Op welke gronden kan een Wob-verzoek worden geweigerd?

Ondanks het feit dat openbaarheid het uitgangspunt is, hebben we niet het recht om alles te weten. Er zijn in de Wob uitzonderingsgronden en beperkingen opgenomen. Artikel 10 van de Wob onderscheidt absolute en relatieve uitzonderingsgronden. 

Absolute uitsluitingsgronden (art. 10 lid 1 a, b, c en d Wob)

Over absolute uitsluitingsgronden valt in principe niet te discussiëren. Informatie blijft (vrijwel) altijd achterwege als die informatie:

a) De eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen. Daarbij moet je denken aan de communicatie tussen de koning en ministers of staatssecretarissen. De ministers zijn verantwoordelijk voor uitspraken en het handelen van de koning. Van verdeeldheid tussen koning en ministers zal nooit in het openbaar sprake zijn. Naar buiten toe nemen zij altijd één standpunt in.

b) De (interne of externe) veiligheid van de staat zou kunnen schaden. Denk aan informatie met betrekking tot de veiligheidsdiensten en Defensie.

c) Bedrijfs- of fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. Uit de rechtspraak blijkt dat een beroep op deze grond is beperkt tot kennis en informatie over de technische bedrijfsvoering, het productieproces, de afzetmark of de kring van afnemers van producten. In sommige gevallen kunnen (actuele) financiële gegevens hier ook onder vallen. In uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld in geval van een milieuramp, kan het zijn dat deze uitsluitingsgrond moet wijken omdat betrokkenen zouden willen weten welke stoffen of materialen zijn gebruikt en mogelijk een gevaar kunnen opleveren.

d) Persoonsgegevens betreft als bedoeld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), tenzij de verstrekking geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. Het gaat hier uitsluitend om de zogeheten bijzondere persoonsgegevens als ras, godsdienst of levensovertuiging, gezondheid, politieke voorkeur, seksueel leven, lidmaatschap vakbond en strafrechtelijk verleden. Minder gevoelige persoonsgegevens als naam, functie en bankrekeningnummers vallen onder de relatieve uitzonderingsgrond (artikel 10 lid 2 onder de Wob).

Relatieve uitsluitingsgronden (artikel 10 lid 2, a t/m g Wob)

Bij relatieve uitsluitingsgronden moet de openbaarheid wijken als het belang daarvan niet opweegt tegen een van de volgende belangen:

a) De betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties. Het betreft hier bijvoorbeeld diplomatieke correspondentie, documenten die gaan over het buitenlandse beleid van Nederland of voorbereidingsstukken in het kader van het sluiten van een verdrag en waarbij er een risico is dat de internationale betrekkingen of de onderhandelingspositie van Nederland worden geschaad. Voldoende is dat men voorziet dat als gevolg van de openbaarmaking het internationale contact op bepaalde punten stroever zal gaan lopen.

b) De economische of financiële belangen van de Nederlandse staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d bedoelde bestuursorganen. Het vrijgeven van rapporten en andere documenten die (kosten)ramingen, uitgangspunten en beleidsmatige of commerciële overwegingen bevatten kan achterwege blijven als die de onderhandelingspositie of marktpositie aantasten. Dit geldt ook voor informatie over grondopbrengsten, verwervingsprijzen, planontwikkelingskosten en bouwkosten. Ook verstoring van een aanbestedingsprocedure kan een reden zijn om openbaarmaking af te wijzen.

c) De opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dit om te voorkomen dat het werk van opsporingsambtenaren en het OM worden belemmerd of gedwarsboomd doordat bijvoorbeeld inzicht zou worden gegeven in gehanteerde opsporingsstrategieën en -methode of dat met openbaarmaking de aangifte- en meldingsbereidheid zouden afnemen.

d) Inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen gericht op het vaststellen van niet-strafbare feiten. Uit jurisprudentie blijkt dat bijvoorbeeld foto’s, beeldmateriaal en banden van portofoonverkeer van een demonstratie in dit kader mogen worden geweigerd. Bij openbaarmaking kunnen zij inzicht geven in de technieken, tactieken en strategieën van het politieoptreden. Kennis van de werkmethoden van de politie kan de effectiviteit en veiligheid van toekomstig politiehandelen flink bemoeilijken. Dit geldt ook voor beleidsdraaiboeken en situatierapporten.

e) De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Dit betreft met name de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens die niet onder art. 10 lid 1 sub d vallen, zoals functies, namen, bankrekeningnummers. Bescherming is niet aan de orde als persoonsgegevens niet herleidbaar zijn tot individuen. Gaat het om het handelen van ambtenaren in de uitoefening van hun functie, dan is een beroep op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet mogelijk. In alle gevallen maakt het bestuursorgaan een afweging of bij openbaarmaking van de betreffende informatie het algemeen belang zwaarder moet wegen dan bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Is een groep demonstranten klein en kan men daardoor aan de hand van de persoonsgegevens geïdentificeerd worden, dan kan dat tot een onheuse bejegening van hen of tot andere inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer leiden. Het belang van openbaarheid zal dan niet opwegen tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

f) Het belang dat de geadresseerde heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie. Dit is zowel het geval bij een verzoek om informatie als wanneer het bestuursorgaan uit eigen beweging informatie wil verstrekken. Is de geadresseerde een college, dan is van kennisneming sprake zodra door of vanwege het college van de informatie kennis kan worden genomen. Met betrekking tot dit laatste punt kan informatie wel van tevoren onder embargo aan de pers worden verstrekt.

g) Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. Dit geldt ook voor bestuursorganen en personen met een publieke functie zoals ambtenaren en ministers en dan met name als het gaat om kwesties die henzelf aangaan. Deze grond is de meest algemene uitzonderingsgrond en wordt in de praktijk gebruikt als restgrond, met als gevolg dat er veel gevarieerde rechtspraak is.

Als de overheid in reactie op een Wob-verzoek meent dat één van de (relatieve) uitsluitingsgronden van toepassing is, dan moet dat worden gemotiveerd.

Naast deze uitzonderingsgronden is in de Wob bepaald dat geen informatie wordt verstrekt die is opgesteld ten behoeve van intern beraad en waarin persoonlijke beleidsopvattingen van bewindslieden, bestuurders of ambtenaren zijn opgenomen (art. 11 Wob). Doel hiervan is dat iedereen die bij het beleid betrokken is zijn mening vrij moet kunnen geven.

In het tweede lid van dit wetsartikel is bepaald dat met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie over persoonlijke beleidsopvattingen wel kan worden verstrekt in een niet tot personen herleidbare vorm. Heeft degene die de opvattingen heeft geuit (of zich daarachter heeft gesteld) geen bezwaar, dan kan de informatie ook met naam en toenaam worden verstrekt. 

Milieu-informatie

Voor milieu-informatie gelden uitzonderingen op bovengenoemde weigeringsgronden. Bijvoorbeeld in het geval van bedrijfs- en fabricagegegevens, die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld, blijft het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voor zover het belang van openbaarmaking hier niet tegen opweegt. Wat onder milieu-informatie wordt verstaan, vind je in art. 19.1.a van de Wet milieubeheer. Het gaat om alle informatie die is neergelegd in documenten over maatregelen, wetgeving, plannen, en activiteiten die betrekking hebben op onder andere lucht, water, bodem, landschap, kust en zee. Het gaat ook op voor factoren als energie, geluid, straling, afval, emissies, lozingen en andere stoffen die het milieu (kunnen) aantasten. Ook kosten-batenanalyses en andere economische analyses vallen eronder, net als de gezondheid en veiligheid van de mens. Conclusie: milieu-informatie is een erg breed begrip.