persoon;
- de aard van de aantasting van de eer en goede naam;
- is wederhoor toegepast.


Standaardarrest van de Hoge Raad

Gemeenteraadslid uit 1983

Een gemeenteraadslid uit Nijmegen had in een brief aan de raadscommissie de financiële integriteit van een bestuurder van een kinderbeschermingsinstelling in twijfel getrokken. Die brief had zij ook aan de krant ‘De Gelderlander’ gezonden die er een artikel over plaatste. De bestuurder vorderde bij de rechter dat het gemeenteraadslid een rectificatie in de krant zou plaatsen. De zaak belandde uiteindelijk bij de Hoge Raad. Voor het eerste oordeelde ons hoogste rechtscollege hoe beschuldigingen in de media moeten worden beoordeeld.

De Hoge Raad stelt voorop dat het hier gaat om twee hoogwaardige grondrechten. Enerzijds het belang van de pers op vrije meningsuiting dat er met name in gelegen dat zij zich kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over zaken die de samenleving raken. Anderzijds het belang van het recht op privacy dat er met name in gelegen is dat individuele burgers niet door publicaties in de media worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen. Bij deze belangenafweging dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.



Heb je rechtshulp nodig bij een journalistieke publicatie? Bel gratis een jurist van Balie Persvrijheid via 020 - 30 39 791. Klik hier voor meer informatie.