Tien freelancers en hun drijfveer om mee te doen aan de onderhandelingen

donderdag 30 juli 2020

Hoe staat Journalistiek heeft een Prijs er nu voor, nadat corona de wereld op z’n kop zette? Leveren de gesprekken met mediabedrijven over een betere positie van freelancers al iets op? Zes vragen over Journalistiek heeft een Prijs (JHEP) en de beweegredenen van freelancers uit de onderhandelingsdelegatie.

Foto met de klok mee: Serge Ligtenberg, Jolanda van de Beld, David van Dam, Freek van den Bergh, Jan de Groen, Dingena Mol, Ferry Biedermann (fotografie Truus van Gog)


‘De pers is niet zomaar een bedrijfstak, het is een van de basisvoorzieningen voor een democratische maatschappij. Onafhankelijke journalistiek kan niet worden gewaarborgd met de huidige manier waarop media-organisaties zich gedragen. Regiojournalistiek is bijvoorbeeld iets geworden wat veel mensen als bijverdienste zien. Tegelijk gaan de bedrijven die die kranten in handen hebben er wel met de winst vandoor. De overheid mag met strakkere regelgeving komen richting media-organisaties, bijvoorbeeld over auteursrecht, zodat producties niet eindeloos doorverhandeld worden zonder dat de makers daar iets van terugzien. De beste manier om nu verder te gaan is in mijn ogen lobbyen. Wezenlijke veranderingen bij deze bedrijven moeten we afdwingen.’

Serge Ligtenberg, freelance fotograaf


‘We moeten mensen aanspreken op hun gedrag en de verantwoordelijkheid die ze hebben. De journalisten zelf, die wel kritische vragen durven te stellen aan de minister-president, maar niet aan hun eigen hoofdredacteur. De werknemers, die moeten beseffen onder wat voor leiding ze werken. Laten we goed kijken naar de managers. De verdeel-en-heerspolitiek doorbreken. Hou op met bang zijn, spreek je uit, kom voor elkaar op. Ik ben bijvoorbeeld niet te beroerd om af en toe op Twitter een vraagteken te zetten bij een hoofdredacteur die in een dikke auto naar huis rijdt. Dat kunnen we ook nu, of misschien wel juist nu, blijven doen.’

Kim van Keken, freelance journalist


 

We stonden in maart in de startblokken, toen kwam de lockdown. We gaan nu verder maar in aangepaste vorm. Zolang de uitgeverijen zwarte cijfers draaien, is er voor ons geen reden om gas terug te nemen. Daarnaast wil ik fotografen bewust maken van het feit dat ze behalve fotograaf ook ondernemer zijn. De verantwoordelijkheid voor goede tarieven ligt niet alleen bij de uitgever.’

David van Dam, freelance fotograaf


 

‘Als ondernemende freelancer heb ik mezelf er altijd wel creatief doorheen gemanoeuvreerd. Maar door als zzp’ers alles maar zelf op te lossen, hebben we ervoor gezorgd dat opdrachtgevers konden doorgaan met hun praktijken. Nu is de tijd rijp om de systeemproblemen aan te pakken. Zodat ook de mensen bij wie het ondernemerschap niet zo in het bloed zit, goed kunnen leven van de journalistiek. We voeren gesprekken, en wie weet volgen er acties, eventueel digitaal. De mensen die de budgetten bepalen moeten inzien dat ze er baat bij hebben om specialistische tarieven te betalen. Dat alleen zo freelancers weer kunnen worden ingezet waar ze voor bedoeld zijn: goede journalistiek.’

Jop de Vrieze, freelance journalist


 

‘In mijn rol als bestuurslid voor de sectie Tijdschriften maak ik me al langer sterk voor meer aandacht voor het onderwerp freelancers, bijvoorbeeld door het te integreren in de cao. Het is goed dat daar steeds meer ruimte voor is. En dat is ook van belang voor mensen in dienst. Werknemers en freelancers, dat zijn communicerende vaten. Daarom moeten we samen optrekken. En de problematiek op een heleboel manieren aankaarten: in cao-onderhandelingen, gesprekken met opdrachtgevers, middels actievoeren en vooral: op politiek niveau. De overheid moet met regelingen komen om de balans, die nu te veel verschoven is, weer te herstellen.’

Ferry Biedermann, freelance journalist


‘Ik heb echt hart voor de journalistiek en ik wil dat onafhankelijke fotojournalistiek over 50 jaar nog steeds bestaat. Er moet een duurzame oplossing komen voor journalistiek met een systeem dat rendabel is voor iedereen; dit is niet iets voor “erbij”. Een journalist zou niet genoodzaakt moeten zijn om voor een bedrijf te moeten werken dat hij voor de krant mogelijk ook kritisch moet volgen. Om dit systeem houdbaar en duurzaam te maken moeten fotografen, journalisten en uitgevers samen met elkaar in gesprek blijven en samen optreden.’

Freek van den Bergh, freelance fotograaf


‘Hoe wordt er in de bestuurskamers over freelancers gedacht en gepraat? Daar ben ik benieuwd naar. Ik spreek veel freelancers, collega’s in dienst en chefs die voor hogere tarieven zijn. Dat zijn allemaal mensen die er uiteindelijk niet over gaan. Na onze actie bij NRC hebben we het er zelfs met de hoofdredactie over gehad, maar die heeft een beperkt budget. Middels de onderhandelingsgesprekken kunnen we onze wensen kenbaar maken hoger in de boom, waar de budgetten bepaald worden. We moeten die gesprekken voeren met een duidelijke inzet. En, nu extra belangrijk, ons blijven verenigen als freelancers. Alleen samen kunnen we onze ontevredenheid succesvol kenbaar maken.’

