Recht op een werkloosheidsuitkering

Na werkloosheid wegens een bedrijfseconomisch ontslag bestaat er (uitgaande van een voldoende lang arbeidsverleden) recht op een WW-uitkering. In ieder geval is een arbeidsverleden van tenminste 26 gewerkte weken in de 36 weken voorafgaand aan de werkloosheid vereist om aanspraak te kunnen maken op een WW-uitkering. Deze duurt dan drie maanden en kent een hoogte van 75% in de eerste twee maanden en vervolgens 70% van het laatstgenoten loon, maar maximaal ter hoogte van het maximum-dagloon (op dit moment ca. € 202,--).

WW-duur

Als vervolgens voldaan wordt aan de zogenoemde ‘4 uit 5-eis’, dan wordt de uitkering na drie maanden verlengd. De ‘4 uit 5-eis’ betekent dat in de vijf jaar voorafgaand aan de werkloosheid in ten minste 4 jaar werkzaamheden moeten zijn verricht. De WW-duur wordt verlengd met een maand per dienstjaar voor de eerste 10 jaar werken en na 10 jaar met een ½ maand per dienstjaar, en duurt (afgezien van het overgangsrecht) maximaal 24 maanden.   

Startersregeling

De WW kent een regeling die het starten van een eigen onderneming moet vereenvoudigen. Die regeling houdt in dat degene die werkloos is gedurende een half jaar de gelegenheid krijgt met behoud van de uitkering (minus 29%) een eigen bedrijf te starten. Als dat na een half jaar succesvol blijkt dan wordt de uitkering beëindigd en is dat niet het geval dan herleeft de uitkering. Voorwaarde voor een aanspraak op de startersregeling is wel dat geen freelance-werkzaamheden voor de voormalig werkgever worden verricht.

Ook als geen gebruik kan worden gemaakt van de startersregeling dan is freelancen naast de WW niet per definitie onmogelijk. Dan dient een strikte urenverantwoording te worden overgelegd en vindt verrekening plaats. De gewerkte uren worden definitief verrekend en in dit geval herleeft de WW niet als in de volgende maand minder wordt gewerkt. Het is verstandig in alle gevallen de website van het UWV te raadplegen en contact met de NVJ op te nemen.

Contact