Sappelen

woensdag 16 januari 2019

Vorig jaar september heb ik de deftig klinkende titel ‘Fotograaf des Vaderlands’ om mijn nek gehangen gekregen. En om niet helemaal uit de maat te lopen met mijn collega’s, is dit natuurlijk ook een matig betaald ambt. Toch al snel 7,10 euro per dag. Bruto. Maar mij hoor je daarover niet klagen, het is een hele eer en het doet het goed in de valuta waar tegenwoordig veel fotografen in betaald worden: naamsvermelding. Column van Jan Dirk van der Burg, Fotograaf des Vaderlands 2018

Jan Dirk van der Burg sprak zijn column uit tijdens de kick-off bijeenkomst voor fotojournalisten op 15 januari. Foto: Harmen de Jong

Mijn functie is om als ambassadeur op te treden voor de fotografie. Dat lijkt een beetje overbodig in de tijd van een overweldigende beeldcultuur – iedereen fotografeert zich te pletter - maar als het gaat om de pecunia is het een ander verhaal.

Zolang ik fotograaf ben, begonnen bij Het Parool een kleine twintig jaar geleden, leerde ik al snel twee dingen. Het rondsnuffelen door de samenleving - van hoog tot laag - is het állerleukste wat er is en het klagen over tarieven was altijd vaste prik als het gesprek in het persvak even stilviel. Het was een plaat die gewoon altijd op stond. Mopperen en fotograferen, dat was als rode wijn en blauwe kaas: een klassieke combinatie.

Maar het feit dat hier nu in een Van der Valk zaaltje in Houten - de Sydney 2 om precies te zijn - voor het eerst in de geschiedenis van de fotojournalistiek, het meest solistische volkje pur sang, tóch is samengekomen om godbetert een actiedag voor te bereiden… Dat is nieuws van de bovenste plank! Dan moet er iets anders aan de hand zijn, dan het werktuigelijk op zetten van de klaagplaat.

Ik merkte het zelf voor het eerst toen Hollandse Hoogte bedragen onder de vijf euro ging uitbetalen voor foto’s. Eerst dacht ik dat ze de nul achter de 5 waren vijf vergeten, maar de fout lag niet bij de boekhouder. Het was modern beleid. Toen ben ik overgestapt naar de Beeldunie, ook geen vetpot, maar die vernedering blijft mij in ieder geval bespaard. Gelukkig is het hele archieflandschap nu in handen van John de Mol een man die zich natuurlijk al decennia bewijst als iemand met grote passie voor de fotojournalistiek en een uitstekend beschermheer voor de noodlijdende beroepsgroep. Vandaag zagen we er al iets van terug, de aankondiging dat de fototarieven bij het ANP met 5 procent omhoog gaan. Ook daar dacht ik, moet daar ook niet een nul achter de vijf om weer op een redelijk niveau te komen? Maar een weg naar boven is een weg naar boven.

Ook merk ik dat de medewerkers van beeldredacties van de Persgroep - waar ik dan werk -  zich kapot schamen als ze mij moeten bellen dat ze voor een doorplaatsing naar de Belgische krant De Morgen – ook bepaald geen lokaal sufferdje – het bedrag van 0 euro, maar wel riante naamsvermelding in de aanbieding hebben. Gelukkig hebben ze daar nu in hun nieuwe uploadsysteem DNR een oplossing voor. Daar kan de fotograaf zelf aanvinken in welke categorie zijn foto’s gearchiveerd worden. ‘Gratis, ongedefinieerd of duur zijn de mogelijkheden, ik kies voor de zekerheid altijd voor duur.

De enige tak van fotografie waar nog muziek in zit, lijkt het claimen van inbreuken op het auteursrecht. Ik ken veel fotograferen voor wie advocaat Kitty van Boven – de Robin Hood van de fotojournalistiek – de enige is die een nog een leuk tarief te bieden heeft. Wel met de tactiek van de verschroeide aarde als er een opdrachtgever tussen zit waar je langer mee wil werken, maar velen nemen dat al voor lief.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de regio-journalistiek. Daar heb je met een paar briefjes van tien - en soms maar twee - genoeg om een professionele fotojournalist de straat op te sturen.  Het ergste van deze ontwikkeling is dat het nóg meer bezuinigingen in de hand werkt. Het belangrijkste ingrediënt voor een goede foto is namelijk dat je er de tijd voor hebt. En die tijd is er niet meer met deze tarieven, dus gaat de fotografie achteruit en dus hebben beleidsmakers weer munitie om de schrijvende journalist te vragen zijn Samsung Galaxy mee te nemen, ‘want die kan er ook wel een plaatje bij knippen’. Die beleidsmedewerkers zouden zich ook af kunnen vragen of een krant met haastfotografie nu wel zo lekker verkoopt. Het zijn droevige zaken die zich alleen maar versterken op deze manier.

Ik sprak een maand geleden collega Freek van den Bergh van de Volkskrant bij een World Press Photo talkshow en die verklaarde dat hij financieel gezien, zijn werk bij de Volkskrant  hobbymatig uitoefende. Dat ook hij al werkte volgens de methode: ‘voor de krant is het leuk werk met een prachtige etalage tegen een onkostenvergoeding-plus en het geld haal ik wel met minder leuke fotografie bij bedrijven en de commercie’. Voor mij niks nieuws - ik werk ook al jaren volgens deze realiteit - maar ik merkte dat het publiek stijl achterover sloeg! Dus zelfs een van de meest getalenteerde fotografen van de Volkskrant – die in de eerste schil van de fotoredactie zit om een onderwerp te coveren – kan daarvan dus niet rondkomen. Hoe kan dat eigenlijk?

Ik ben benieuwd of het überhaupt mogelijk is om de man die achter de kassa zit bij de Persgroep of het Mediahuis te overtuigen dat hij nu meer voor een foto moet gaan afrekenen. Maar er is wel heel veel te halen uit informeren van het publiek. Dat we al drie keer door een bodem zijn gezakt in een vakgebied waar sappelen een tweede natuur is, maar dat er nu echt niks anders op zit dan zélf in een Van der Valk zaaltje te gaan zitten om het onrecht aan te kaarten achter een schaaltje mini-bounty’s en automatenkoffie. Voor het eerst hebben we nieuws te pakken als we zelf in de spiegel kijken en ik kan mij zelf ook niet veroorloven om deze kans te laten liggen. Vanavond ben ik de enige die er meteen een slaatje uit slaat. Voor de Correspondent maak ik een adequate sfeerreportage waar ik toch € 250 euro voor in rekening kan brengen. In het huidige fotojournalistieke landschap al een heel correct tarief.