Jolanda van de Beld, freelance journalist


'Tarieven voor fotojournalistieke opdrachten zijn nu soms zo laag, dat het haast niet meer de moeite loont. Het is een devaluatie van het vak; voor dit geld kan je fotojournalistiek alleen als hobby ernaast doen. Om dat te veranderen, ben ik bereid mijn kop boven het maaiveld uit te steken. Laten we open en eerlijk het gesprek aangaan om weer waardering voor het vak te creëren. En dan kunnen we dat uiteindelijk hopelijk omzetten in harde valuta.’

Dingena Mol, freelance fotograaf


‘In mijn ogen heeft de coronacrisis het belang van gedegen journalistiek laten zien; het aantal mensen dat een beroep doet op betrouwbare informatie groeit. Ik vrees dat de journalistiek wordt uitgekleed, met de manier waarop er nu door mediahuizen wordt omgegaan met de journalistieke principes door winst en clicks voor te laten gaan,. Het redelijk belonen van journalisten is essentieel om de kwaliteit van hun werk te waarborgen. Door dat als groep zelfstandigen uit te blijven dragen en collectief geen genoegen met minder te nemen staan we sterk.’

Sanne Poot, freelance journalist


‘Zelf werk ik al een kleine vijftien jaar voor ongeveer hetzelfde tarief. Ik heb het een keer uitgerekend, en dat betekent dat ik, rekening houdend met de inflatie, er 25 procent op achteruit ben gegaan. Ondanks de crisis moeten we het gesprek met de opdrachtgevers blijven aangaan. Het is niet fatsoenlijk meer, zeker niet bij regionale media. En dan zijn er nog de werkomstandigheden. Zo hebben ze nu ergens de hele fotoredactie wegbezuinigd, wat mij – en de verslaggever die mij inschakelt - extra werk oplevert waar ik niet voor betaald krijg. We moeten de stem van ons als opdrachtnemer laten horen aan de mensen die nu de omstandigheden en tarieven bepalen.’

Jan de Groen, freelance fotograaf


1. Even het geheugen opfrissen. Hoe stond de campagne ervoor in maart?

In de cao voor het Uitgeverijbedrijf was afgesproken dat er gesprekken over de freelancetarieven en voorwaarden zouden worden gevoerd met in ieder geval DPG, Mediahuis, Hearst en Sanoma. En ook bij de Publieke Omroep is dit een belangrijk gespreksonderwerp.

Een grote meerderheid van de leden (94%) stemde in met de voorstellen richting mediabedrijven. In het kort komen die neer op:

  • Een uurtarief, gelijk aan het cao-loon en daarop een opslag van 50%;
  • Een jaarlijkse indexatie van tarieven;
  • Vertegenwoordiging van freelancers op de werkvloer;
  • Naast algemene voorwaarden ook onderhandelingsmogelijkheden voor opzegtermijnen, auteursrechten, reis- en onkostenvergoedingen, naamsvermelding etc.;
  • Aandacht voor scholing en opleiding.

Parallel aan die onderhandelingen zouden freelance journalisten en fotojournalisten in maart ‘live’ gaan met een grootschalige campagne Journalistiek Heeft een Prijs. 

2. Wat kunnen we in de komende maanden verwachten?

We leggen de nadruk op de onderhandelingen met de mediabedrijven. Daarnaast is er aandacht voor bewustwording in de vorm van trainingen in ondernemerschap en journalisten bewust maken van het feit dat professionaliteit een prijs heeft.

3. Wat is de teneur van die eerste gesprekken?

We merken dat er de wil is om te praten. Dat is positief. Er wordt erkend dat er een wederzijds belang is om dit op te lossen. De mediabedrijven onderkennen daarnaast de meerwaarde en noodzaak van freelancers voor hun media.

4. Waar staan we over pakweg een half jaar?

Dan willen we kijken of er zodanige stappen zijn gezet dat we daarop kunnen voortbouwen. Is het resultaat matig, dan zullen we een ander traject ingaan en dat betekent dat we weer reuring gaan maken richting politiek, in cao-eisen of het eventueel opstarten van juridische procedures.

5. Waarom is het verhaal van Journalistiek heeft een Prijs belangrijk voor zowel freelancers als werknemers?

Omdat werknemers en freelancers samen staan voor een goed eindproduct en dat bereik je door continuïteit en kwaliteit bij de titels en de redactionele eindproducten. Beide kun je niet op peil houden als je freelancers slecht betaalt en geen zekerheid biedt. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat freelancewerk op prijs gaat concurreren met het werk op redacties en dat daarmee de cao wordt ondermijnd. Dat is een race to the bottom.

6. Welke invloed zal de coronacrisis hebben op de journalistiek en het werk van freelancers? 

Op de korte termijn hebben we gezien dat veel freelancers werk zijn kwijtgeraakt. Op de lange termijn kan het effect positief zijn. Het belang van kwaliteitsjournalistiek is in de afgelopen maanden wel ten enenmale onderstreept. Ook zijn de zorgen over de kwetsbaarheid van de mensen met tijdelijke contracten en freelancers heel scherp naar boven gekomen. Beide effecten leiden ertoe dat op langere termijn de positie van de uitoefenaars van dit vak onvermijdelijk moet worden verbeterd.