Ontslagreden en procedure

Als een werkgever zonder medewerking van de werknemer de arbeidsovereenkomst wil beëindigen, hangt het van de ontslagreden af welke procedure gevolgd moet worden. Als het gaat om een bedrijfseconomisch ontslag of een ontslag na twee jaar ziekte, dan moet de werkgever het UWV Werkbedrijf vragen hem een ontslagvergunning te verlenen om vervolgens de arbeidsovereenkomst op te zeggen. (zie: Opzeggingen en opzegtermijnen). Als de werkgever om een andere reden van de werknemer af wil, bijvoorbeeld wegens slecht functioneren of een vertrouwensbreuk, dan moet de werkgever de kantonrechter verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden (zie Ontbinding).

De werknemer kan in alle gevallen verweer voeren. De afloop van dergelijke procedures kan onzeker zijn. Daarom wordt in veel gevallen geprobeerd om tot een akkoord te komen over de vraag onder welke voorwaarden de werknemer mogelijk kan instemmen met ontslag, met als doel het voorkomen van een procedure Het resultaat is dan een beëindiging met wederzijds goedvinden.

Omdat de meeste werknemers na beëindiging van een arbeidsovereenkomst aanspraak zullen willen maken op een WW-uitkering, zal een beëindiging met wederzijds goedvinden op twee manieren kunnen plaatsvinden: via een formele ontbindingsprocedure bij de kantonrechter (pro forma ontbinding) of door middel van een vaststellingsovereenkomst. Beide methodes zullen in dit thema uitgebreid besproken worden.

Traject van onderhandelingen

Zowel een pro forma ontbinding als de opstelling en ondertekening van een vaststellingsovereenkomst, vormt het sluitstuk van een traject van onderhandelingen tussen werkgever en werknemer. Door het voeren van onderhandelingen en het bereiken van overeenstemming tussen partijen komt de werkelijke oorzaak van de beëindiging niet meer aan de orde; het enige dat vaststaat is dat beide partijen voortzetting niet zinvol achten.

De onderhandelingen zelf zullen met name gaan over de ontslagvergoeding die de werknemer zal willen bedingen in ruil voor het laten vallen van zijn verweer in een procedure bij UWV Werkbedrijf of bij de kantonrechter. Sinds 1 juli 2015 wordt de kantonrechtersformule niet meer toegepast en is de hoogte van de ontslagvergoeding in de wet vastgelegd in de vorm van een transitievergoeding. Deze is gemiddeld maar 1/3 van de kantonrechtersformule. In onderhandelingen lijken werkgevers om langdurige procedures te voorkomen nog wel eens bereid iets meer te bieden dan de transitievergoeding.