Vijftien freelancers praten met OCW over tarieven en onderhandelingspositie

dinsdag 14 juli 2020

Een groep van vijftien freelancers spreekt deze week met het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). Gespreksonderwerpen zijn onder meer de tariefontwikkeling sinds 2004 en de verhouding tussen het uurloon van vaste diensters en dat van freelancers. ‘Mediaorganisaties claimen dat gespecialiseerde freelancers per definitie kunnen onderhandelen. Maar is dat wel zo?’ Secretaris Zelfstandigen, Rosa García López, legt de huidige stand van zaken uit.

Foto: Erald van der Aa

De freelancers zijn in vier clusters ingedeeld: zij-aan-zij werkers (bureauredacteuren), fotojournalisten, regionale journalisten/landelijke journalisten en gespecialiseerde journalisten (wetenschaps- en onderzoeksjournalisten). Het ministerie wil weten of de tarieven zich sinds 2004 hebben ontwikkeld, wat het resultaat is van individuele onderhandelingen over tarieven en algemene voorwaarden. Daarnaast wil OCW weten hoe het uurloon van journalisten in vast dienstverband zich verhoudt met het uurtarief van freelancers. Op basis van deze gesprekken – en op basis van eerdere gesprekken met mediaorganisaties en beroepsorganisaties, zoals de NVJ – zal het ministerie na de zomer de Tweede Kamer aanbevelen om al dan niet een bodemtarief / of een afgeleid tarief van de cao in te voeren voor freelancers. Dit is de uitkomst van een intensief lobbytraject door de NVJ. 

Wat is de aanleiding voor het ministerie van OCW om deze gesprekken te voeren?

Tweede Kamerlid, Peter Kwint (SP), heeft op 3 december 2019 op verzoek van de NVJ/NVF een motie ingediend met het verzoek om nog voor het einde van de zomer 2020 te kijken of er minimumtarieven (SP) of een afgeleid tarief van de cao (NVJ) kan worden ingevoerd voor freelance (foto)journalisten. De NVJ en de SP hebben het kabinet gevraagd om alle stakeholders zoals mediaorganisaties, beroepsorganisaties en freelancers te horen. Het kabinet heeft hier gehoor aan gegeven en voert nu gesprekken met alle betrokkenen. Deze gesprekken moeten leiden tot een advies aan de Tweede Kamer. 

Waarom zijn de gesprekken met de freelancers belangrijk?

Freelancers kunnen inzage geven in hun dagelijkse praktijk. Aan de hand van hun ervaringen met mediaorganisaties kunnen ze aangeven of ze betere tarieven kunnen uitonderhandelen. Zo heeft een freelancer met haar opdrachtgever afgesproken dat ze gemiddeld twee uur aan een artikel werkt om het rendabel te houden. De opdrachtgever heeft hier begrip voor gezien het lage tarief. Een andere freelancer werkt voor een uurtarief van gemiddeld vijftig euro per uur. Een van zijn opdrachtgevers stelde voor om het tarief terug te brengen naar 27,50 euro. Deze freelancer heeft afscheid genomen van deze opdrachtgever. Dit soort voorbeelden spreken boekdelen over de onderhandelingspositie van freelancers.

Is er nog een reden om freelancers zelf het woord geven?

Zeker. De NVJ krijgt al jaren van mediaorganisaties te horen dat freelancers hun verhaal niet zelf durven te doen. Ook horen we  van mediaorganisaties dat zij zich niet herkennen in onze voorbeelden of ze doen het af met ‘uitzonderingen op de regel’. De organisaties kunnen de NVJ weliswaar weerspreken, maar niet al die freelancers die onderhandelen maar er zelden financieel op vooruit zijn gegaan. Bovendien willen we ook dat freelancers betrokken worden bij de mogelijke oplossingen. Zij moeten aangeven of ze verandering willen, en zo ja, welke verandering. Willen ze dat de tarieven worden afgeleid van de cao inclusief een opslag van 50%, willen ze een uurtarief, een opdrachttarief, een verankering in de cao? Het gaat om hun toekomst. 

Wie zijn deze vijftien freelancers?

‘Zij vormen een doorsnee van alle freelancegroepen. Ik heb clusters gemaakt van freelancers – namelijk freelance bureauredacteuren, fotojournalisten, regionale/landelijke freelancers, gespecialiseerde freelancers (wetenschap en onderzoek). Het is interessant of interviews met deze verschillende groepen freelancers verschillende beelden laten zien. Mediaorganisaties claimen dat gespecialiseerde freelancers per definitie kunnen onderhandelen. Maar is dat wel zo? Daarnaast heeft de NVJ in elk cluster een diversiteit aan opdrachtgevers en aan freelancers (ervaren, zeer ervaren) nagestreefd. Hebben zeer ervaren freelancers een betere onderhandelingspositie en betere tarieven dan bijvoorbeeld starters? Betalen grote concerns beter dan kleinere spelers? We hebben ons best gedaan om freelancers te benaderen die volop werk hebben en goede ondernemers zijn. Het zijn freelancers die sterk in hun schoenen staan.

Mogen ook andere freelancers het ministerie met informatie voeden?

Uiteraard, hoe meer hoe beter. Kijk hier hoe je dit het beste kunt doen.