Intimidatie is geen stijl

zaterdag 6 mei 2017

Intimidatie van journalisten online is een serieus probleem. Daarom nam de NVJ een aantal maanden geleden het initiatief voor een onderzoek om bedreiging, geweld en intimidatie van journalisten en publicisten in kaart te brengen, in een zoektocht naar een antwoord op de vraag hoe zelfcensuur te voorkomen en het vak werkbaar te houden. De ontluisterende wijze waarop journaliste Loes Reijmer afgelopen weekend werd aangepakt door reaguurders, uitgelokt op Geen Stijl, was het zoveelste voorbeeld van intimidatie van journalisten. In dit geval seksuele intimidatie, een vorm van intimidatie die vooral vrouwelijke journalisten voor hun kiezen krijgen, als ze het lef hebben kritisch te zijn. Ontluisterend en volstrekt over alle grenzen van elke fatsoensnorm heen.

Intimidatie woedt als een schimmel over de social media en het internet en het zorgt ervoor dat journalisten hun gedrag aanpassen, onderwerpen gaan mijden en zelfs van social media vertrekken, terwijl het tegelijkertijd een noodzakelijke bron is voor hun werk. De verstikkende en vergaande gevolgen van intimiderend gedrag door derden, in dit geval Geenstijl, die Loes Reijmer doelgericht voor de leeuwen gooide, is onacceptabel. Tegen dergelijk gedrag moet opgetreden worden. Laat daarover geen misverstand bestaan.
 
Aangifte doen is stap 1, maar ervoor zorgen dat er ook wat met die aangiftes gebeurt is een tweede, zo constateerden we woensdag 3 mei jl, tijdens het Festival van het Vrije Woord, bij de presentatie van het rapport door prof. Alex Brenninkmeijer met betrekking tot bovengenoemd door de NVJ geïnitieerd onderzoek. Journalisten horen weinig tot niets terug na een aangifte en tot vervolging komt het bijna nooit. Dat is kwalijk, want het geeft een vrijbrief aan allerlei types om allerhande bedreigingen en (seksueel) intimiderende bagger op internet te verspreiden. Het is dan ook logisch dat vrouwen (en mannen) hun buik vol hebben van de vuilnis, die er aan hun adres wordt gespuid in de reactiekolommen van Geenstijl en Dumpert. Ook de oproep tot een financiële boycot naar aanleiding van deze incidenten is begrijpelijk en heeft de sympathie van de NVJ.
 
Tegelijkertijd past het een vereniging, die opkomt voor het vrije woord niet, om zo’n middel te initiëren of onderschrijven, omdat het potentieel monddood maken van media - óók de ons niet welgevallige media - niet strookt met de voortdurende strijd voor de vrijheid van meningsuiting. Vandaag treft het Geenstijl, morgen NRC, overmorgen Twitter of de publieke omroep. De NVJ moet dergelijk gedrag dus op andere wijze bestrijden en voor het ultieme oordeel erover verwijzen naar de rechter die zich, civielrechtelijk of strafrechtelijk kan uitspreken over de onrechtmatigheid en strafbaarheid van bepaalde uitingen. Geenstijl dient zich aan de wet te houden, zoals elk medium. Nergens op internet of social media passen racistische scheldpartijen, bedreigingen, seksuele intimidatie of oproepen daartoe. Waar dat gebeurt, moet doelgericht worden opgetreden. Tot die tijd vertrouwt de NVJ lezers/gebruikers, journalisten en adverteerders hun eigen, vrije oordeel en (re)actie toe en staat de vereniging open voor alle mogelijke suggesties, die deze afschrikwekkende trend kunnen helpen keren, zonder het risico dat media monddood worden gemaakt.
 
Volgende maand verschijnt het volledige rapport Brenninkmeijer met betrekking tot intimidatie van journalisten. De NVJ hoopt en verwacht met de aanbevelingen daaruit, samen met andere, betrokken partijen, concrete stappen te kunnen maken richting oplossingen, die in het complexe en precaire samenspel tussen de – zo gekoesterde en belangrijke - vrijheid van meningsuiting en verdienmodellen die onder vrije (journalistieke) uitingen liggen, alsmede de controlerende taak van de journalistiek als geheel, beslist niet voor het grijpen liggen.
 
Tot slot. Geenstijl heeft de eigen titel opnieuw onderstreept en de twijfelachtige eer gedaan door de stijlloze bejegening van Loes Reijmer, maar dat mag er in de visie van de NVJ nooit toe leiden, dat alle media de kans lopen, monddood gemaakt te worden. Daarom, en alléén daarom, kan de NVJ vanuit haar rol, wél de laakbare inhoud bekritiseren, maar niet oproepen tot boycotten van het medium. Die rol is aan andere partijen.
 
Marjan Enzlin, Voorzitter NVJ  Thomas Bruning, Algemeen Secretaris NVJ

persvrijheid veiligheid ethiek mag dat zomaar