Vaststellingsovereenkomst

Afspraken in een vaststellingsovereenkomst

Zeker indien in onderhandelingen een iets hogere vergoeding dan de transitievergoeding wordt overeengekomen dan kan dat een reden voor de werknemer zijn af te zien van verweer tegen het beoogde einde van de arbeidsovereenkomst, waardoor  de procedure bij UWV of kantonrechter kan worden voorkomen. Indien dat het geval is kunnen de afspraken worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst.  

Als in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen dat het initiatief voor de beëindiging is uitgegaan van de werkgever en de werknemer van het einde aan het dienstverband geen verwijt kan worden gemaakt, dan levert een dergelijk einde aan het dienstverband doorgaans geen complicaties voor de WW-uitkering op. In dit verband is nog van belang dat in de wet een zogenoemde bedenktermijn is opgenomen. Deze bedenktermijn introduceert de mogelijkheid voor de werknemer om het akkoord met de beëindiging zonder opgave van reden, binnen twee weken na de datum van de beëindigingsovereenkomst te ontbinden.

Pro forma ontbinding

Hoewel de wetgever deze gang naar de rechter heeft willen voorkomen, wordt ook onder het nieuwe recht in een aantal gevallen nog gekozen voor de ‘bekrachtiging’ van de afspraken middels een beslissing van de kantonrechter. In het verzoekschrift wordt dan een neutrale ontslaggrond aangevoerd, die door de werknemer in het verweerschrift slechts pro forma wordt weersproken. Echt nodig is deze procedure niet indien er al een vaststellingsovereenkomst is.