Inzagerecht

Een belangrijke bron van conflict bij interviews is het inzagerecht. Het is weliswaar gebruikelijk om een interview vooraf ter inzage te geven aan de geïnterviewde – ter correctie van feitelijke onjuistheden –, maar daaruit volgt geen correctierecht. Mensen willen een inzagerecht nog wel eens – wellicht bewust – ruim interpreteren. Dat werkt vooral ergernis en vertraging in de hand. Het duidelijk formuleren van de omvang van het inzagerecht kan dat voorkomen. In de Leidraad voor de Journalistiek staat het als volgt omschreven: ‘Journalisten die een artikel vooraf ter inzage geven aan degene over wie het artikel gaat – om feitelijke onjuistheden te corrigeren en om onduidelijkheden weg te nemen – zijn vrij te bepalen hoe zij op- en aanmerkingen in het artikel verwerken.’

Afspraken nakomen

Een afspraak tot inzage van een interview of artikel levert dus geen correctierecht op en evenmin een instemmingsrecht. Maar als er een afspraak wordt gemaakt voor inzage, dan dient deze wel te worden nagekomen. De inzage geldt in ieder geval voor de passages die betrekking hebben op de geïnterviewde(n). Dat was onder andere aan de orde in de zaak over het boek Bibeb – biechtmoeder van Nederland. De zoon van Vrij Nederland-interviewster Bibeb had meegewerkt aan de totstandkoming van het boek, hoewel die medewerking stroef verliep. Meerdere keren trok de zoon zijn medewerking in, om later toch weer in gesprek te gaan met de auteurs. Partijen hadden geen schriftelijke afspraken gemaakt over zijn medewerking, maar de auteurs hadden hem mondeling toegezegd dat hij vooraf inzage zou krijgen.

Nadat de auteurs het conceptmanuscript hadden gestuurd met het verzoek feitelijke onjuistheden te corrigeren liet de zoon hen weten het (voorlopig) niet te lezen. Vervolgens voegden de auteurs nog een hoofdstuk aan het boek toe, getiteld De Zoon. Dat hoofdstuk werd niet aan hem voorgelegd. De zoon klaagde bij de Raad, die de klacht honoreerde: de auteurs en uitgever Querido hadden journalistiek onzorgvuldig gehandeld. ‘Gelet op de mondelinge toezegging om klager vooraf de concepttekst ter inzage voor te leggen, had Querido bij de introductie van dit aparte hoofdstuk er dan ook niet van mogen uitgaan dat klager consequent zou handelen en van lezing zou afzien’, aldus de Raad.

Inspannen voor reactie

Een afspraak tot inzage betekent niet alleen het toezenden van het concept, de journalist moet zich in principe ook inspannen voor een reactie te krijgen van de geïnterviewde. Komt die reactie niet, dan mag de journalist er niet automatisch vanuit gaan dat de geïnterviewde niets aan te merken heeft, met name wanneer het gevoelige materie betreft. Dat blijkt onder andere uit een klacht die in 2013 aan de Raad werd voorgelegd en gegrond werd verklaard.

Het ging om een artikel dat op 18 juli 2012 in de krant alphen.cc verscheen onder de kop ‘Hij móest aan haar zitten’, met de onderkop ‘[X] werd jarenlang misbruikt in kindertehuis in Rijnstroom’. De vrouw over wie het artikel ging, diende een klacht in bij de Raad omdat het artikel niet aan haar was voorgelegd. De vrouw wilde aanvankelijk niet meewerken aan het artikel, waarop de journalist met het idee kwam dat het artikel pas gepubliceerd zou worden als de vrouw met de inhoud akkoord was. Onder die voorwaarden heeft zij ingestemd en haar medewerking aan het artikel verleend. Maar de journalist publiceerde het verhaal zonder instemming van de vrouw. Onzorgvuldig, zo oordeelde de Raad: ‘Dat de journalist geen reactie kreeg op zijn e-mail waarbij het concept-artikel was verstuurd, ontsloeg hem niet van de verplichting telefonisch contact met klaagster te zoeken. Dit klemt te meer, daar het duidelijk een voor klaagster zeer gevoelige kwestie betreft.’

 


Geluidsoverlast in Geertruidenberg

BN DeStem publiceerde in 2017 een artikel over een café in Geertruidenberg. De uitbaatster van dat café was met de gemeente in een jarenlange strijd verwikkeld over geluidsoverlast. Het artikel dat daarover in de krant verscheen, bevatte enkele citaten van de caféhoudster, zoals ‘De gemeente heeft me kapotgemaakt’. In het artikel was ook informatie verwerkt die de journalist van de gemeente had verkregen; zo zou aan de caféhoudster een voorwaardelijke celstraf zijn opgelegd vanwege de geluidsovertredingen.

De caféhoudster klaagde bij de Raad onder andere over het feit dat zij vóór publicatie de definitieve versie van het artikel niet had ontvangen en goedgekeurd. Naar eigen zeggen had zij aan de totstandkoming van het artikel meegewerkt onder de voorwaarde dat zij voorafgaand aan de publicatie het conceptstuk ter controle en verbetering toegestuurd zou krijgen. Verder klaagde de caféhoudster erover dat de feitelijke onjuistheden gecorrigeerd hadden kunnen worden, als zij in de gelegenheid was gesteld om vooraf te reageren op de door de gemeente verstrekte informatie.

De krant benadrukte echter dat de inzage alleen betrekking had op het tekstdeel dat voor rekening van de caféhoudster zou komen. Verder is nadrukkelijk aan haar gemeld dat de gemeente nog zou worden gebeld zodat het journalistieke proces van hoor- en wederhoor zorgvuldig zou verlopen. De krant kreeg van de Raad gelijk. Er was een afspraak dat de klaagster het artikel voor publicatie mocht inzien en de journalist heeft zich aan die afspraak gehouden.