Niet-tijdig beslissen

Met de afschaffing van de dwangsomregeling is er een nieuwe mogelijkheid in het leven geroepen tegen het niet-tijdig beslissen op een Wob-verzoek: bezwaar maken zodra het bestuursorgaan in gebreke is. Het is een laagdrempelig alternatief voor de andere optie: beroep instellen bij de rechter waarvoor griffiegeld verschuldigd is. Er kunnen echter vraagtekens worden gezet bij de effectiviteit van een dergelijk bezwaar, onder andere omdat er voor een antwoord op bezwaar geen beslistermijn geldt. Het bestuursorgaan kan stil zitten, terwijl tegelijkertijd niet kan worden bepaald of er niet tijdig op dit bezwaar is beslist.

Los van bezwaar kan ook rechtstreeks beroep bij de (bestuurs)rechter worden ingesteld, waarbij om een proceskostenveroordeling door de Wob-verzoeker kan worden gevraagd. De rechter hoeft dit niet te honoreren en zal dit bijvoorbeeld ook niet doen als de indiener onvoldoende heeft meegewerkt aan het bereiken van overeenstemming met het bestuursorgaan over de opschorting of verder uitstel van de beslistermijn bij een omvangrijk verzoek. Wordt het verzoek door de rechter gegrond verklaard, dan zal het bestuursorgaan in principe binnen twee weken het primaire besluit moeten nemen, tenzij dat gelet op de omvang van het verzoek niet redelijk is. In dat laatste geval zal de rechter een termijn stellen waarbinnen het betreffende bestuursorgaan een primair besluit moet nemen.