Notitie Algemeen Arbeidsvoorwaardenbeleid NVJ 2017

De NVJ zet in op goed werkgeverschap en goed opdrachtgeverschap

 

Inleiding

Ook in het snel veranderende medialandschap heeft de journalistiek een belangrijke maatschappelijke rol te vervullen. Zaken onthullen die partijen in machtsposities liever uit de openbaarheid houden, is ook in de 21ste eeuw hard nodig. De journalistieke infrastructuur staat onder druk, vooral in de regio. Dat vraagt om efficiënt werken, samenwerkingsverbanden zoeken, en innoveren, met behoud van journalistieke kernwaarden als onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, creativiteit en diepgang. Een sterke NVJ is, als beroepsvereniging en belangenbehartiger, nodig om zeker te stellen dat journalisten onafhankelijk, in vrijheid, en tegen een fatsoenlijke beloning hun vak kunnen uitoefenen. Goed werkgeverschap dient gepaard te gaan met goed opdrachtgeverschap. De NVJ komt op voor de belangen van alle journalisten, of ze nu in loondienst zijn of in opdracht het vak uitoefenen.

Vast-flex

Ook in de mediabedrijven groeit de flexibele schil, om snel te kunnen reageren op veranderende marktomstandigheden, maar vooral om te bezuinigen op personeelskosten. Dat laatste heeft ertoe geleid dat in journalistieke organisaties een gat gaapt tussen de beloning van journalisten in loondienst en journalisten die er in opdracht werken. Een onevenredig grote flexibele schil kan afbreuk doen aan de kwaliteit, herkenbaarheid en journalistieke slagkracht van redacties. Aan de NVJ de taak om ook werkgevers/opdrachtgevers ervan te doordringen dat hoogstaande uitoefening van ons vak ook in hun belang is en kwaliteit een prijs heeft. Het uitgangspunt van de NVJ is dat collega’s die samenwerken binnen een redactie voor gelijk werk een gelijke beloning dienen te ontvangen, ongeacht hun arbeidsrechtelijke positie. Dit is ook een investering in het borgen van kennis, kunde en loyaliteit. Het is belangrijk dat de NVJ de discussie met werkgevers en opdrachtgevers aangaat en probeert hen te laten inzien dat ook zij last gaan krijgen van een race to the bottom. Speerpunten zijn goede lonen en arbeidsvoorwaarden voor werknemers en daarvan afgeleide normtarieven voor journalisten die in opdracht werken. Het gaat daarbij vooral om het creëren van een gelijk speelveld, het tegengaan van onderbetaling en slechte leveringsvoorwaarden en de erkenning van het auteursrecht van alle makers. Werkgevers die vaste krachten inruilen voor opdrachtnemers, verleggen risico’s (op ziekte of arbeidsongeschiktheid bijvoorbeeld) naar die opdrachtnemers zonder daarvoor de risicopremie te willen betalen. Opdrachtnemers lopen meer risico en zouden een hoger uurtarief moeten krijgen dan journalisten in loondienst om zaken te kunnen regelen die voor journalisten met een vast dienstverband collectief zijn geregeld. Het tegendeel is echter het geval, waardoor opdrachtnemers voor mediabedrijven veel goedkoper zijn dan journalisten in loondienst.

De wildgroei aan flexibele contracten zorgt voor onzekerheid. Het uitgangspunt van de NVJ is dat structureel werk wordt gedaan door journalisten in vaste dienst. De NVJ zet zich in voor arbeidsrelaties die voldoende bestaanszekerheid bieden en toegang bieden tot sociale zekerheid. De NVJ zoekt naar manieren om ontduiking van de cao via schijnconstructies te bestrijden en werkt daarbij samen met medezeggenschapsorganen. Speciale aandacht is nodig voor journalisten die na een reorganisatie via een draaideurconstructie als opdrachtnemer bij hun voormalige werkgever aan de slag gaan tegen sterk verslechterde arbeidsvoorwaarden.

