‘Backward button’

woensdag 10 januari 2018

Begin jaren '90 studeerde ik filosofie. Halverwege mijn studie kreeg ik de kans om een semester lang het vak 'internet' te volgen. Samen met slechts vier andere studenten bespiegelden wij met onze professor wekelijks op zaken als privacy en “the right to be left alone”, de veranderende identiteit van de mens in een virtuele wereld en de gevolgen voor de samenleving van “instant information”.

Véél lesstof, theorieën en conclusies uit die colleges, zijn mij tot op de dag van vandaag bijgebleven. Eén daarvan was de opmerking over de backward button: "The backward button is the biggest enemy". Tot dan toe had geen enkel journalistiek stuk, geen enkele televisiereportage en geen enkel radioprogramma last van de knop met het-naar-links-wijzende pijltje. Maar na de komst van het internet was het met één druk op de knop mogelijk, om terug te keren naar het begin van de zoektocht naar nieuws. Laat staan dat je vanaf daar op zoek kon gaan naar andere content, die béter beviel.

Nieuwsconsumenten kregen op die manier de mogelijkheid met hun digitale voeten te stemmen, als een journalistieke productie niet beviel. De nieuwsberichten, - reportages en -video´s die wél bevielen, kregen uiteraard de meeste bezoekers. Een vorm van fijnmazig “cherry picking” in het nieuws. En het aantal bezoekers -dat weet u- staat voor veel reclamegeld. Nederlandse uitgevers verloren daardoor in korte tijd een groot deel van hun reclame-inkomsten aan bedrijven in en om Silicon Valley. Kortom, door het internet kreeg (een deel van) de journalistieke producties last van de backward button. De backward button staat dan ook symbool voor iets waar de journalisten voorheen nooit rekening mee hoefden te houden.

De NVJ wordt bijna dagelijks geconfronteerd met de gevolgen van deze krimpende inkomsten. Want nog steeds hebben nieuwstitels het moeilijk, worden redacties ingekrompen, wordt gemorreld aan de arbeidsvoorwaarden en worden uitgevers verkocht aan buitenlandse sectorgenoten.

Deze ontwikkeling leidt tot vele vragen, waaronder de vraag welke functie de journalistiek in de toekomst moet krijgen. En hoe zorgen we er vervolgens voor dat de journalistiek die functie ook daadwerkelijk kan vervullen.

Mijns inziens moet de journalistiek in de toekomst gezien worden als een infrastructuur die in stand wordt gehouden voor piekbelasting. Als er plotseling veel vraag naar nieuws, duiding en opinie ontstaat vanwege een impactvolle gebeurtenis, zal de journalistieke infrastructuur direct aan nieuwsconsumenten moeten kunnen leveren. Maar in nieuwsluwe perioden draait de journalistiek in de piketstand.

Vergelijk het met het elektriciteitsnet; het stroomnet moet van de wetgever continu op spanning gehouden om razendsnel aan de vraag te kunnen voldoen als dat nodig is. De kosten daarvan worden in de rest van het jaar over de gebruikers uitgesmeerd zodat de leveringszekerheid op piekmomenten gegarandeerd is. Zo moet het ook zijn in de journalistiek. En daar past een inkomstenmodel, dat afhankelijk is van de backward button en cherry picking, niet bij.