Schijnconstructies met flexibele arbeid onder slechte voorwaarden zoals payrollcontracten worden bestreden. Dit vraagt om heldere en controleerbare afspraken waarbij werkgevers meer aangesproken kunnen worden op hun verantwoordelijkheden. Nieuwe wetgeving (Wet Werk en Zekerheid, Wet DBA) die is bedoeld om meer zekerheid te bieden, blijkt in de praktijk niet het beoogde effect te hebben. De NVJ bepleit effectieve wettelijke maatregelen die de kwaliteit van arbeidscontracten aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Looneis

Verbetering van de koopkracht is het uitgangpunt. Dat vertaalt zich bij cao-onderhandelingen in 2017, op basis van de verwachte groei- en inflatiecijfers van het CPB in een looneis van 3%. Die is mede ingegeven door het feit dat de pensioenpremies omhoog gaan. De NVJ wil een deel van de loonruimte (maximaal 1 procent) inzetten voor leeftijdsbewust ouderenbeleid en maatregelen om meer journalisten aan het werk te krijgen, zoals instroomtrajecten.

De NVJ ijvert voor kwalitatief goed werk met perspectief en zekerheden. Voor journalisten van alle leeftijden geldt dat er voldoende kansen moeten zijn op opleidingen onder werktijd en goede mogelijkheden om werk en privé te combineren. Elke journalist moet binnen een leeftijdsbewust personeelsbeleid eigen keuzes kunnen maken. Het is goed als werknemers een deel van hun arbeidsvoorwaarden kunnen afstemmen op hun persoonlijke behoeftes, bijvoorbeeld via een persoonlijk keuzebudget.

Normtarieven

Het aantal journalisten dat niet in loondienst het vak uitoefent is de afgelopen jaren toegenomen, het aantal opdrachtnemers in de journalistiek is gegroeid. Hun positie moet sterk worden verbeterd. De gemiddelde opdrachtnemer in de journalistiek heeft een belastbaar jaarinkomen van circa 23.000 euro. Opdrachtnemers moeten gemakkelijker toegang krijgen tot pensioenregelingen, een goede en betaalbare verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en ruimere faciliteiten voor scholing. Dat kan alleen als de tarieven daar ruimte voor bieden. Flexwerk is op zich geen probleem, als de beloning op niveau is en er een gezonde verhouding tussen vast en flex is. De NVJ streeft naar een gelijk speelveld en wil, in navolging van de architecten-cao, komen tot normtarieven die zijn afgeleid van de loonschalen uit de cao. De NVJ zet zich in voor billijke tarieven en verzet zich tegen contracten met onredelijke voorwaarden.

Werkgelegenheid

Al jaren is er sprake van een fors verlies aan vaste banen in de journalistiek. Mediabedrijven hebben de structurele omzetdaling sinds begin deze eeuw vooral beantwoord met kostenbesparingsprogramma's. Toch zijn er mediabedrijven die ondanks de trendmatige terugloop van omzetten jaar op jaar uitstekende financiële resultaten boeken. De NVJ probeert te bereiken dat die resultaten ook worden gebruikt voor investeringen in de journalistiek en het verbeteren van de positie van degenen die de kern vormen van elk mediabedrijf: de makers. Banen of opdrachten zijn van het allergrootste belang. Jonge journalisten zitten ze te lang in onzekere tijdelijke en/of flexibele contracten. Dat geldt voor veel meer journalisten die - vaak noodgedwongen - jaren onderdeel uitmaken van de zogenaamde flexibele schil. Velen van hen verrichten exact dezelfde journalistieke werkzaamheden als hun collega’s in vaste dienst, vaak hebben die ook een structureel karakter, maar tegen veel slechtere beloning en voorwaarden. Alle inspanningen moeten er op gericht zijn om werkgevers/opdrachtgevers op dit punt in beweging te krijgen. Jonge journalisten moeten betere mogelijkheden krijgen om een goede positie op de arbeidsmarkt te verwerven. Van degenen die via instroomprojecten werkervaring opdoen, stroomt ongeveer de helft door naar een vaste baan. De NVJ wil afspraken maken waardoor dat percentage omhoog gaat. Stages moeten gekoppeld zijn aan een educatief doel. De NVJ wijst (vervolg)stages zonder educatief doel af omdat die in feite een vorm van werken onder het wettige minimumloon zijn.

Kwaliteit

De kwaliteit van het journalistieke werk komt in gevaar als er te weinig tijd en te weinig beloning voor beschikbaar is. Vooral de journalistieke infrastructuur in de regio is een punt van zorg. Het is zaak wat er is zoveel mogelijk in stand te houden en ondertussen te werken aan vernieuwing en nieuwe verdienmodellen. Maar dan wel zo dat er een vitale beroepsgroep blijft die met passie in de journalistiek wil werken en daarvoor een fatsoenlijke beloning ontvangt. Vakmanschap en professionaliteit zijn kernwaarden in de journalistiek. Het is van belang daarin te blijven investeren. De NVJ wil harde afspraken maken over (persoonlijke) opleidingsbudgetten. Algemene opleidingsbudgetten zijn nu vaak niet effectief of worden als eerste wegbezuinigd. De NVJ streeft naar heldere controleerbare afspraken.

Generatiepact

Leeftijdsbewust personeelsbeleid biedt journalisten mogelijkheden om een evenwicht te vinden tussen werk, inkomen en vrije tijd. Nu ouderen geacht worden langer door te werken moeten er regelingen komen waardoor journalisten op een gezonde manier tot aan hun pensioen in de journalistiek actief kunnen blijven. Met leeftijdsbewust personeelsbeleid, kunnen ouderen langer gezond aan het werk blijven en hun kennis overdragen op jonge journalisten. De NVJ streeft naar ruimere regelingen voor mantelzorg en vaderschapsverlof dan wettelijk is vastgelegd. Jong-voor-oud-regelingen zijn een beproefde methode om redacties voorzien van nieuw bloed. Door 60-plussers met arrangementen (de 80-90-100-regeling uit de cao uitgeverijbedrijf of variaties daarop) korter te laten werken kunnen jongeren de vrijkomende ruimte in vullen.

Pensioen

De NVJ streeft naar betaalbare pensioenregelingen waarin sprake is van solidariteit en collectieve risicodeling voor iedereen die werkt in de journalistiek. Cao's voor journalisten dienen een stevige pensioenparagraaf te bevatten, met minimumnormen voor het budget dat werkgevers en werknemers over hebben voor pensioenregelingen van journalisten. Tarieven voor journalistiek werk moeten het mogelijk maken om pensioen op te bouwen.

Journalistieke cao

De NVJ is voorstander van brede journalistieke cao's. De NVJ vindt modernisering van cao’s prima, maar dat mag geen synoniem zijn voor versobering. Bij harmoniseren van regelingen uit verschillende cao’s dient de totale waarde van het pakket arbeidsvoorwaarden minimaal op hetzelfde niveau te blijven. De NVJ is als behartiger van de belangen van alle journalisten dé overlegpartner met branche vertegenwoordigende organisaties inzake journalistieke waarden en beloning. De NVJ blijft ook een rol op ondernemingsniveau vervullen.

Binding

Als de belangenbehartiger voor alle werkers in de journalistiek is een nauwe band met de achterban van cruciaal belang. De inzet voor cao-onderhandelingen wordt afgestemd met leden en hun vertegenwoordigers in de sectiebesturen. Door met leden in gesprek te gaan ontstaat draagvlak en wordt duidelijk welke zaken voor hen in de journalistieke praktijk van nu belangrijk zijn. Dit vergt dat NVJ-vertegenwoordigers redacties opzoeken en hun oor te luisteren leggen. Ook op andere manieren, bijvoorbeeld door frequent contact te onderhouden met medezeggenschapsorganen, dient de NVJ de vinger aan de pols te houden. Om succesvol op te komen voor de belangen van de leden dient de NVJ onderhandelingsdelegaties af te vaardigen die evenwichtig zijn samengesteld, voeling hebben met de praktijk, en over de ervaring en expertise beschikken die nodig zijn om tot resultaten te komen. Als dat nodig is schakelen de onderhandelingsteams van de NVJ externe expertise in. Sluitende afspraken kunnen alleen bereikt worden door strategisch slim te opereren in het besef dat het bij onderhandelen draait om belangen en geld. Bij de cao uitgeverijbedrijf is al gewerkt met een secties overstijgende onderhandelingsdelegatie, maar hebben de secties nog afzonderlijk de onderhandelingsresultaten beoordeeld. Omdat die cao nog verschillende loongebouwen en uitzonderingsbepalingen bevat, houden deelgroepen via de secties zelf het laatste woord over hun eigen arbeidsvoorwaarden.

Dit jaar is de commissie arbeidsvoorwaarden van de NVJ opgericht. Deze breed samengestelde commissie bespreekt enkele keren per jaar trends op het brede gebied van de arbeidsvoorwaarden en adviseert de portefeuillehouder in het hoofdbestuur.